Verslagen GW

Dan, eindelijk na een blessureperiode, weer op de weg naar Scherpenzeel voor een SOP-tocht. Heel lang moest ik verstek laten gaan. Ik heb er zo’n zin in om al mijn vrienden/vriendinnen weer te zien. Zaterdag had ik nog een test van 20 km gedaan om te zien of ik het weer aankan. Vlakbij ’De Lelie’, die op de rotonde staat van Scherpenzeel, is de inschrijving en start, bij het multicultureel centrum ’De Breehoek’. Eerst zijn er de wederzijdse begroetingen.  Zo te zien is er een grote opkomst. Dan, na een korte uitleg door Wim Veerman, gaan we van start met 94 wandelaars. Even wandelen we een stukje langs de drukke ringweg N224, waar we via een tunnel onderdoor gaan. Gelijk zitten we in het groen van ’Landgoed Scherpen-zeel’. Het is zo’n  100 ha groot. We passeren de schietbaan die hier ligt,  maar die sinds enkele jaren buiten gebruik is. Op het landgoed liggen ook twee van vier klompenpaden waarvan we een deel lopen. Zo ook het ’Kerstavondpad’ waarvan de wandeling vandaag de naam draagt. Het is iets dat me bijna in verwarring bracht. Het is een pad van 3,5 kilometer en al eeuwen oud. Het is een van de weinige bewaarde kerkenpaden in z’n oorspronkelijke vorm. De zon schijnt uitbundig en de stemming zit er goed in. Het gebied waardoor we wandelen bestaat uit landbouwgronden, bossen en natuurterreinen. Op diverse plekken staan monumentale boerderijen, dienstwoningen, beheerderwoningen en vele schaapskooien. Kenmerkend zijn in deze streek de wit-blauwe luiken. Menigeen zet deze schoonheid op de foto. Al slingerend maken we een bocht en zakken weer af richting Scherpenzeel en Woudenberg. We passeren een leuk vennetje aan de Voskuilerdijk. Scherpenzeel bestaat uit diverse buurtschappen. We komen vanuit De Haar en gaan Voskuilen in. Maar ook Ruwwinkel is een buurtschap en Lambalgen. Ook kom je hier veel veldnamen tegen, zoals: Breehoef  en Dashorst. Dan verlaten we de landerijen en komen aan bij het Valleikanaal. Dit volgen we een stuk tot de stuw waar de watertoren staat. Na de brug vervolgen we het ’Grebbeliniepad’ langs de diverse kazematten, die daar liggen. Die hebben in de loop der jaren al heel wat bezoekers gehad. Er ligt een wandelpad, waar veel gebruik van wordt gemaakt en er zijn veel historische forten, sluizen, bunkers, stuwen, enz..We komen voor de middagpauze (op zo’n 13½ kilometer) aan bij een mooie boerderij Hoeve de Beek, waar ook het museum van de Grebbelineroute te bezichtigen is.Maar daar komen wij niet voor. Wij genieten even van de rust en een broodje met koffie of iets dergelijks. Binnen is het heel leuk ingericht met allerlei oude voorwerpen. Zelfs grootmoeders linnenkast is nog te bewonderen. Ook hebben ze een zolder waar het goed toeven is (zie foto’s op de SOP-site). De boerderij uit 1880 ligt er goed verzorgd bij . Ook worden we klantvriendelijk bediend. Na het bedanken voor de gastvrijheid vervolgen we de route  over de Brinkkanterweg  met de gelijknamige brug. We vervolgen de route langs het Valleikanaal. Dan zie je een aftakking die de Luntersebeek heet; gebied is Lambalgen. Na zo’n vijfhonderd meter verlaten we het Valleikanaal en op de Vlieterweg zien we ineens weer de Luntersebeek. Er ligt veel modder. Grote delen van de route zijn door grote machines tot pap gereden.  Sterke kerels zijn bezig de oude loop van de beek te herstellen. En dat gaat gepaard met enige overlast in de vorm van modder en vocht.In de verte  is de kerktoren van de finishplaats al waar te nemen. Maar eerst passeren we nog het park waar het prachtige ’Huize Scherpenzeel’ staat met z’n koetshuis en poortgebouw,het stamt uit de 14e eeuw, maar is rond 1858 ingericht in de Engelse landschap stijl met bijbehorende tuin. Het is  prachtig om te zien. Het is tegenwoordig ook een veelgebruikte trouwlocatie. Het is ook enige tijden  gemeentehuis geweest. Nu is het in beheer van de ’Stichting vrienden der Gelderse Kastelen’. Dan, als we door een hek gaan, staan we plotseling midden in het centrum recht tegenover de kerk van Scherpenzeel. Dat is een rare gewaarwording.  Na een paar kleine slingertjes komen we weer aan bij ’De Breehoek’. We nemen nog een drankje en praten na over de mooie route die Wim samen met het comité in elkaar gezet heeft. Topie man, bedankt!

Hennie Roelofsen

 

HUIZEN GOOIMEERTOCHT 11 NOVEMBER 2015 15 KM

Ik ben gek genoeg om ervoor te kiezen om op de elfde van de elfde naar het noorden te gaan voor een wandeltocht en de gevolgen van het fileleed nogmaals aan de lijve te ondervinden. Maar de SOP blijft trekken en Sonja is bereid om mij vanaf Gorinchem mee te nemen, zodat een groot deel van de ellende aan mij voorbij zal gaan. Het is natuurlijk wel vroeg piesen, doch dat moet ik er voor over hebben. Sonja heeft in haar auto een machtig instrument dat zelf bekijkt wat de snelste manier is om op de plaats van bestemming te komen. Ook de tussenstop in Vianen om Ria op te pikken, lost hij voor haar op, zodat zij keurig op tijd om half tien in Huizen bij het clubgebouw van de korfbalvereniging de auto aan de kant kan zetten.

Van harte word ik door de reeds aanwezigen welkom geheten en als ik in de veelheid van gezichten dat van mijn Olijfje ontdek, fleur ik op en is het vroege opstaan en het afscheid nemen van thuis voor even vergeten. Met een opgewekte babbel met deze en gene vliegt de tijd om en tegen tienen trekt iedereen naar buiten. Klaas, de organisator van de tocht, doet een enkele korte mededeling en dan komt Olijfje aan het woord om Klaas te huldigen met zijn deelname aan de 96e SOP-tocht. Dan, bijna klokslag tien uur, neemt Klaas het voortouw en gaat er met grote stappen vandoor. Het is grappig om te zien, de lange Klaas naast de wat klein uitgevallen Henk die met snelle pasjes onze voorman tracht bij te benen.

Van meet af aan wordt er dus stevig doorgestapt, want de aankomsttijd van vóór vier uur in de middag is bij de SOP heilig geworden. Zelf til ik er niet zo zwaar aan, want de files zullen er niet minder om zijn. Afijn, ik hobbel mee met de groep en na wat straatjes, die ik mij niet herinner uit de tijd dat ik hier als jongen op de fiets doorheen trok. Toen was Huizen nog een bekende vissersplaats aan het IJsselmeer, maar dat nu verworden is tot een haventje voor jachten aan het Gooimeer. Het kan verkeren, zou, ik meen, Vader Cats zeggen. Spoedig nadat we de huizen achter ons gelaten hebben, trekken we als een lange sliert het bos in. 86 deelnemers zie je niet over het hoofd. We zakken tot enkelsdiep in de afgevallen bladeren en kwajongensachtig schoppen we er tegenaan. Leuk, maar erg vermoeiend. We zijn nog maar enkele kilometers op pad als Klaas enkele geselecteerden terzijde zet en hij laat Henk met de rest een gevaarlijk gladde glooiing afdalen. Na enkele minuten is de groep via een omweg bij ons en wij sluiten ons bij hen aan. De tocht zet zich voort. We verlaten het bos en lopen langs de behuizingen van de elite van Blaricum en Laren. Het is moeilijk te zeggen welke plaats het is, daar ze in de loop der jaren aan elkaar zijn vastgegroeid.

Veel tijd om alles te bekijken, wordt mij niet gegund en als ik al eens een foto maak om thuis te laten zien, moet ik dat meteen bezuren doordat ik met versnelde pas de opgelopen achterstand weer in moet halen. Tot een kilometer of negen lukt dit mij wel, maar dan overvalt mij een vermoeidheid die niet te negeren is. Het inhalen wordt een onmogelijkheid, zodat ik als één der laatsten de kantine van de speeltuin binnenstap en op de eerste de beste stoel neerval. Twaalf kilometers zijn er nu afgelegd en het voelt of ik al aan het eind der krachten ben. Dit gaat zo niet langer. Ik zal eieren voor mijn geld moeten kiezen. Aan Coby, die de verzorging op zich genomen heeft, vraag ik of zij nog een plaatsje in haar auto vrij heeft en of ik met haar mee mag rijden tot de volgende rustplaats. Voor Coby geen probleem, dus na een half uur laat ik de groep met één man minder weer vertrekken.

Het is tien over twee als ik de wandelaars weer zie aankomen, dus bijna anderhalf uur heb ik extra kunnen rusten om op krachten te komen, dus ik sluit mij weer bij de groep aan. Olijfje is zo lief dat zij mij in de gaten wil houden en met haar aan mijn zijde volgen we de anderen. Doch helaas, ik heb te hoog gegrepen en de kracht ontbreekt mij om dit tot het eind toe vol te houden. Af en toe slinger ik tegen mijn Olijfje aan en eerst wijt ik dit nog aan mijn zeebenen, die mij blijven achtervolgen, maar na een poos kan ik dit niet langer volhouden. Een reddingsboei wordt mij in de vorm van een fruitpost toegeworpen en grijp deze met beide handen vast en rijdt de laatste twee kilometer weer met Coby mee.

Net vóór de wandelaars komen Coby en ik aan bij het korfbalgebouw en na mijn vrienden begroet te hebben, gaan Ria en ik weer met Sonja op de terugweg om na vele omzwervingen om één minuut voor zessen thuis te komen.

Quirinus.

UITERWAARDEN WOUDRICHEMTOCHT  18 NOVEMBER 2015 16 KM

Met Heine gaan we vandaag naar Werkendam voor een SOP-tocht van Bert Faro. De stormen zijn voor het moment wel aardig geluwd, maar de sporen zullen zij in de vorm van blubber in de uiterwaarden langs de rivier achtergelaten hebben. Dus daar zie ik dus tegenop. Maar aan alles is een mouw aan te passen en als het zo ver is, lost zicht dat wel op.

Werkendam, net over de Merwedebrug nabij Gorinchem is toch nog min of meer een thuiswedstrijd en via de snelwegen gemakkelijk te bereiken. Zonder verkeershinder of andere tegenslagen zijn we dan ook rijkelijk vroeg in de kantine van de Kozakken Boys. Terwijl Heine een beetje in de rondte loopt de dwalen, ga ik de verschillende vrienden, waaronder mijn Olijfje, langs voor een begroeting en een praatje. Zo vliegt de tijd voorbij en is ongemerkt het tijdstip van vertrek aangebroken. Bert is stipt en houdt niet van dralen. Resoluut staat hij op en kondigt door middel van een soort van kreet aan dat de wandelaars, 66 in getal, hem naar buiten dienen te volgen.

Buiten gekomen, krijgen we nog een korte uitleg over wat er ons vandaag te wachten staat om meteen erna de pas erin te zetten. Al gauw volgen er enkele trappen, die mij na de beklimming naar adem doen snakken. Ik vraag mij af of ik wel voldoende op verhaal gekomen ben na de tocht in Steenbergen of dat er mogelijk achter de kortademigheid meer schuilt. Veel tijd om erover na te denken wordt mij niet gelaten, want Bert heeft ons niets van de schoonheid dezer streek onthouden. Het heeft meer weg van een toeristische rondleiding. Het is alleen jammer dat we nergens lang bij stil kunnen staan. Het SOP-reglement schrijft voor dat we min of meer met 5,5 km/uur ons dienen te verplaatsen. Dit tempo is voor mij met mijn oude lijf niet lang vol te houden. Zodoende zak ik steeds verder af in de groep en na een poosje hang ik in de staart.

Maar eer het zo ver is, zijn we al verscheidene bunkers van de Hollandse Waterlinie gepasseerd en hebben de diverse molens reeds onze aandacht gevraagd. Het is dat we in Brabant lopen, anders zou je kunnen spreken van een echt Hollands landschap. Op een gegeven moment zien onze kopmannen in dat we met het huidige tempo wel erg vroeg op de lunchplek in Woudrichem aan zullen komen, dus houden zij iets in en kan ik mij ook weer bij de groep aansluiten en krijg ik zelfs de gelegenheid om enkele foto's te schieten om thuis nog eens na te genieten. Woudrichem is een stadje met een Middeleeuws karakter en doet mij denken aan mijn geboorteplaats, Monnickendam. Leuke smalle straatjes en huizen in de bouwstijl van honderden jaren geleden.

Ondanks het ingehouden tempo komen we reeds om kwart vóór twaalf in 't Rondeel aan en heb ik het geluk zitplaats te vinden op een zacht verende bank om te genieten van de thee die Heine galant voor mij heeft aangedragen. Op zo'n moment is wandelen op z'n minst aan te bevelen voor een ieder die bewegen net iets teveel van het goede vindt. Een half uur later vindt Bert dat we genoeg gezeten hebben, geeft hij het sein van het aanstaande vertrek om vrijwel meteen erna ons voor te gaan naar de uitgang. En weer is er een trap die mij het ademen beneemt. Een bank bij de Gevangenenpoort, mij aangewezen door Cees, biedt mij soelaas. En terwijl de groep door het oude centrum, mij niet onbekend, dwaalt, kom ik enigszins tot rust op de bank. Met enkele inwoners, die het vreemd vinden dat een man met een oranje petje daar zit, maak ik een praatje en stel hen gerust. Er steekt in mij geen kwaad.

Na het rondje Woudrichem sluit ik mij weer aan, maar moet inzien dat ik dit tempo niet kan volhouden. Ik geef aan dat ik het moeilijk heb en daar waar de groep afdaalt naar de uiterwaarden, blijf ik op de dijk in mijn eigen tempo verder gaan. Wim blijft bij mij mochten er onverhoopt andere maatregelen genomen moeten worden. Weliswaar niet kuierend, maar wel rustiger aan lopen we met z'n tweetjes netjes rechts van de rijweg in de richting van de te verwachten wagenrust. De mensen kijken ons mogelijk ietwat verbaasd aan, maar daar hebben we maling aan. We groeten de voorbijgangers netjes, zoals we dat van huis uit meegekregen hebben. Ik stel enkele dames, die ons enigszins verschrikt aankijken, gerust en vertel hen wat we aan het doen zijn. Niet letterlijk, maar ik zie dat zij in gedachten met hun wijsvingers naar het voorhoofd wijzen. Zij doen maar, wij gaan verder en zien in de verte enkele oranje hoesjes, die aangeven dat de groep uit het oerwoud weer in bewoond gebied komt. En inderdaad, even verder dalen we de dijk af naar de parkeerplaats van de jachthaven van Sleeuwijk. Hier worden we verenigd met de overige 64 deelnemers. Jeanet zorgt voor een versnapering in de vorm van koeken en wat te drinken.

In een voor mij gereed gezette stoel overweeg ik wat ik verder moet doen. In mijn hart heb ik dan al besloten om in de auto van Jeanet verder te gaan en in de kantine de terugkomst van de anderen af te wachten. Tussen de heen en weer lopende wandelaars door zie ik recht tegenover mij mijn Olijfje zitten. Tot meer dan een korte knik en een kleine handzwaai komen we niet, want Bert wil naar huis en maant tot spoed. Er wachten de lopers nog zeven wandelkilometers. En ik rijdt genoegzaam naast Jeanet zittend naar de kantine van de Kozakken Boys. Na een uur wachten zijn ook mijn vrienden gearriveerd en daar Heine zo spoedig mogelijk naar huis wil, neem ik afscheid van deze en gene en na een welgemeend 'tot ziens' lopen we naar de parkeerplaats, stappen in en rijden zonder oponthoud naar huis. Heine heeft volgens eigen zeggen 'lekker gelopen' en ik ben over deze dag ook niet ontevreden.

Quirinus

 

WIJK BIJ DUURSTEDE 2 VERENTOCHT  4 NOVEMBER 2015

Met gemengde gevoelens reis ik af naar Wijk bij Duurstede, want het is haast zeker dat ik weer in de file-ellende verzeild raak en ermee opgezadeld ga worden. Maar goed, het weerzien met mijn wandelvrienden en het feit dat ik niet eerder in deze plaats gestart ben, trekt mij over de streep en om acht stap ik dan ook in de auto. Het duurt even eer ik Zwijndrecht uit ben, want alle uitgangen zijn afgesloten en liggen op de schop. Ik volg mijn tomtom en bij Houten gaat het nogmaals fout. Afgesloten wegen en dergelijke zorgen ervoor dat er een stressgevoel bij mij op komt zetten. Uiteindelijk ben ik dus ruim op tijd en word ik van alle kanten begroet en geprezen om mijn wilskracht en doorzettingsvermogen.

Nadat ik de organisator om toestemming heb gevraagd en verkregen, vertrek ik met nog honderd andere wandelfanaten en na de huldiging van Sonja als trouw deelneemster om tien over tien in de richting van de pont. De groep formeert zich tot een enigszins nette eenheid en loopt netjes rechts van de weg de Veerweg af om op het wagenveer tot rust te komen. Het is prachtig wandelweer met een weliswaar grotendeels bewolkte lucht en weinig wind. Natuurlijk is er de vraag van velen waarom Heine er vandaag niet bij is. Helaas moet ik hen zeggen dat mijn zoon ziek te bed ligt met een griepaanval die er niet om liegt. En dan wordt er gelijk gevraagd of ik hem mogelijk heb aangestoken, omdat ik enkele malen niet aanwezig ben geweest bij het SOP-gebeuren. Laat ik dan meteen duidelijk maken dat de SOP-tochten mij iets te zwaar worden en dat ik vooral moeite heb met klimmen en het tempo. Dus het zal er eens van komen dat ik er helemaal van af zal moeten zien. Jammer, maar het is iets dat ons allemaal op oudere leeftijd te wachten staat. Genoeg hierover. Intussen heeft de schipper ons in korte tijd naar de overkant van de rivier gebracht en kan de groep van ruim honderd lopers zich opnieuw formeren en met forse stap in de richting van Amerongen, ons verste punt, gaan.

De stemming is geanimeerd en er vliegen vele anekdotes over en weer. Natuurlijk, zoals gebruikelijk is in de wandelsport, worden er ook serieuzer zaken besproken. In sommige gevallen komt zelfs de ziel bloot te liggen. Hoewel het tempo vrij hoog is, kan ik het, zei het met moeite, bijhouden. Toch zie ik kans om de omgeving met de camera vast te leggen, zodat ik het thuisfront met beelden erover kan verhalen. Lopend over de dijk zien we het grote verschil in hoogte tussen ons er de eronder liggende waarden. De daken der eeuwenoude boerderijen tonen zich op ooghoogte. Momenteel met de lage waterstand hebben de bewoners niets te vrezen, maar dat zal anders zijn als het kolkende water tot op korte afstand van de dijktop gestegen zal zijn. Dan wordt er met angst en vreze voor overstromingen gevreesd. Maar nu niets van dat alles. Olijfje voegt zich aan mijn zijde en voor een wijl wordt er niet aan water en aanverwante zaken gedacht. Gezellig babbelend lopen we naast elkander voort en bereiken kort na de anderen de gierpont van Amerongen die ons weer terug zal brengen naar de noordkant van de Lek.

Vanaf hier is het nog een stukje verder om bij onze lunchplaats, het kasteel Amerongen, te komen en het lijkt mij dat er steeds sneller gelopen gaat worden. Tegen de tijd dat we onder de poort door lopen en het restaurant bereiken, ben ik bezweet en doodmoe. Mijn visie is dat ik dit niet nog eens moet doen. We zijn nog maar halverwege en de rest van het parkoers wordt als 'zwaar' bestempeld, dus mijn conclusie is dat ik de groep moet verlaten en op een andere manier naar Wijk bij Duurstede moet zien te komen. Na wat gediscussieer met deze en gene, besluit ik dat ik de route via de geplaveide dijk, weliswaar twee kilometer korter, zal nemen. Hans hoort van mijn voornemen en sluit zich bij mij aan, zodat we met z'n tweeën ons van de groep afscheiden om via een eigen route terug te keren naar daar vanwaar we gekomen zijn.

Ik neem afscheid van mijn Olijfje en groet de overige met een zwaai van de hand. De overgeblevenen lopen een rondje om het kasteel om vervolgens een deel van een befaamd klompenpad te volgen. Hans en ik strekken de kuierlatten en gaan over de dijk terug. Het weer is nog steeds goed en over de mogelijk verwachte regen denken we nog niet. Gezellig kletsen we erop los. Hans haalt een hoop herinneringen op uit vorige tochten en als bekende van deze streek frist hij mijn aardrijkskundige kennis op. Ik schiet onderwijl menig plaatje. Een hinderlijk iets dat wij ervaren is het langskomen van de vele auto's. Wat zij hier op de dijk te zoeken hebben, weet ik niet en zal ik ook niet aan de weet komen. Sommige rijden veel sneller dan de maximum toegestane snelheid en suizen voorbij.

Nu we in een iets rustiger tempo van 5,2 km/uur lopen, zien we veel meer details van de boerenhofsteden en het vee in de weiden. Dacht ik eerst dat het slechts jongvee was, nu blijkt ook dat de melkkoeien zich hier tegoed doen aan het nog malse gras. De boeren zijn klaar met het hooien en kuilen en zijn druk bezig de erven schoon te blazen van afgevallen blad. De machines staan schoon opgeborgen en staan gereed om er volgend jaar opnieuw mee aan de gang te gaan.

De negen kilometers die ons voorgeschoteld zijn, blijken er ruim tien en een halve te zijn en het duurt dus tot vijf vóór half vier, een half uur eerder dan de groep aankomt, eer we opgelucht de voetbalkantine binnenlopen. Volgens de GPS hebben we in totaal 23,8 kilometers afgelegd, dus niks om ons over te schamen. We drinken en rusten wat en net vóór ik in de auto stap, komen mijn wandelgenoten ook binnen. Op dit moment weet ik nog niet dat er een vrachtauto op mijn route gestrand is en dat ik daardoor pas twee uur later met veel fileleed thuiskom.
 Quirinus


AMERSFOORT  SOP-NATUURTOCHT  14 OKTOBER 2015 10 KM

Heine heeft nog een vrije dag en ik zie er ook wel brood in om naar Amersfoort te rijden voor de zoveelste SOP-tocht. Het begint niet al te best, want op de A27 raken we in de file en we komen nog maar amper op tijd. Maar het loopt goed af en we horen in het geroezemoes Rolf zeggen dat hij ons een fijne dag toewenst. Op het laatste moment sluiten zich nog twee wandelaars bij ons aan en gaan we met 92 waaghalzen om tien uur op pad.

Al gelijk in het begin lopen we tegen enkele pittige heuveltjes met boven de grond uitstekende boomwortels en venijnige stompjes op en daar ik nog niet op adem ben gekomen van de rit hier naar toe, kom ik boven gekomen te hijgen als een postpaard. Even dreig ik nog even ondersteboven te gaan, maar gelukkig worden mij enige helpende handen toegestoken en blijf ik op de been. Maar de schrik zit er goed in en ik denk terug aan vorige valpartijen met heftige gevolgen. Gelukkig blijven deze mij nu bespaard, maar de angst zit er goed in en ik kijk dan ook steeds naar de grond.

De route vervolgend komen we langs protserige buitenverblijven van de meer gegoede burgers. De voor de huizen gelegen grasveldjes zijn als een biljartbal zo glad en omringd met prachtig geschoren hagen. Maar wij gaan er snel aan voorbij, alsof het ons niet interesseert dat hier een deel van onze belastingcenten in opgegaan zijn. In de haast neem ik vlug nog wat foto's om later thuis nog eens te bekijken. Verder genieten we van deze prachtige en unieke bosrijke omgeving, waar Rolf de meest kronkelige paadjes aan elkaar heeft weten te koppelen om tot een aaneen gesloten route te komen.

Na ongeveer een uur krijg ik de gelegenheid om via een iets kortere weg bij Rolf te komen die met een paar manden appels ons staat op te wachten. Onderuit gezakt op een stoeltje wacht ik hier op de groep om mij weer aan te sluiten. En als ik zie hoe de wandelaars over een smalle en onstabiel lijkende plank over de bermsloot moeten geraken, ben ik blij dat ik deze beproeving niet heb hoeven te doorstaan. En tot overmaat van ramp begint het nog te miezeren ook. Onze weermannen hebben ons gisteravond nog geprobeerd te overtuigen dat de regen zou uitblijven tot laat in de middag, maar als zo vaak zaten zij er flink naast. Net als ons nationale voetbalelftal trouwens dat kansloos ten onder ging tegen een op papier mindere tegenstander.

Als iedereen zijn of haar appeltje te pakken heeft, trekt de stoet verder het bos in met mij ergens in de achterhoede. De vaart zit er goed in. Ook de regen laat zich steeds meer gelden. Het is dat het bladerdek een groot gedeelte opvangt anders hadden we in onze schoenen kunnen soppen. Ik zie het met lede ogen aan en bedenk dat ik geen enkele verplichting heb en mijn eigen baas ben. Dus als we na een tiental kilometers bij de 'grote rust' zijn aangekomen, smeed ik een plannetje om aan de nattigheid en viezigheid te ontkomen. Vraag aan de mij omringende dames of zij het zonder mij kunnen redden en bij een positief antwoord vraag ik aan Rolf of hij nog een hulpje kan gebruiken. Rolf heeft geen bezwaar tegen mijn aanwezigheid en als het wandellegioen na een goed half uur vertrekt, ga ik bij Rolf in de auto en houden we ons babbelend bezig tot op negen kilometer verder koeken en drinken wordt uitgedeeld.

Als de groep voor de laatste etappe van zes kilometer de heuvel opgaat, ruimen wij de rommel op en rijden naar het eindpunt van deze wandeltocht. Hier wachten we tot de wandelaars de klus geklaard hebben en ik met Heine het volgende fileprobleem tegemoet kan zien.

 

Quirinus.

'2e MOOI ZWIJNDRECHT'  30 SEPTEMBER 2015  20 KM

Er is geen koe zo bont of er zit een vlekje aan. Een waarheid als een koe, maar aan deze dag kleeft geen enkele smet. Of je zou het over de slapeloze uren van de nacht ervoor moeten hebben. Constant lig je te woelen en te draaien en denkt aan van alles wat zou kunnen gebeuren om roet in het eten te strooien. Maar niks van dit alles, alle zorgen voor niets.

Als ik om kwart voor negen in Xiejezo, het startlokaal aan de Grote Beerstraat, verschijn, ben ik niet de eerste. Het inschrijf- en ontvangstcomité zit in vol ornaat op mij en de overige deelnemers te wachten. Coby en Henk voor het inschrijven en het kasbeheer en Klaas als stempelaar en praatjesmaker. En niet te vergeten, mijn Olijfje, als promootster en klantentrekster. Zij heeft haar taak achter de schermen goed uitgevoerd, want er komen uiteindelijk 76 personen op het evenement in deze uithoek van land af.

Met deze groep gaan we na een wat rommelig begin op pad in de richting van het Noordpark waar vele kunstenaars hun kunstwerken voor het grote publiek aan de oever van het befaamde 'drie rivierenpunt' hebben uitgestald. Dit moment van de dag is het juiste om iets dergelijks te bekijken. Door de niet te hoog staande ochtendzon beschenen tegen het herfstachtige groen van het park en het geluid van het kabbelende water in beroering gebracht door de oostelijke wind is het net een film die aan je voorbij trekt. De reacties van 'mijn gasten' zijn dan ook vol lof over deze locatie. Vervolgens is het zicht op de oudste Hollandse stad dat de wandelaars stil van bewondering maakt. Was het niet onze eigen koning die dit punt om Dordrecht te betreden had uitgezocht? Deze koninklijke belangstelling maakt het dubbel zo aantrekkelijk. De televisiebeelden van toen wegen niet op tegen deze werkelijkheid.

Wat volgt is de wandeling langs de waterkant. Eerst het Veerplein met zijn hobbelige keitjes en het Maasplein met zijn majestueuze hoogbouw. De gemeente heeft er destijds goed aan gedaan om dit pad open te stellen voor het publiek. En ik, als wandelaar, maak er regelmatig gebruik van. Waar kom je zo dicht bij de schepen als hier? Je kijkt als het ware bij de schippers op tafel. En laat ik niet vergeten de blik op onze 'Zwijndrechtse Brug'. Van verre zien we de witte kleuren reeds schitteren in de zon. Ik vertel mijn wandelaars dat er jarenlang strijd is geleverd over de naam. Onze overburen claimden het als hun brug, maar uiteindelijk heeft onze gemeente het gewonnen, want van waaruit komt het silhouet het beste uit de verf?

Na deze indrukken en lichtelijk vermoeid komen we onder de Stadsbrug en zorgen mijn vrouw en onze Trudie dat ze aan hun trekken komen met drinken en een speculaaspop om op te knabbelen. Ook al gelooft niemand van ons gezelschap nog in het bestaan van de Goedheiligman, de geneugten laten zij zich niet ontgaan. Een kwartier is er voor deze onderbreking uitgetrokken en dan wordt de tocht voortgezet langs wat ik noem 'de oudste nieuwbouw' van Zwijndrecht. Onder de dijk lopend zien we ter linkerzijde één der oudste industrïen van onze gemeenschap. Een slim gekozen locatie aan het water met verbinding tot een ver reikend achterland. Aan de andere kant worden de oude woningen omgetoverd tot moderne huisvestigingen. Tijdens de renovatie geeft dat een wat rommelige aanblik, maar de resultaten zijn verbluffend.

Enkele kilometers verder, nabij het Fazantplein, verlaten we de dijk en gaan richting de andere gezichtsbepalende rivier, ons aller Devel. Een water om trots op te zijn, want nergens anders vind je zoveel natuurschoon op zo'n kleine oppervlakte. Er is werkelijk alles aan gedaan om hier een uniek wandelgebied van te maken. En dan de schat aan bloemen in het Arboretum, helemaal door vrijwilligers onderhouden en 'up to date' te maken. Wij lopen er al slingerend doorheen en steken over naar de, misschien wel oudste weg van Zwijndrecht, de Munnikensteeg, waar de manege, de Hoge Devel', zich gevestigd heeft. Hier, in de ruim opgezette kantine, genieten we van onze 'binnenrust'. Ruim een half uur is hier voor uitgetrokken en die tijd hebben we hard nodig om aan onze trekken te komen. Wandelen maakt hongerig en het middaguur heeft al geslagen. De vrijwilligers van de manege, niet gewend aan zo'n grote toeloop, doen wat ze kunnen om alles in kannen en kruiken te krijgen en de wandelaars in 'hun natje en droogje' te voorzien.

Voldaan en uitgeleide gedaan door de manegestaf gaan we verder op ons pad. We zijn immers nog maar op de helft. Het Develbos is de volgende attractie. Bewust heb ik hier slechts enkele van de vele paden uitgekozen. Voor mezelf heb ik deze route een 'rondje om het meer' genoemd. Daarna trekken we de 'Munnikendevel' door om na dit unieke natuurgebied op de Lindenweg uit te komen. Over het gloednieuwe fietspad gaan we de kant van Heerjansdam op, maar na het viaduct steken we over en maken we dankbaar gebruik van de toestemming die boer Groenenveld mij gegeven heeft om via zijn land naar de Lindtsedijk te gaan. Tussen de velden met hoog opgeschoten spruitenplanten en tussen de stallen op het erf door kan ik zo een heel eind afsnijden. Anders had ik via de Develsluis gemoeten en een andere route terug moeten kiezen.

Op de Geerweg, nabij de opgestapelde rioolbuizen, staan onze lieve verzorgsters weer op ons te wachten met een banaan en weer wat te drinken. En volgestouwd met vitamines kunnen we aan het laatste traject beginnen, een rondwandeling door de 'Hooge Nesse' van drie kilometer om daarna verder te gaan over de Geerweg. Ook het laatstgenoemde natuurgebied krijgt veler bewondering en lof toegezwaaid. Zwijndrecht heeft zoveel te bieden. De wandeltocht wordt vervolgd door achter het weinig gebruikte wandelpad achter de huizen langs in de richting van de Devel te volgen. Deze keer gaan we via de Lindenweg in de richting van ons eindpunt, kruizen het riviertje via de brug bij Oudeland en gaan over de 600 meterlange Valeriussingel naar de monumentale Pietermankerk. Menige bewonderend blik wordt naar  dit kerkje in het voorbij geworpen, maar Henk, die de leiding in handen heeft gekregen, heeft trek in bier en wil verder.

Bij het beroemde kerkje steken we over de andere zijde en gaan het viaduct onderdoor en aan de andere zijde langs de spoorlijn lopend zakken we af naar de Jupiterstraat en de Grote Beerstraat om in Xiejezo het einde van deze 25 km lange tocht af te sluiten.
Quirinus

 

In het Nedersaksische Ee op de Westflank van de Veluwe en de Zuidelijke Gelderse Vallei (een gebied van 32.000 hectare gekenmerkt door stuwwallen, bossen, heidevelden en zandverstuivingen) begon onze tocht. We verzamelden in het al oude clubgebouw van de wandelvereniging ’Blauw-Wit’, waar enkele club vrijwilligers ons vlot bedienen. Het gebouw ligt midden in een oude woonwijk verscholen achter de huizen. Dat betekent dat je bijna je auto niet kwijt kan, zeker niet als er 77 deelnemers komen opdagen. Als we van start gaan is het zonnig, maar donkere wolken beloven niet veel goeds. Eerst wandelen we door een gedeelte van het centrum over de Molenstraat, waar de achtkante ’Concordia-molen’ uit 1865 prijkt. In 1607 stond hier al een eerste molen. We maken even een ommetje door een van de oudste gedeelten van Ede. We passeren de markt , eigenlijk het hart van Ede. Aan de overkant van de markt staat de statige Ned. hervormde kerk, waarvan de oudste vermelding uit 1216 stamt. Als je er naar binnen gaat, is hij ook schitterend. Er is een bijzondere preekstoel met een geel, koperkleurige zandloper om vooral predikanten er op te wijzen niet te langdradig te zijn. Legendarisch is het verhaal van een predikant die zag dat zijn tijd bijna om was. Hij draaide de zandloper en zei: ”Gemeente, we nemen nog een glaasje " Als we het centrum verlaten, komen we bij de drukke N224 en steken deze gezamenlijk over. We lopen een klein stukje richting Otterlo. Even later  zitten we midden in het bos tussen statige bomenrijen. We gaan over paden waar de heel dikke stammen soms grillig aandoen. Het eerste stuk leidt ons langs de rand van het bos. Dan gaan we de heide op, waar al spoedig een wagenrust is. Een sapje en hapje heeft Casper voor ons geregeld. Vandaag zijn er veel nieuwe gezichten uit de omgeving bij  onze groep. Ik vind het leuk om kennis met hen te maken. Na een korte pauze lopen we verder over de heide….. op naar het Belgenmonument. Twee geweldige zwerfkeien op elkaar herinneren ons aan het Belgische vluchtelingenkamp uit de tijd 1914-1918. Toevallig hebben ze er afgelopen zaterdag nog kransen gelegd. Even pas op de plaats. Gelijk denk ik aan de vluchtelingenstroom, die nu zo in de belangstelling staat. Je zal maar geen huis of goed meer hebben. We gaan verder over de hei met zijn mooie luchten via smalle, soms lastig begaanbare paadjes. Er ontstaat een lang, kleurig lint van wandelaars. Er is op een aantal plekken nog iets van de kleur van de heide zichtbaar. Nog steeds zijn de weergoden ons goed gezind. Menigeen heeft dan ook het zweet op zijn voorhoofd staan, als we op zo’n twaalf kilometer aankomen bij het ’Natuurcentrum Veluwe’, waar de grote rust is. Geduldig worden we geholpen door ook nu weer vrijwilligers, die ons voorzien een natje dan wel droogje. Hier zijn ook allerlei dingen, die met de natuur te maken hebben, voor weinig geld te koop. Van de opgezette dieren worden foto’s door ons gemaakt. Dan verlaten we, nadat we de vrijwilligers bedankt hebben, het centrum weer. Er is immers nog een stuk te gaan. Wederom steken we de N224 over en staan bij het ’Airborne-monument’, waar afgelopen zaterdag de dropping en herdenking plaatsvond. Hier wordt op de 17e en 18e september de luchtlanding uit 1944 herdacht. Honderden parachutisten springen nog jaarlijks uit oude Dakota’s; een bijzonder schouwspel. Dit jaar voor de 71emaal. Oud-militairen, hoogwaardigheidsbekleders, maar ook kinderen leggen kransen… ”Opdat wij niet vergeten”. Na menig foto gemaakt te hebben, gaan we weer verder. Als we de ’Zuid-Ginkel’ verlaten wandelen we de Heidebloemallee in, waar onder diezelfde naam zich een natuurplas bevindt. Nu op naar de ’Noord-Ginkel’. We passeren ’De Hindekamp’ en ook hier weer een ven: ’De Plas van Gent’. Even verderop ligt de bekende ’Kreelse plas’. Het is tevens de grootste plas hier. Daar wandelen we over een vlonder langs de rietkraag. Via een lastig opstapje verlaten we de plas en wandelen we weer op de Oude Kreelseweg over de Ederhei nu richting de Koeweg. Als we er aankomen, gaan we linksaf. Rechts zouden we naar Otterlo wandelen. We komen op een punt waar vanmorgen ook de wagenrust was. We gaan dus ook nu weer even zitten om ons voor te bereiden op het laatste stukje. Als we de Otterlose weg oversteken en door het ’Edese bos’ gaan, komen we op ’Landgoed Kernhem’ aan, een gebied dat bekend is vanuit de 18e eeuw. Er is daar een doolhof aangelegd .Hier is tevens een vleermuizenreservaat. In de voorbereiding van deze tocht heeft Casper, de uitzetter van de tocht, een legende over een hier liggende bloedsteen gelezen. Hij laat de groep stilstaan om naar zijn verhaal te luisteren. Er werden op de steen mensen- en dierenoffers gebracht aan de goden. Plotseling pakken enige sterke mannen hem vast en vleien hem op de steen neer. We offeren symbolisch onze parkoersbouwer. Het is een hilarisch gezicht. Natuurlijk wordt dit ludieke moment voor het nageslacht vastgelegd. Na deze leuke, korte onderbreking is er nog zo’n twee kilometer te gaan. Als we weer bij ’Blauw-Wit’ arriveren, bedanken we het comité en Casper voor de mooie tocht. Als ik naar huis rijd begint het te regenen. Weer hadden we alles mee, want tijdens de tocht bleef het droog.

 

Hennie Roelofsen

 

RAVENSTEIN MAASDORPENTOCHT  16 SEPTEMBER 2015  25 KM

Het is een hele rit om naar Ravenstein te rijden, maar omwille van Frits heb ik het ervoor over. Ook de weersverwachting ziet er niet al te best uit. Volgens de buienradar houden we het vandaag niet droog. Afijn, Heine heeft nog een vrije dag en is nog nooit in Ravenstein geweest, dus is dit de kans van zijn leven om het aangename met het sportieve te verenigen. Om acht uur neem ik afscheid van de achterblijfster en pik Heine een kwartiertje later op om samen de reis te maken. De tomtom wil ons steeds een andere richting insturen, maar ik heb zo mijn eigen route. Het is druk, maar niet hinderlijk, zodat we redelijk op tijd op de plaats van bestemming zijn.

In het ruime zaaltje van 'Vidi Reo' zijn al heel wat mensen aanwezig, maar reeds bij binnenkomst zie ik 'mijn Olijfje' zitten. Dat maakt de dag met zijn lange ritten en slechte weersverwachting ruimschoots goed. We verrichten de administratieve rompslomp in een handomdraai en ik voeg mij bij mijn wandelvriendin voor een vrolijke babbel alvorens het sein tot vertrek gegeven gaat worden. Langzaamaan komen er meerdere wandelaars binnendruppelen, maar bij 52 stuks houdt de toestroom op en hier zal Frits met zijn organisatie het mee moeten doen. Voor ons, als wandelaars, een mooie overzichtelijke groep met weinig oponthoud bij de oversteekplaatsen. Voor de organisatoren een mager aantal en misschien net niet genoeg om uit de kosten te blijven.

Om tien uur gaan we naar buiten en krijgen van Frits een korte uitleg te horen over hetgeen ons vandaag qua route te wachten staat. Vervolgens klinkt het fluitje van Henk ten teken dat we op pad gaan. Ik tracht voor in de groep te geraken, omdat deze positie enig voordeel zou opleveren. Zelf heb ik het zo nog niet ervaren, dus ga ik maar af op de beweringen van diegenen die er meer verstand van zeggen te hebben. Aanvankelijk loop ik naast Olijfje voort, maar algauw word ik door anderen verdrongen, want zij is erg geliefd in de wandelsport. Ondanks de dreigende vooruitzichten van de weerprofeten, ziet het er niet slecht uit. Het is weliswaar bewolkt en lijkt het er niet op dat de zon door het wolkendek heen zal breken, maar het voelt matig zomers aan met een temperatuur die ons enigszins doet zweten. En van wind is er nauwelijks sprake.

Als gewoonlijk zet Henk er stevig de pas in en binnen de kortste keren staan we voor de trap die ons naar boven de brug op moet leiden om ons aan de Gelderse kant van de Maas te brengen. Boven gekomen hebben we een prachtig uitzicht op de onder ons langs stromende rivier. Een enkel schip tornt zich in de stroom op en ondervindt de zware regenval van de laatste tijd in de bovenstroomse gebieden. Het zal de schipper moeite kosten om 'boven' te komen. Ons kost het geen enkele moeite om aan de andere kant de trap af te dalen en weer vaste grond onder de voeten te krijgen. Alleen moet ik er een paar vieze handen voor over hebben. De leuning wordt kennelijk weinig gebruikt en is groen uitgeslagen. En met 'losse handen' zoals de meesten van ons doen, durf ik niet uit angst voor vallen.

Heine komt tijdens de wandeling regelmatig bij mij lopen en belt ook zijn moeder om te vertellen dat hij het hier zo mooi vindt. Ik moet hem gelijk geven, want het is ook een prachtig gebied met zijn verspreid staande boerderijen in het frisse groen. En op de top van de dijk lopend hebben we ruim uitzicht de polder in met in de verte molens en kerktorens die de einder onderbreken. Het is soms net een schilderij. Wat ook opvalt is de reinheid rondom. Geen zwerfvuil of andere rommel. En Frits heeft het best voor elkaar met zijn verharde paden, ook als de route van de dijk afwijkt de uiterwaarden in om tussen de daar achter liggende akkers door te gaan. Er is genoeg te zien en het is dan ook geen wonder dat Heine zo enthousiast is. En hij is het niet alleen, want  meerderen hoor ik het zeggen.

Bij de wagenrust heeft Sonja een stoel voor mij vrij gehouden en ik kan vorstelijk zitten als ik door foto' s te maken iets later daar arriveer. Wat zijn zij toch lief voor mij. Dat zijn dan de prettige kanten van het 'ouder worden'. Na deze korte onderbreking van het lopen gaan we er weer met frisse moed tegenaan op weg naar de grote rust halverwege. Maar eerst moeten we nog aan de andere kant van de Maas zien te komen. Heine verheugt zich er al op dat hij mag varen, want de overtocht zal met een pont geschieden. Naarmate we dichterbij het veer komen, lijken we sneller te gaan lopen. Of zou het vermoeidheid kunnen zijn. Ik weet het niet. Feit is dat ik steeds meer achterop geraak. Frits als trouwe waker blijft bij mij en geleidt mij naar de oever waar de pont reeds onder stoom ligt. Zo gauw ik een voet aan boord zet, vaart het vaartuig af en begint aan de overtocht. Een tochtje van minder dan niks, maar het scheelt een heel eind zwemmen.

Als we allemaal veilig van boord zijn, gaan we Megen in om onze rustplaats, een voetbalkantine, op te zoeken. Het is inmiddels half één geweest en tijd voor een onderbreking. Heine zorgt ervoor dat ik mijn glas thee krijg en ik zak een beetje onderuit, maar aan slapen kom ik niet toe, daar is de tijd tekort voor. Het halve uur dat ons is toebedacht, vliegt voorbij. En als Henk zijn fluitje roert, staan we weer gewillig op om hem naar buiten te volgen. Het is nog steeds droog, hoewel de natuur naar regen neigt. Het vee zoekt schuilplaats onder een boom en ten zuiden van ons is het de lucht die erop duidt. Inktzwarte wolken reiken naar de aarde en algauw vallen de eerste druppels, gevolgd door vele anderen, op ons neer. Als bij toverslag komen de poncho's en paraplu's tevoorschijn. Tot aan de volgende wagenrust, op iets meer dan een uur afstand, valt het nog mee. We worden nat, maar meer ook niet.

Nabij een oud kerkje, de naam ben ik jammer genoeg vergeten, staan Frits en Wim ons op te wachten en kunnen we limonade krijgen. Ik doe het maar met water, want dat verdraagt mijn maag beter en ik wil toch gezond de eindstreep halen. Sommige wandelaars hebben nog puf genoeg om het kerkje van binnen te bezichtigen, maar ik maak mij zorgen om het laatste traject. Komt er nog meer van die nattigheid naar beneden en zal ik het volhouden? Vroeger zou ik om een afstand van zes kilometer gelachen hebben, maar nu zie ik er toch enigszins tegenop. En het zijn zes kilometers die mij scheiden van de verlossende eindstreep. Eenmaal weer op pad barst de bui pas echt los. Met bakken is geenszins overdreven. Steeds meer voorover gebogen probeer ik het tempo van de groep bij te houden. Een dringende roep naar 'boven' om het op te laten houden, wordt beantwoord met nog meer regen. Mijn rug protesteert en ik moet afhaken. Een paar strekoefeningen tegen een paal helpen voor even, maar net als de regen houdt ook de pijn niet op. Wim, die steeds bij mij blijft, kan mij niet helpen. Ik moet dit zelf oplossen. En op het moment dat ik helemaal 'op' ben, vraag ik Wim om Frits te bellen om te vragen of hij mij op kan halen. Slechts een goede duizend meter voor het einddoel moet ik het opgeven. Het is niet anders. En terwijl het water blijft neerstorten stap ik in en laat mij naar 'Vidi Reo' brengen om daar op verhaal te komen en de andere wandelaars bij binnenkomst welkom te heten.
Quirinus.

 

 

RONDJE NIJKERK  9 SEPTEMBER 2015  19 KM

In de hoop dat er meerdere van mijn wandelmaatjes die kant op zouden gaan, wordt ik teleurgesteld, dus zal ik zelf de 100 km moeten overbruggen. Om kwart over acht stap ik in de auto en wonder boven wonder, krap een uur later sta ik bij de Berenkuil in Nijkerk, van waaruit Hans zijn wandeling wil laten beginnen. Binnen blijk ik niet de eerste te zijn, want als no. 38 schrijf ik in. Gerrit zorgt voor de thee en tezamen voegen we ons bij Sonja om met haar een geanimeerd gesprek over allerlei zaken te bespreken tot de tijd van opstappen is aangebroken.

Tegen de klok van tien uur volgen we de andere Soppers naar buiten om daar van Co te vernemen dat onze vriend, Hans van de Mast, er slecht aan toe is en op korte termijn het tijdige voor het eeuwige zal verruilen. Diep onder de indruk van dit trieste bericht verlaten we het terrein van de startlocatie en gaan met de 81 deelnemers op pad voor het 'Rondje Nijkerk'. Ik ben zomers gekleed en voel dat het toch nog fris is in de oostelijke wind en zoek dan ook beschutting in de groep. Ook voel ik dat de benen nog wat zwaar aanvoelen na het 'voorlopen' van mijn tocht die gisteren heeft plaatsgevonden.

Gelukkig hebben we aanvankelijk de wind nog meest in de rug en die helpt mij over mijn vermoeidheid enigszins heen. Ook de gesprekken met de medewandelaars dragen daar een steentje aan bij. Het lijkt er zelfs op dat ik erin zal slagen deze tocht zonder problemen te volbrengen. Bij de wagenrust laat ik mij de gevulde koek en het pakje sap goed smaken. Tot hier toe heb ik weinig aandacht aan de omgeving kunnen schenken. Mijn gedachten waren meest bij Hans in doodstrijd hier niet ver vandaan. En ook mijn gesprekken gingen hier vaak over. Trouwens, het is niet de eerste keer dat ik hier kom en de omgeving is mij genoegzaam bekend. Daarbij komt dat ik nog steeds de angst in mij heb om te vallen. De gevolgen van de val in Mijdrecht zijn nog merkbaar en daarom is mijn blik meest op de grond gericht.

Nadat we van de dijk zijn afgedaald en tussen de landerijen lopen, wordt het in mijn luchtige kleding aangenamer, hoewel de zon vaak schuil gaat achter grote wolkenpartijen. Hans leidt ons even verderop over een 'boerenplank' die twee oevers met elkaar verbindt. Ik waag mij niet aan dit avontuur, dat bij mij herinneringen uit mijn jeugd naar boven haalt en ik 'kopje onder' ging. Ternauwernood ben ik toen door mijn zus aan mijn haren boven water gehaald. Enkele meters verderop staat een hek uitnodigend open en daar maak ik dankbaar gebruik van. Wat hierna volgt, herinner ik mij van vorige tochten niet. Enkele honderden meters banjeren door hoog nat gras dat aan je voeten zuigt. Het tempo ligt nog steeds vrij hoog en ik doe mijn uiterste best om in de groep te blijven, hoewel het mij de grootste moeite kost.

En even verderop nogmaals zo'n 'groen stuk' in de wandeling. Met de tong op de schoenen bereiken we de bebouwde kom van Bunschoten/Spakenburg, uitgegroeid tot een echte toeristenplaats. In mijn kinderjaren waren dit twee aparte gemeenten die soms op leven en dood met elkaar in gevecht waren om kleinigheden. De tocht, aangevoerd door ons aller Henk, voert ons via allerlei straatjes naar de 'binnenstad' waar we uitgenodigd worden om op één der vele terrasjes neer te strijken en er de 'grote rust' te houden. Aanvankelijk komen Gerrit en ik op een 'verkeerde' stoel terecht en mogen we niet bediend  worden. We verplaatsen ons naar een tafeltje verder en daar wordt de bestelling wel opgenomen. Het duurt nog tot onze tijd bijna om is, alvorens het bestelde wordt gebracht.

Als het fluitje klinkt, ben ik nog bezig de hete thee naar binnen te werken, maar kom toch gehoorzaam overeind om de terugweg aan te vangen. We lopen langs de havens en ik zie dat ook hier het toerisme hoogtij viert. Van de oorspronkelijke vissershaven is niet veel meer over, want jachten en pleziervaart hebben het havencomplex uitgebreid tot ongekende grootte. Toch ontdek ik nog een klein vissersscheepje uit Volendam, dat hier mogelijk voor beschutting is binnengelopen. Net als mijn Opa destijds met zijn botter deed toen hier de volle Noordzee achter de golven aanjoeg. Bemanning was aan boord niet te ontdekken, dus kon ik mijn kennis van het Volendamse jargon niet spuien. Na dit rondje trekken we weer de dijk op en lopen tegenwinds terug naar Nijkerk.

Op de lange haast rechte dijk luister ik ernaar hoe enkele wandelaars voor mij uit de doeken doen wat er aan de spelers en speelwijze van het Nederlandse voetbalelftal mankeert, terwijl ik steeds verder met mijn neus naar het wegdijk wijs. Ik steek toch niet zo goed in mijn vel als ik aanvankelijk dacht te steken. En bij het punt gekomen waar we vanmorgen de polder introkken en de dijk op de kruin inkrimpt tot de halve breedte, krijg ik het nog moeilijker. Elke keer als er fietsers willen passeren, wijken wij als wandelaars uit naar het grasgedeelte. Dit switchen valt mij zwaar. Dus bij het stoomgemaal waar Hans een rust heeft ingelast, geef ik de pijp aan Maarten en vraag aan Gerda of ik met haar mee terug mag rijden naar Nijkerk. Verder lopen zou een kwelling zijn geworden en is niemand mee geholpen. Volgende keer beter, zal ik maar zeggen.

Quirinus.

Bij het gezellige restaurant ’de Berenkuil’ aan de rand van Nijkerk was vandaag de inschrijving. Het is een heel mooie locatie met een prachtige visvijver erbij, waar je de hele dag je kan uitleven wat het vissen betreft. Maar daar kwam deze groep niet voor, al zou ik dat best een keer willen met de groep. Eenentachtig deelnemers  zijn er vandaag.  Direct na de inschrijving is er een huldiging. Een van de wandelaars krijgt een certificaat voor 24 keer meewandelen uitgereikt. Daarna wordt Henk, de voorloper van de groep, uitbundig  toegezongen vanwege zijn 75e verjaardag, die hij enkele dagen geleden beleefde. Met recht nog een extra toetje voor deze kanjer. We gaan al gelijk met een stevig tempo van start door het hart van Nijkerk. We komen langs ’De Waegh aan de Kolk’,het mooie statige gemeentehuis met op de gevel een embleem van de stad Nijkerk, langs de terrasjes met soms heel sprekende namen, zoals ’Den Volle Buick’. We arriveren bij de haven, De Arkervaart, het industrieterrein met hier en daar hoge gebouwen met silo’s en overal bedrijvigheid van laden en lossen van boten. Dan verlaten we de Westkadijk. Als we de drukke A28 overgaan, wandelen we de polder van Akemheem in. Een polder met schitterde vergezichten… eindeloos kun je hier turen. Soms zie je nog wat nevel, maar de zon is duidelijk aanwezig… het voelt goed. Net voor het buurtschap Nekkeveld is een wagenrust. Vrienden van Hans, die de tocht heeft uitgezet, zorgen voor een natje en een droogje. Er is dus even een korte stop. Van Nekkeveld is bekend dat amateurarcheologen in 2007 meenden, dat duikers fundamenten hadden gevonden van kasteel Hulckesteijn. Later zou blijken dat ze kloostermoppen aangetroffen hadden. Dan komen we bij het Eemmeer en buigen af naar links, richting  Bunschoten-Spakenburg.  Wederom wandelen we door de polder via strakke, lange wegen waar we soms een boze automobilist tegen komen, die ons op onverantwoorde wijze passeert. Die is zeker met z’n verkeerde been uit bed gestapt. Wij in ieder geval niet. Heerlijk genietend naderen we zigzaggend Bunschoten-Spakenburg.  Het is helemaal in elkaar gegroeid Bunschoten, het boerendorp aan de zuidkant, en Spakenburg, het oude vissersdorp aan de Zuiderzee/ nu Eemmeer. Jammer dat de klederdracht er ook bijna verdwenen is. Alleen op speciale dagen wordt het nog veelvuldig gedragen. Als we in het centrum aankomen is het gezellig druk. De organisatie geeft ons voor zo’n drie kwartier vrijaf. Iedereen zoekt op de vele terrassen een plekje. We hebben zo’n 13 kilometer erop zitten, dus tijd voor een hapje en of drankje. Lekker keuvelen we over al het moois wat we hebben gezien. Een lieftallige jonge dame bedient ons en als we gezamenlijk hebben afgerekend wordt het tweede deel van de route opgepakt. Dit nadat we een waarschuwing hadden gekregen per fluitje; sein voor vertrek. We vertrekken richting de havenstraat. Botters te kust en te keur hier en ook een werf waar de boten voor een deel in het water liggen en deels op de kant. Van de oude haven gaan we naar de jachthaven met aanlegsteigers. Hans laat ons een extra rondje maken om maar vooral niets te missen van al dit moois. Net voor het bottermuseum verlaten we het schilderachtige dorp en gaan de Oostdijk op. Aan de overkant zie je de jachthaven van de Eemhof met daar achter in de bossen het bekende vakantiepark Aqua Mundo de Eemhof. Natuurlijk hebben we al de nodige kiekjes genomen vandaag. We komen bij een pad waar we voor de pauze ook al waren, dus wandelen we dit stukje dubbel.Bij een splitsing gekomen gaan  en het waterkeringpad op. Plotseling zie ik een witte reiger staan. Als ik heel goed kijk zie ik dat het de kleine zilverreiger is, die je toch niet zo heel vaak ziet. Het verschil met de grote is de zwarte snavel; de grote heeft een gele snavel. Dan komen we bij het Nijkerkernauw waar het stoomgemaal ’Hertog Reijnout’ zich bevindt. Boven aan de dijk is de tweede wagenrust. Sommigen blijven zitten, maar toch gaan de meesten een kijkje nemen bij het gemaal. Ook ik ben blijven zitten maar bij navraag hoor ik dat het een schepradgemaal is, dat nog zo’n 12 keer per jaar op stoom gebracht wordt. Het is in 1882 gebouwd en is cultureel erfgoed. Dan vervolgen we de weg langs de zeedijk tot het sluishuis d’Het Ampt van Neijkerk’. Bij toeval zitten de slagbomen dicht en passeert een flinke schuit de sluis. Natuurlijk schiet ik ook hier weer m’n kiekjes. Nog een stukje langs de Arkervaart,  waar menig wedstrijdvisser op een stoeltje zit. Ze hebben een hengel en rondom hen staat en ligt allerlei ingewikkelde apparatuur.  Kort daarna gaan we nog over een deel van het industrieterrein en bereiken we ’De Berenkuil’ weer een mooie tocht rijker. Gelukkig hebben we de foto’s nog als herinnering.Dank aan het comité en natuurlijk Hans met zijn vrienden (de mensen van de catering), en allen die aan deze tocht hebben meegewerkt .Dan nemen we afscheid en gaat een ieder zijn weegs.

 

Hennie Roelofsen

 

Tussen de Amstel en de Drecht was de laatste wandeling vanuit Mijdrecht die Chris organiseerde. Nou, daar moet ik toch bij zijn.  Het is daar zo mooi om te wandelen. Dat blijkt ook wel want de 65 deelnemers komen uit het hele land. Sommigen waren uren onderweg om er te komen met het openbaar vervoer. Twee weken geleden hebben we er ook een tocht gewandeld, maar deze was weer op een andere wijze mooi. Na een korte uitleg gaan we van start richting Wilnis. Bij de kerk van Wilnis ontstaat enige verwarring  als we de Oudhuijzerweg ingaan.  De ene begeleider wil de gekozen route vervolgen de ander zegt: ” Terug”. Dat laatste blijkt te kloppen. We wandelen weer langs de kerk de Wilnisse Zuwe op, die ons in het mooie polderlandschap brengt. Na enkele kilometers is de eerste wagenrust.  Even de benen strekken en wat drinken. Vanwege mijn omvang laat ik vandaag de koek maar eens liggen en neem een pakje drinken van de voorraad die Chris heeft uitgestald.  Maar na deze heerlijkheid gaan we weer verder.  Het is heerlijk wandelweer, al zie je in de verte hele donkere stukken wolken aan de horizon verschijnen. Maar ik hou me maar vast aan het weer bericht ’s morgens: nog kans op een bui en ’s middags volop zon.  Bij diverse boerderijen neem ik een kiekje. Overal zie je slootjes ….wat een waterrijk gebied. Tot 1795 was het allemaal plassen en sloten hier. Daarna is het door de boeren op veel plekken drooggelegd en ontstond er bebouwing. Dan, als we op nog geen kilometer van de middagpauze zijn, begint het toch te regenen. Jassen en capes worden tevoorschijn gehaald  en natuurlijk de paraplu’s. Dan komen we aan bij ’Beekhoeve’ een boerderij waar alles in het teken staat van biologisch boeren.  Je kunt er ook lekker lunchen of boerenbuffet organiseren. Men maakt er kaas en er is zelfs een opvang voor oude koeien. In de open ruimte, waar we de pauze houden, zie je boven op de zolders allemaal oude gebruiksvoorwerpen staan.  Je kan het zo gek niet bedenken of het is er.  Ik vind het een beetje rommelig. Het is druk voor de bar waar je wat kan bestellen. Zelf neem ik genoegen met wat ik van huis meegenomen heb. Nadat een ieder weer heeft bijgetankt, beginnen we droog aan de middagwandeling.  Ik meen de omgeving hier te kennen. Dat klopt, want hier liggen drie klompenpaden die ik kort geleden gewandeld heb; het Gravenslootpad, Houtdijkenpad en het Teylingenpad vallend onder Kamerik. Ook passeren we steeds buurtschappen, zoals: Aan de Zuwe , Mijzijde , Achttienhoven. Buurtschappen met iets meer dan honderd inwoners. Na de lange Grechtkade komen we bij de sluizen van het Woerdenseverlaat. Even verderop ligt de Sluis van  Slikkenveer en ook de aparte X- brug, die we overgaan. Hier kijk je zo op de Nieuwkoopse plassen. In de verte zien we de Westveense molen staan, ook dit is weer een plaatje waard. De molen dateert uit 1676 en tot 1979 bemaalde hij zelfstandig 145 hectare. Een leuk detail is dat hij voor 1989 op Utrechts grondgebied stond en nu door herindeling in Zuid-Holland. Dan door de Noordse Buurt een heel stuk langs het water. Even is daar nog een welkome wagenrust met een koek of appel aangeboden door Chris. Dan komen we in De Hoef, waar we over de voet-fietsbrug van de Kromme Mijdrecht  gaan. Zo komen we weer in de open polder richting eindpunt Mijdrecht. Daar aangekomen nemen we afscheid van elkaar en bedanken Chris en zijn vrouw en niet te vergeten het comité, dat ons weer een mooie dag heeft bezorgd.

Hennie Roelofsen

Subcategorieƫn

Copyright © 2018 Samen Op Pad . Alle rechten voorbehouden.
Joomla! is vrije software uitgegeven onder de GNU/GPL Licentie.