Verslagen GW

Even ben ik weer in mijn geboortedorp Veenendaal, bij de kantine van de voetbalvereniging D.O.V.O., waar de start  plaatsvindt van de 2e Overberg-tocht.

Over het hele land is wat mistvorming, wat soms mensen doet besluiten om het gevaar niet op te zoeken. Dus is het ook iedere keer weer de vraag zullen we het record evenaren voor wat betreft het aantal deelnemers. Ondergetekende is nr. 47 bij de inschrijving, maar met zeker nog een half uur te gaan zullen er nog wel wat meer komen. De stemming was niet uitbundig en daar was alle reden toe. Rond 10.00 uur begint Wim met de mededeling , Quirines is gevallen en heeft zijn ribben gekneusd; een pijnlijk, langdurige ongemak. Dan krijgen we te horen dat Klaas Bunschoten een hartstilstand heeft gehad. Hij is de man die samen met zijn vrouw in het wandelcomité zit en voor wie nooit iets te veel is.  Wij hopen voor hem en zijn familie op een goede afloop .

Dan na al dit droevigs vertrekken we met een bijna record van 131 deelnemers. En al gelijk zien we ondanks de mist al een voorjaars aankondiging in de vorm van een tapijt van krokussen langs de wegen; schitterend. Via de woonwijk Ruisseveen passeren we  natuurtuin Diddersgoed. Bij  voormalig buurtschap ’de Haspel’ verlaten we Veens grondgebied en gaan de Slaperdijk op. Ook al zo’n oude naam, die in 1848 al op kaart is gezet.

Na een klein stukje buigen we af en gaan de Dwarsweg op (gemeente Amerongen) en lopen  langs mooie, oude boerderijen.     Bij het Landgoed ’De Laan’ gaan we tussen een prachtige bomenrij door en is daar ineens de zon.  Ter hoogte van het Utrechtse spoor passeren we een camping met chalets; te kust en te keur. Daarna gaan we een heidegebied in. En weer komen we langs een camping ‘Het is een van de vele campings die Amerongen en Leersum rijk zijn. Ook passeren we het nog niet zo oude hotel en restaurant ’De Holle Boom’. Dan komen we weer in open gebied…. de Haarweg. We wandelen nu parallel aan de spoorlijn Veenendaal Rhenen. Aan de andere kant ligt het gehucht Overberg, waar we later op de dag ook door komen. Met uitzicht op de A12 zo’n 500 meter verderop zie je restaurant ’Bloemheuvel’ liggen. Weer gaan we de bossen van de Heuvelrug bezoeken, al gauw passeren we park ’Landgoed Ginkelduin’, een immens grote camping met een natuurbad midden in het bos. Op 12,5 kilometer, aan de Heulweg, bij partycentrum ’Het Leersumse Veld’’, dat tevens kampeerboerderij, bed & breakfast en een stoeterij is, gaan we lekker even pauzeren. Het buitenterras zit gelijk al vol, maar binnen is plek genoeg. Zelf ga ik naar binnen en gebruik wat om weer wat aan te sterken. Na dik een half uur vervolgen we de route. Precies 14 dagen terug waren we hier op enkele meters verwijderd van de plassen. Aan het eind van de Ginkelseweg staat het statige, witte ’Huis Klein Ginkel’. Daar maken we een soort haarspeldbocht en weer volgen we het Utrechtse Spoor. Even gaat het mis met de wandelroute. Ik wandelde achteraan en in een keer ben ik de voorste. Een soort Babylonische spraakverwarring van de GPS-jes zal ik maar zeggen. Uiteindelijk komen we weer in open gebied de  Bergweg te Overberg. Als we de spoorwegovergang overgaan maken we een buiging naar rechts de Haarweg op en wandelen we zo naar de kern van Overberg. In 2005 telde het dorp 1380 inwoners, maar er is heel wat nieuwbouw bij gekomen. Dus dat aantal klopt niet meer. We hebben bij de Efrathakerk, die in 1873 in gebruik genomen is, een wagenrust.  Direct wordt er menig kiekje gemaakt. Zelf ben ik er wel eens binnen geweest. Er staat een prachtig orgel met veel houten banken. Casper, de uitzetter van de route, heeft zijn auto als hapjes- en sapjeskar ingericht. Zelfs de vuilniszakken voor de blikjes en kartonnetjes heeft hij meegenomen.

Daarna is er nog een stukje te gaan richting Veenendaal; zo’n zes kilometer. Maar wel via een heel mooi stukje over de Haarweg. Vroeger noemden we het de ’Zevenheuveltjesweg’ met al die bulten in de weg. Zelf reed ik vroeger een besteleendje met loodgieters- materiaal gesorteerd in bakjes. Als ik te hard ging over de bultje kon ik alles weer sorteren.. ha, ha. En weer gaan we Landgoed ’De Laan’ in net nadat we een oorlogsmonumentje zijn gepasseerd waar twee mannen werden gefusilleerd tijdens de oorlog. Een derde die ook erbij was, werd wonder boven wonder niet gedood vertelde hij later aan Casper tijdens de voorbereiding van de wandeling. Dagelijks bezoekt hij de plek nog. Dan lopend over het landgoed naderen we de A12. Eerst moeten we nog met 131 wandelaars door een droge sloot worden geleid. Maar sterke armen trekken de wandelaars naar boven. Even zet ik alles op de film …. zie speciale map facebook. Ter hoogte van de sluizen bereiken we bij  ’De Rode Haan’ de grens Amerongen/Veenendaal/ Renswoude. Nog even een stukje langs het Valleikanaal over de Munnikenweg en zo bereiken we de kantine van D.O.V.O weer, waar het druk is vanwege de jeugdtrainingen op de woensdagmiddag. Even ga ik nog mee om wat te drinken en wat na te praten over de tocht met een droevig randje. Hopelijk horen we spoedig goed nieuws over de slachtoffers.

Hennie Roelofsen 

 

 

 

Zandvoort Sponsortocht Nieuw Unicum was de wandeling, die Johan Hut met het comité in elkaar had gezet. Net als verleden jaar was de start bij Nieuw Unicum; een uiterst modern dagbestedingcentrum waar wel zestig verschillende activiteiten plaatsvinden. Ze hebben een eigen winkeltje, dat gerund wordt door cliënten, waar van alles te koop is. Vanwege de verbouwing was het wat rommelig. Toch konden we lekker zitten en inschrijven onder genot van een kopje koffie dan wel thee. Dat hadden we wel verdiend na een reis van een dik uur. Heel leuk was de begroeting door mensen die er intern wonen. Zo wilden ze weten, ” Waar komt je vandaan?”  Een grote opkomst, zoals we gewend zijn, zou het niet worden. Maar toch stonden er 79 wandelaars aan de start. Eerst is er even de gebruikelijke huldiging… Henk ten Velde nam een oorkonde van  24 keer meewandelen in ontvangst. Dan gaan we van start in noordelijke richting via de Kennermerweg en over de Voormalige Trambaan door het duingebied aan de rand van Zandvoort. Over het alom bekende Visserspad vervolgen we de route. Je leest heel toepasselijke namen van paden zoals: het Duinpieperspad.  Er zijn stevige beklimmingen, maar ook afdalingen. Als we de vooral in de  zomer drukke Zeeweg oversteken is op een parkeerplaats de wagenrust. Koek en drankjes worden uitgedeeld en even is er pas op de plaats. De weergoden zijn ons goed gezind. Soms zien we wat zon en het is droog met een flinke bries. Vorig jaar was er wat kritiek op de parkoersbouwer, omdat we de zee niet zagen tijdens de wandeling. Deze keer heeft de parkoersbouwer ons de zee laten zien en de wind daar laten voelen. Eerst klimmen over de strandopgang en….. ja hoor daar is dan de zee. Een lang lint van wandelaars daalt af naar de vloedlijn .Met ruim zes kilometer langs het water en een  zuidwester wind pal tegen, word je soms gezandstraald. Met schuimkoppen en prachtige wolkenpartijen en een oordovend lawaai van de branding worden we beloond. We passeren Bloemendaal aan Zee. In de verte zie je de contouren van Zandvoort en nog verder Noordwijkerhout en Noordwijk aan Zee. De zee is wild en onstuimig. Allerlei troep van flesjes, kratjes, plastic en alles wat je maar bedenken kan ligt er. Ook zie je de meeuwen duikvluchten maken en een twintigtal drieteenstrandlopers is heel driftig in de weer. Ze staan geen moment stil. Je moet goed je best doen om deze rakkers op de foto te krijgen. (Calidris Alba is een vogel uit de familie van snipachtigen) Ze zijn gek op insecten, slakken, maar ook mos en wier. Als we op zo’n vier kilometer langs de zee erop hebben zitten, is het tijd voor de middagpauze en wel bij strandpaviljoen ‘De Haven van Zandvoort’.  Een geweldige accommodatie waar iedereen heerlijk warm kan zitten en genieten van allerlei gerechten of dranken. Lieftallig personeel bedient ons op onze wenken. Na een heerlijke tomatensoep met soepstengel en een drankje ben ik er weer klaar voor. Als we weer geformeerd zijn, zoeken we weer de vloedlijn op. Ook nu weer met de muts op en de handschoenen op. Inmiddels is het opkomend tij of vloed geworden; een periodieke wisseling van de waterstand die optreedt als gevolg van de zwaartekracht van de maan en in mindere mate de zon. Dat betekent voor ons dat de ondergrond losser is geworden dus rul zand wat natuurlijk zwaarder wandelt. Soms moet je rennen om droge voeten te houden. Naar ruim een kilometer verlaten we via een duinovergang het strand. Het is een zware klim over het duin. Op de top genieten weer van een prachtig panorama . Dan met de wind opzij en in de rug gaan we over de boulevard ‘Paulus Loot’.  We lopen  langs allerlei hotels en vakantieoptrekjes. We naderen Zandvoort weer. Even nog wat kiekjes maken op het Plein Strandweg met rotonde sculptuur en het Jutters Mu-Zee-um. Als je in de gelegenheid bent, ga hier dan eens naar binnen. Parfum, aanstekers, een mammoettand, hele en halve poppen,oud oorlogsmateriaal,schoenen,speelgoed,brillen,flessenpost en zo kan ik nog wel een poosje doorgaan zijn hier de  te bezichtegen. Dan gaan we door het centrum via de Kleine Krocht en langs het mooie, oude station waar de groenvoorziening al druk bezig is met het tuingedeelte. Weet u dat in 1887  er al een rechtstreekse verbinding tussen Zandvoort en Basel was? Op korte afstand zie je het gebouw van de reddingsbrigade, waarbij de mannen en vrouwen  vooral zomers veel goed werk doen. Dan wandelen we om een Centerparkgebied vlakbij de alom bekende racebaan het circuit van Zandvoort. Via de Haarlemmerstraat, waar diverse, mooie gebouwen staan met soms heel aparte gevels (de zogenaamde Seebaderarchitectuur).  komen we op de Zandvoortselaan  op het punt waar vanmorgen alles begon. Binnen hebben we nog even na zitten praten over de mooie, pittige wandeling. Er is alleen maar lof voor de uitzetter en het comité. Klokslag 18.00 uur zette ik mijn auto thuis in de garage met een heerlijk gevoel en  denkend aan een welverdiende nacht-rust.

Hennie Roelofsen

 

 

ZANDVOORT   'NIEUW UNICUM'  4 MAART 2015

           

Het is niet naast de deur, maar het weerzien met de zee lokt meer en daar heb ik drie uur autorijden voor over. Daar komt bij dat de weersverwachtingen voor vandaag naar de positieve kant doorslaan, zodat er weer iets van balans in de dagbesteding komt. Na een extra kom thee, want de start is pas om elf uur, stap ik om negen uur in de auto en begeef mij op weg het avontuur tegemoet. En na het zoveelste pepermuntje ben ik anderhalf uur later in Zandvoort. Van verre hoor ik de zee al ruizen en ik ben benieuwd hoe het weerzien met de kustlijn bij mij zal overkomen. Voorlopig is het nog niet zo ver en moet ik de administratieve rompslomp verrichten. In de grote hal die ons is toebedacht is allereerst nog het weerzien van de wandelaars die bij elke SOP-tocht van de partij zijn.

            Om elf uur worden we naar buiten gedirigeerd, waar eerst nog een der oude getrouwe in het zonnetje wordt gezet, waarom moet je mij niet vragen, dat heb ik niet meegekregen, alvorens de groep van 79 personen zich in beweging zet en achter Henk en Jos aangaan, die er van meet af aan flink de pas inzetten. Ik dacht Zandvoort op mijn duimpje te kennen, maar nu blijkt toch dat met de tijd ook de wegen en paden veranderen. Het is inmiddels zo'n zestig jaar geleden dat ik hier met mijn kameraden op strooptocht ging in de hoop iets bloots te bespeuren. Vandaag hoef ik daar niet naar uit te kijken, want de temperatuur is er niet naar. Zelfs de enkele Poolse meisjes, aan kou wel gewend, lopen in dikke winterjassen enige buitenlucht op te doen.

            Na een flinke mars door het duingebied, dat mijn inziens er  meer dor bijligt dan voorheen, komen we na acht kilometer zwoegen bij de wagenrust waar Johan ons staat op te wachten met cakejes en blikjes vocht, maar helaas geen zonder prik, zodat ik en met mij meerderen met droge strot verder moeten. Het duurt nu niet lang meer eer we in de buurt van Bloemendaal het strand opgaan om langs de kustlijn terug te lopen naar Zandvoort. Voor de binnenlanders een hele belevenis om de schuimende massa te zien aanstormen en te pletter zien lopen op de kust. Het is bekant laagwater, dus de zee heeft zich ver teruggetrokken en is er ruimte genoeg, De kenners wagen zich tot dicht aan het water waar de schuimtongen hen op listige wijze benaderen om even op zij te springen als ze te dichtbij komen. De meer angstigen blijven op grotere afstand en tonen hun ontzag voor het monster in schaapskleren.

            De schelpen kraken onder de voeten en de straffe wind blaast hen in het gezicht, maar echt deren doet het de lopers niet. De enkele Duitse toerist die zich op het strand gewaagd heeft, blijft liever tot vlak onder de duinrand, zodat hij binnen de kortste keren zijn toevlucht in één der vele strandtenten kan zoeken als de nood aan de man zou komen. Onze groep is ver uit één gewaaierd als we bij de geplande rust in de 'Haven van Zandvoort' aankomen voor een stop van een half uur. Dat halve uur heeft het serveerstertje dat ons tafeltje bediend zowat nodig om ons wat te drinken te bezorgen, zodat ik op het tijdstip van vertrek haastig de hete thee naar binnen moet werken.

            Inmiddels is de vloed ingezet en omdat het haast springtij is, gaat dat hard. Nu hebben we geen breed strand ter beschikking, maar een smalle zandstrook. Om op stevige ondergrond te willen stappen, moeten we toestaan dat er af en toe een schuimtong over de voeten loopt. Een kniesoor die erop let nu we over de helft zijn en spoedig de beschutting van de duinen weer op gaan zoeken. Terwijl de anderen zich zwoegend een weg door het rulle zand zoeken, leidt Wim mij en nog een paar via een makkelijker pad naar de boulevard, waar we enkele minuten wachten tot de groep zich hervormd heeft. In sneltreinvaart gaat het vervolgens door de straten van Zandvoort. Het is nauwelijks nog bij te benen en ik krijg geen kans om wat plaatjes voor thuis te schieten. Het Samen op Pad is veranderd in Snel op Pad.

            Om kwart over vier zijn we terug bij 'Nieuw Unicum' en kan ik eindelijk de thee lozen. Al de tijd heb ik het op moeten houden in de vrees het contact met de groep te verliezen en alleen kom te staan. Desalniettemin kan ik terugkijken op een mooi weerzien met de zee, waar ik zolang mijn brood op verdiend heb.

Quirinus.











Na een hectische week in ons gezin reisde ik toch voor de groepswandeling af. We moesten afgelopen week plotseling afscheid  nemen van onze oudste zoon, die door een hartstilstand werd getroffen. Maar zijn motto was ’Carpe diem’ (Pluk de dag), dus reisde ik naar het pittoreske dorpje Amerongen aan de Rijn; niet zover van Ede. Aan de Burg.JHR.H.v.d.Boschstraat was in het bruine café/ slijterij ’De Tram’ de inschrijving. Toen ik er aankwam was het al een drukte van jewelste, het was dringen om een pen te bemachtigen en te betalen. Er waren zoveel mensen …honderd zeventien zo bleek later. Na een korte uitleg gingen we van start. Casper had de 3e Amerongse Bovenpoldertocht uitgezet. Onder toeziend oog van de Andrieskerk verlaten we het café en met een klein slingertje bereiken we de Amerongse berg.  Spoedig wandelen we langs de tabaksschuren met ernaast nog de tabaksteelt zichtbaar van verleden jaar. Na het passeren van het Berghuis begint de klim naar het Sterrenbos. Het heeft van oorsprong de vorm van een wagenwiel en is aangelegd door de kasteel -heren van Amerongen in 1790. Dan komen we aan bij de The Old Oak gelegen op het hoogste  punt (69 meter) waar acht paden samenkomen. Hier vandaan zie je Veenendaal schitterend liggen. Langs mooie beuken- en eikenlanen wandelen we verder niet ver van  het Egelmeer waar zo`n 2000 jaar geleden de Romeinen omheen marcheerden. Zo oud is deze streek al.  Langs de vergeten strobalen passeren we de mooie bijgebouwen en het Landhuis Prattenburg, over de oude Cuneraweg. Dan komen we aan voor de middagpauze bij ’De Drie Zussen’ in Rhenen op de grens van Veenendaal en Elst. Voorheen heette het ’La Montagne’. Het is een mooi restaurant met een heerlijk verwarmd  terras. Eigenlijk hadden we gedurende de gehele wandeling tot nu toe zon. Als een ieder zijn natje en droogje heeft genuttigd en we wat uitgerust zijn, worden we verzocht om ons voor het tweede deel van de tocht klaar te maken. We lopen  weer over de Cuneraweg langs het voormalige Juliana Ziekenhuis waar tegenwoordig het appartementen complex ’Rhenendaal’ zich bevindt.  Langs het paadje van het vroegere bergbad, dat nu camping is, komen we op de Oude Veensegrindweg. Even later heet het Veenendaalsestraatweg. Op landgoed ’De Dikkenberg passeren we ’Het Koetshuis’, een residentie die vroeger door Prins Bernhard veel werd bezocht.  Tonnie Boltine, de circusdirecteur, heeft er ook nog even  gewoond. Tegenwoordig is het een prachtige restaurant zo midden in het bos gelegen. Even nog een slingertje over de Defensieweg langs de trimbaan waar overal zwerfkeien liggen die als zitbankjes dienen. Als we over de Elsterberg zijn, naderen we via de Koning Willem III Plantage Elst. We wandelen er dwars doorheen. Dat is niet zo moeilijk hoor… het is zo klein. Aan de Rijksstraatweg neem ik even een foto van het huis van de bekende icoon Mies Bouman. Ik zie haar niet, dus wandel verder. Ja, Elst heeft bekende inwoners gehad. Ook François Boulanger, die ooit Lingo presenteerde, is er geboren. En de bekende Dirk van Noort. die in het  programma ’Showroom’   zei dat er nooit mensen op de maan geweest waren. De zon is ons nog steeds gunstig gezind, al begint het te betrekken, zoals was voorspeld. We wandelen de uiterwaarden in Casper heeft nog wat in petto.  Over ’De Opslag’, zoals het hier heet, wandelen we langs de Rijn. Hier zijn ze nog steeds bezig om natuurgebieden uit te breiden. Bij een brug staan de twee kleindochters van Klaas en Coby  koek uit te delen. Ja, de dochter van Klaas en Coby Veronica wandelt met drie kinderen mee. Knap hoor meiden en bedankt voor het lekkers. Het wordt al een beetje soppig. Dan krijgen we, nadat we de schoorsteen van de oude steenfabriek en de molen ‘t Wissel van Elst zijn gepasseerd  een tweedeling. Een deel gaat over De Oude weg die later Onderlangs gaat heten en de anderen, waarbij ook ik, gaan de Bovenveldse polder in. We lopen een anderhalve kilometer tussen Galloways door. Die staan met hun poten 20 cm diep in de bagger. Soms blijft ook bij ons je schoen haast achter. Bij een overstapje worden we geholpen. Het is er niet alleen nat, maar van boven krijgen we ook al enige tijd regen. Op de vlakte is het koud. Dan, na een tijd zwaar ploeteren, bereiken we het dijklichaam gelegen rondom het kasteel van Amerongen. Het kasteel is gebouwd in 1286; de wederopbouw vond plaats in 1673. Bij de schuur ’De Kromme Hoek’ steken we de Lekdijk over en bij herberg ’Den Roden Leeuw’ met zijn oude uithangbord gaan we de Kersweg op. Deze gaat even later Zuylensteinseweg heten. Het is een open landschap met hier en daar een boerderij. Vervolgens gaan we ’Landgoed Zuilestein’ op. In de 14e eeuw werd ’Huize Zuilenstein’ reeds genoemd. In 1945 werd het op 24 en 25 maart door twaalf jachtvliegtuigen gebombardeerd, in de hoop de SS commandant Martin Kohlroser te treffen.  De oberführer was afwezig. Het overgebleven poortgebouw en oranjerie zijn gerestaureerd. In 1980 is er een landhuis bij gebouwd. Dan naderen we de Burg. Boschstraat weer en zijn aan het einde van een barre, zware, mooie tocht gekomen. Inmiddels is het weer droog geworden. Even gaan we naar binnen om afscheid te nemen en dan op weg naar huis om de schoenen schoon te maken. Allemaal bedankt !

Hennie Roelofsen 

 

AMERONGSE BOVENPOLDERTOCHT         25 FEBRUARI 2015

           

            Het is dat Casper mij verzekerd heeft dat de beruchte Amerongse berg niet beklommen hoeft te worden en dat de weergoden onverwacht toch nog een beetje droge dag voor ons in petto hebben, die mij doen besluiten om naar Amerongen te gaan voor mijn 75ste SOP-tocht. Het is weliswaar niet leuk om meer dan een uur André Hazes te horen zingen over zijn huiselijke problemen, maar het is niet anders. Heine ligt ziek te bed en mijn maatje Theo heeft nog steeds last van de eerder opgelopen blessure.

          Na een vrij vlotte overtocht bereik ik de startplaats en voeg mij in het krappe kroegje bij de reeds aanwezige gasten. Coby en Henk verzorgen de inschrijving en Klaas is de bereidheid zelve om het wandelboekje van de nodige en onnodige stempels te voorzien. Om tien uur trekt de massa naar buiten om na enkele onverstaanbare woorden van Casper, de bedenker van de route, aan de wandeling te beginnen. De 117 deelnemers formeren zich tot een hele lange sliert van lopers die achter de leidsman aan door de smalle straatjes van Amerongen naar het omringende bosgebied gaat. Al gauw begint het pad te stijgen en gaan we de vermaledijde berg tegen de belofte in toch beklimmen. Gelukkig is het in het begin en ben ik nog fris als een hoentje anders had ik het meteen al voor gezien gehouden.

          Boven gekomen zien we in een lichte nevel de veel beschreven eik opdoemen en van de daar samenkomende paden wordt die naar Veenendaal gekozen. Het landgoed Prattenburg, waarover diverse lugubere verhalen in de meisjesromans uit de doeken gedaan worden, lopen we over om na ruim twee uren zwoegen eindelijk aan te komen bij het roemruchte restaurant De Drie Zussen, waar ons rust wordt gegund. Het werd onderhand tijd ook, want veel van onze lopers waren er na aan toe.  Met de tong op de schoenen komen zij in het weelderige en protserige etablissement dat de naam heeft dat het voorheen een soort van smeltkroes was van luchtig vrouwenvertier. Samen met nog enkele anderen zoek ik een plekje op het terras en hoewel ik mijn tafelgenoten om stilte maan krijg ik niet de kans om de ogen voor een wijl te sluiten. Bert, nog steeds voorzien van blauwe plekken, waarvan hij de oorsprong niet kan verklaren, in het gelaat, heeft van zijn bravoure nog niets verloren en laat dat luidruchtig merken.

          De binnenrust wordt uitgebreid met een extra tien minuten, zodat pas om tien vóór één de tocht vervolgd wordt. Uitgerust als we zijn, gaan we meteen maar weer een berg op. De Elsterberg ditmaal, een bult die niet veel onder doet voor die van vanochtend. We treffen het nog steeds met het weer, hoewel via social media is vernomen dat het in Den Haag reeds naar beneden plenst. Boven onze hoofden neemt de bewolking toe en wordt de zon belemmerd, maar van neerslag is niets te merken. Hoewel mijn blik meest op de grond is gericht om de struikelblokken tijdig waar te nemen en vallen te voorkomen, wil ik toch ook wel iets van de omgeving zien. Op zo'n moment van rondkijken gebeurt het. Een boven de grond groeiende wortel laat mij struikelen en ik grijp mij vast aan een jonge stevige twijg, draai 360 graden in de rondte en ik kom op mijn gat terecht. Beduusd kijk ik om mij heen, dat dit mij moet overkomen. Handen genoeg om mij weer overeind te helpen en iets meer gebogen dan anders zet ik de tocht voort.

          Na verloop van tijd worden we opgewacht door de 'wagenrust' een soort van 'koek en zopie' voor wandelaars. Gezeten op de achterklep van een auto probeer ik met mijn van kou stijf geworden vingers het rietje uit de verpakking te krijgen en tegen de tijd dat het mij lukt, is het tijd om verder te gaan. Haastig drink ik het koude spul op en sluit mij aan. Achterblijven wil ik niet en aan opgeven heb ik geen moment gedacht. Spoedig staan we op het punt waar de Bovenpolder begint. Ik heb op afstand al gezien dat het deze keer niet aan mij besteed is. De plassen en blubber lokkeo mij niet, daar heb ik in eerdere jaren al genoeg van meegemaakt, dus besluit ik voor een alternatieve route te kiezen. Er zijn er meer die er zo over denken en er ontstaan twee groepen. Een met verstandige mensen en een met waaghalzen. Ergens in de buurt van het kasteel komen we weer bij elkaar en gaan we gezamenlijk verder. Met jaloerse blikken worden we daar begroet door degenen die de modder, een halve meter diep, hebben weerstaan. Mij wordt nog gevraagd of dit leuk gevonden moet worden en er wordt op de broekspijpen gewezen die ongeveer tot kniehoogte besmeurd zijn met een dikke vette laag klei.

          Op het laatste, maar beslist niet het minste stuk, van de route over meest rustige landwegen passeren we nog het bekende slot Zuylenstein en enkele mooie landhuizen. En dan lopen we in een langgerekte groep Amerongen weer binnen en gaan op de finish af. Om tien vóór vier staan we voor het startbureau en velen lopen direct door naar hun vervoermiddel in de hoop de files net vóór te zijn.
Quirinus.











 

VOORTHUIZEN  1e_RONDJE_VOORTHUIZEN  4_FEBRUARI_2015

 

            Er moeten eerst heel wat bezwaren van het thuisfront weggewerkt worden en daarna nog slot ontdooien en ruiten krabben worden afgehandeld, alvorens ik om ongeveer tien vóór half negen weg kan rijden. De geopperde gladheid is niets van te merken en de filevorming valt daarom reuze mee, zodat ik binnen een half uur de ruim honderd kilometer heb afgelegd. Als de 120e deelnemer word ik ingeschreven. En dan is er nog voldoende tijd om diverse vrienden en bekenden te begroeten vóór we ons naar buiten begeven om aan het 1e rondje Voorthuizen te beginnen. Bert, die Hans heeft bijgestaan om deze tocht te organiseren, houdt een vlotte speech en zet Klaas, onze hulp en toeverlaat, in het zonnetje en reikt hem een diploma uit.

            Inmiddels is het vijf minuten over het gewenste uur en kunnen we eindelijk beginnen. In het gedrang naar de uitgang zoek ik even de aandacht van mijn Olijfje en voel even haar warme hand in de mijne en verlies haar dan weer in de drukte van vertrek. Monique wil even met mij op de foto om haar thuis te kunnen delen en door het gestuntel van Bert met de camera duurt het even eer dat gerealiseerd is, zodat ik meteen wat achterop ben geraakt. Het duurt even om mij aan te sluiten en dat lukt mij pas als de groep van het inmiddels tot 134 aangewassen aantal in één keer een drukke verkeersweg oversteekt.

            Na deze oversteek volgen we de leiders een dubieus wandelpad in. Het is een soort van schapenspoor langs de rand van een sloot. Het gras is hier wit berijpt en de sporen door de vorst verwrongen tot grillig gevormde blubberranden. Zo goed en zo kwaad als het gaat volg ik mijn voorganger op de hielen en ben blij als de groep ergens in het bos verdwijnt en ik en nog een stuk of wat anderen in opdracht van Klaas rechtdoor moeten gaan, zodat de helden weten waar de uitgang is. Aad staat hen daar op te wachten en de rest loopt langzaam door tot aan het hek op het eind van het fietspad.

            Ruim een kwartier laten zij ons wachten, maar vervelen doen we ons niet. Als praktisch ingestelde mensen gebruiken we de wachttijd om onze sanitaire behoeften te doen en de fraaie ons omringende natuur in ogenschouw te nemen. Schaapjes in dikke wol omhuld grazen onverstoord verder en kijken alleen even verbaasd op als zij te dicht benaderd worden. En als dan eindelijk de groep weer bijeen is, sluiten wij ons bij hen aan om te luisteren naar de belevenissen van hun hachelijke bosavontuur. Ongeveer een half uur verder is er een wagenrust ingericht en worden er koeken en wat te drinken uitgedeeld. In een klein schuurtje, voor houtopslag daar neergezet, vind ik een stapeltje stenen om al zittend op uit te rusten. Met militaire stiptheid geeft Bert na een kwartier aan dat we dienen te vertrekken en zo doen we dan ook.

            Een afwisselende route volgt. Langs rustige landwegen met prachtige behuizingen en grillige bospaden leiden Hans en Bert ons door deze rustieke streek die ook bij vakantiegangers en toeristen in een goed blaadje staat. Het weer ontpopt zich tot een haast zomerse dag. De zon straalt uitbundig uit een haast wolkenloze hemel en de wandelaars genieten dan ook ten volle van deze uitzonderlijk mooie tocht. Ook ik kom goed aan mijn trekken doordat er geen steile hellingen zijn en het tempo niet wordt opgeschroefd, zoals in het verleden wel eens gebeurde. Al keuvelend, dan met de één en dan weer met de ander lopen we voort. Mijn goede vrienden, Hans en Gerrit om er maar een paar te noemen, zijn steeds in mijn nabijheid. Ook de overige Soppers zijn vol bewondering voor mijn moed en doorzettingsvermogen om dit aan te durven.

            Op ongeveer 15 km, ver voorbij halverwege, is de grote rust in één der zalen van het immense 'Schateiland' ergens in Zeumeren. Hoewel het een hele klim is om boven te komen, zitten we daar goed en lekker rustig. Genietend van mijn glas thee kijk ik ons gezelschap rond en ontdek steeds meer nieuwe gezichten. Rondvragen leert mij dat dit gelegenheidssoppers zijn, die meelopen om te trainen voor een Vierdaagse, later in het jaar. Voor alle zekerheid zoek in het doolhof van gangen en rond gillende jeugd naar een toilet om er nog enkele druppels uit te persen, alvorens we weer tot de orde geroepen worden om als eenheid te kunnen vertrekken.

            Het is intussen kwart vóór twee geworden en begint het nadenken over de aankomsttijd en de kans om in de file te belanden. Maar goed, het is niet anders en de adrenaline stroomt door mijn aderen. Het ziet er steeds meer naar uit dat ik het vandaag vol kan houden en de volle 25 km zal gaan uitlopen. Doch donkere wolken verzamelen zich aan de horizon en naderen met volle snelheid. De lucht wordt van wolkenloos blauw tot donkergrauw en uiteindelijk tot pikzwart. De eerste hagelsteentjes prikken op mijn wang en rondom mij heen worden paraplu's opgestoken. De bui ontwikkelt zich tot een heuse hagelbui en ik doe dan ook de capuchon maar omhoog. Eigenlijk wil ik het niet, maar omdat ik achter mij hoor fluisteren dat ik gek ben om zo verder te lopen, doe ik hem toch maar op en sluit mijn oren af voor het heerlijke getiktak van de steentjes op het wegdek, dat in korte tijd witgekleurd is.

            Maar voordat de hagel tot gladheid kan worden gereden, houdt het alweer op en keert de zon terug in haar hoedanigheid van warmtebrenger en kunnen we ook de resterende kilometers nog genieten van haar warme gloed. Het laatste stuk loopt Wilma naast mij en samen met haar loop ik om kwart vóór vier over de finish. De tocht is volbracht en ik smaak het genoegen dat ik dit keer niet naar de auto hoef te zoeken. Vlakbij staat hij op mij te wachten. Ik zend een groet in het algemeen, zwaai nog even, bel naar huis en rijd weg.

            Het is mooi geweest voor vandaag en nu verlang ik naar een warme ontvangst in veilige haard, maar het moet nog tot in de avond duren eer ik van het fileleed verlost ben. SOP-mensen bedankt voor jullie gezelschap en gezelligheid. In het bijzonder Hans en Bert voor hun prachtige creatie.
Quirinus

Dromen zijn bedrog, maar als ik wakker word zie ik jou gezicht. Maar ook het mooie ochtendlicht, enz. enz. Ik ren naar beneden en pak mijn camera en schiet enkele foto`s Mijn dag kan al niet meer stuk. Rond half tien vertrek ik naar Leersum en kom aan bij de V.V.HDS, waar we enkele weken geleden ook al te gast waren. Het is dus bekend terrein Eerst inschrijven en elkaar begroeten. De sfeer is merkbaar goed en we zijn weer in grote getale gekomen. We zijn er met 101 deelnemers.  Dan… klaar voor vertrek, begeven we ons naar buiten. Onze parcoursbouwer,Casper, neemt het woord en reikt drie certificaten uit voor deelname, aan twee dames en een heer. Daarna starten. Na enkele honderden meters begint het al te stijgen richting Breedeveen, een van de mooiste heidegebieden van de provincie Utrecht.  Een natuurgebied van 85 hectare. Het landschap bestaat uit een mix van bossen en vlaktes met voornamelijk struikheide. Ook liggen er prehistorische grafheuvels en wat restanten van loopgraven uit de oorlog.  Het is een gebied dat rijk is aan  vogels en allerlei reptielen.  Maar ook mossen en zwammen en planten kom je er volop tegen. Bij toeval kan ik het bijzondere ijshaar en gele trilzwam fotograferen. Het is al in 1883 beschreven, maar pas half   2005 hebben Zwitserse onderzoekers aangetoond wat het nu is. IJshaar ontstaat op dode takken van beuk of eik, bij lichte vorst (tot - 4 C ). Bij omzetting  van het hout vrijkomende verbrandingsenergie houdt het hout iets warmer dan de omgeving. De producten water en koolstofdioxide worden via de zwamdraden (hyfen) naar buiten uitgescheiden, waarna het water bevriest en de ijsharen aangroeien.  Als je ze aanraakt zijn ze verdwenen. Dan, via het Let de Stigterpad, komen we bij de Leersumse plassen en wandelen we er dwars tussendoor. Een dun laagje ijs op de plassen geeft een mooi gezicht. Als het wat dikker is, wordt hier veel geschaatst.  Het is behoorlijk koud, dus iedereen heeft een muts op en handschoenen aan.Nadat we menig kiekje te hebben genomen, verlaten we de plassen en gaan de bossen weer in. Al spoedig dient de  eerste wagenrust zich aan waar Rolf al met zijn ‘gebakskraam’ klaar staat. Na een korte onderbreking …een koek eten en wat drinken… op naar de grote rust richting  Overberg. We wandelen nu door een open landschap  met statige oude boerderijen en bereiken enige tijd later camping ’De Ossenberg’ . Ja en dan is het met iets meer dan 100 mensen best moeilijk om gelijk aan de koffie, thee of iets anders te beginnen. De ruimte is beperkt, maar vele makke schapen ………en dus wachten een ieder zijn of haar beurt. Toch kunnen we even lekker zitten en bij praten. Ook nu krijgen we het sein van nog vijf minuten voor vertrek.  Terwijl een ieder zich weer optuigt; jassen aan, tassen ombinden,  GPS- jes starten, begeven we ons naar buiten. Op een boom zie ik een thermometer waarvan het kwik niet veel boven het vries- punt staat. Dan komt de stoet weer in beweging. Jammer dat een van onze superkanjers moet afhaken, maar toch begrijpelijk. Want nu komen we bij ’Alphe d’Huzes’  de Amerongseberg. Om het hoogste punt te bereiken moeten we circa 63 meter klimmen. Bij het dierenasiel ’De Hazenberg’ duiken we het bos weer in. Na wat klimmen en dalen bereiken we de rand van Amerongen. Er is ontzettend veel gekapt en gezaagd in het bos. Ook diverse wandel- en fietspaden zijn vernieuwd en uitgebreid. Als we het Amerongse bos uitwandelen,  gaan we de Leersumse bossen weer in richting Molecaten en landgoed Ginkelduin met een enorme camping en zwembad. Toch besluit de parcours- bouwer om nog even het Leersumse veld in te gaan, waar we vanmorgen op het natte gedeelte waren. Nu wandelen we  door het droge stuifzand. Hier zie je niet de runderen die we vanmorgen zagen. Ook net als vanmorgen komen we hier niet de beloofde ringslang tegen…. misschien is het te koud? Dan na nog een paar beste klimmetjes  steken we nog eenmaal de Utrechtse Baan over. Het gaat nu echt bergafwaarts en bereiken we de Wildbaan waar het  na afloop nog lang en warm en gezellig is in de kantine van V.V HDS. Dank aan het comité en aan Casper voor deze mooie pittige wandeling.

Hennie Roelofsen 

 

 

 

'LEERSUMSE_PLASSENTOCHT'    21_JANUARI_2015  14_KM

            Het is niet zo moeilijk om de weg naar Leersum te vinden en omdat het vandaag zonder files gepaard gaat, ben ik er nog vroeg ook. In de kantine van HDS zijn al enkele van mijn vrienden aanwezig, maar de grote drukte, die uiteindelijk uitmondt in 101 wandelfanaten,  moet nog komen. Tegen tienen persen we ons door de deuren naar buiten en worden daar met enige stemverheffing toegesproken door Casper, de uitbater van de komende wandeling. Veel versta ik er niet van, maar volgens Olijfje, die dicht bij mij staat, gaat het over iets dat ik niet graag wil horen, namelijk veel klimmen en lopen door ruigtes.

          Om vijf over tien, vijf minuten later dan volgens de regels zou moeten, zet de groep zich in beweging. Er vormt zich al gauw een lang lint van bontgekleurde lopers, die elkaar over en weer vertellen hoe het hen de laatste tijd vergaan is. Henk, als koploper, zet er algauw flink de pas in en ik kan dan ook maar net aanhaken, daar ik bezig was om wat GPS-instructies van Aad te ontvangen. Maar ik bevind mij in goed gezelschap van Olijfje en Wim, die als hekkensluiter fungeert. En ach, ik ben nog fris op dat moment en ik kan het nog aardig bijbenen. Ook  de klimmetjes, die zich al snel opdoen, deren mij niet.

          Anders dan bij ons in het westen heeft het landschap een winters tintje. De bermen en struiken zijn wit berijpt en de lucht ziet eruit alsof het zo kan gaan sneeuwen. Er staat niet veel wind en algauw voel ik dat ik toch te warm ben gekleed en heb ik weer teveel naar de weermannen geluisterd, terwijl ik mij juist voorgenomen had dit niet te doen, want elke keer zitten zij er met hun verwachting ver naast.

          Na de klimmetjes komen we uit in het grote bos, waar deze streek bekend om staat en waar je binnen de kortste keren als Roodkapje de weg kwijt bent. Waar Casper de kennis vandaan heeft, weet ik niet, maar hij leidt ons feilloos over paden, waar geen pad te bekennen is, rond de plassen. Wij, tenminste ik, heb alleen maar oog voor de prachtige natuur en kijk mijn ogen uit naar alles om mij heen. De glinsterende plas, waar de nachtvorst een vlies van schitterende ijsbloemen heeft achtergelaten. Ook de weinig bekende 'íjsharen' zijn hier in ruime mate waar te nemen. En dat allemaal voor een inschrijfgeld van slechts € 2,50. Goedkoper kan je het nergens krijgen.

          Af en toe is er een opstopping van wandelaars als de route over een sloot gaat en we één voor één over een gladde plank aan de overkant moeten zien te komen. Of als het pad zo smal is dat de corpulente lopers zich dwars door de engte heen moeten wurmen. En wat te denken van enkele blubberige plekken waar je tot aan je enkels doorheen moet waden? Voor mij komt het wel goed uit, want nu ben ik in de gelegenheid om bij te lopen en mij aan te sluiten bij de groep. Maar, owee, als er weer wat ruimte is, dan gaat Henk er als een speer vandoor en probeert hij de 'verloren' tijd weer in te halen.

          Hoewel de wolken enkele gaten vertonen, ziet de zon geen kans om er doorheen te komen en blijft het min of meer grauw. Weer zo'n miskleun van onze weerprofeten. Als we ongeveer acht kilometer hebben gelopen, is er een wagenrust en krijgen we een koek en wat te drinken. Speciaal voor mij, als één der ouderen heeft Rolf een stoel neergezet om te rusten, maar lang mag ik er niet van genieten, want de drang om verder te gaan, is groot en Henk staat dan ook te trappelen van ongeduld. Hij was hier het eerst en had zijn blikje dan ook het eerste leeg, maar ik als 'laatkomer' heb er meer moeite mee om overeind te springen.

          Afijn, de tocht gaat verder en ik blijf, ondanks dat ik achterin loop, genieten tot aan de 'grote rust' op bijna 14 km. En omdat er op het laatste stuk na de rust weer pittig geklommen moet worden, besluit ik om ermee op te houden en vraag Rolf of ik mee mag rijden naar het eindpunt. Aldus mijn verhaal. Achteraf bezien, ben ik blij eraan mee gedaan te hebben en heb ik geen spijt van mijn beslissing om te stoppen. Casper mag tevreden zijn over 'zijn' tocht met zo'n  groot deelnemersaantal.
Quirinus
.

In het witte café van Miltenburg te Bilthoven is de Nieuwjaarstocht geplant. Natuurlijk is het vanmorgen eerst allemaal handen schudden. We wensen een ieder een voorspoedig en vooral een gezond 2015 toe met vele loopkilometers. Op de kalender van 2015 staan 38 wandelingen van Samen Op Pad Na deze leuke verwelkoming en inschrijving doet Rolf nog even de bekende huishoudelijke mededelingen en gaan we iets over tienen van start. Het weer is voortreffelijk; weinig wind en veel zon.  Met een lang lint van 126 wandelaars  slingeren we door het dorp dat een van de zes is die bij De Bilt hoort. Voor een van de huizen zitten ‘Stan Laurel en Oliver Hardy’ ons gemoedelijk aan te kijken. We passeren prachtige villa`s  en kerken o.a. de Zuiderkapel, die voorheen de Biltiche Kapel heette Een leuk detail is dat in de muur een bout zit waarop je kan zien wat de hoogte van het Nieuw Amsterdams Peil is. Dan lopen we langs de O.L.V van de Altijddurende Bijstand kerk en gaan we de landgoederen van ’Splinterenburg en Pijnenburg’ in. Soms zijn de paden onbegaanbaar en zie je de mooiste dansjes en sprongen om vooral maar niet in de plassen/modder terecht te komen. Een van ons krijgt het toch weer voor elkaar om er zonder vieze broek en schoenen doorheen te komen. Het blijft mij een raadsel hoe hij dat doet. Nu gaan we over een stukje privéterrein, maar ik neem aan dat de parcoursbouwers daar toestemming voor hebben gekregen. We komen langs paden waar ze nog aan het rooien en kappen zijn. Om je heen zie je stapels houtopslag Net voordat we Lage Vuursche aandoen, passeren we een natuurgebied ’Nonnenberg’ een gebied van 40 hectare waar diverse poelen zijn gecreëerd om zo de natuur weer in evenwicht te brengen.  Bijzondere libellen en reptielen hebben hier hun leefgebied. We komen langs het bos ’Drakensteyn’ en lopen rondom de bewaakte tuin van onze prinses Beatrix waar ’Kasteel Drakensteyn’ zich bevindt . Dan, na zo’n 12 kilometer, wandelen we Lage Vuursche binnen. Tijd voor de middag pauze. Een deel gaat het Dorpshuis in en de rest zoekt een andere eetgelegenheid. Er zijn er genoeg bij elkaar. Het is vooral ’s zomers een pleisterplaats voor vele dagjesmensen; fietsers en wandelaars. Het staat bekend om zijn lekkere pannenkoeken. Het dorpje telt zo’n 1500 inwoners. Natuurlijk is het gezellig in het Dorpshuis. We worden op onze wenken bediend.  Tot nu toe zat alles mee. Gelukkig is er niemand gevallen. Lof voor de parkoersuitzetters. Maar zoals altijd is er ook nu nog een stuk te gaan, dus begeven we ons, na de bediening bedankt te hebben, weer naar buiten. We wachten tot de groep zich weer geformeerd heeft. Dan  komt de stoet  in beweging, maar iets verder staan we al weer stil voor een restaurant met een schandpaal en een grote zwerfkei.  Het is een restant van een klein hunebed dat op het landgoed van kasteel Drakensteyn op een leycentrum heeft  gestaan. Hier worden een aantal fotos gemaakt’. Dan vertrekken we echt en passeren de stulpkerk van Lage Vuursche met de aangrenzende begraafplaats. Hier wordt even stil gestaan en menigeen brengt een bezoek aan het graf van Prins Friso. We gaan verder en komen bij een van de ingangen van Kasteel Drakensteyn. Twee mannen van de Koninklijke Marechaussee houden bewapend de wacht . Ook hier even een kiekje schieten met het wachthuisje en mooie hek. Aan de overkant staat een mooi hek van klein Drakestein. Iets verder ligt een heel grote boerderij met ernaast het zomerhuis; een kattenhotel. Weer gaan we de bossen in en passeren de grafheuvels bij Drakensteyn. Dan wandelen we om het voormalig St. Elisabethklooster. Tegenwoordig is het een rusthuis. De bekende Joannes Gijsen was hier rector tot zijn bisschopswijding. Na een stukje heideveld  wandelen het Maartendijkse bos in en na wat slingertjes is er een wagenrust.  Hier is even een korte pauze met een versnapering en wat drinken. Rolf staat er met wat helpers de lekkernijen uit te delen.  Dan is er nog een stukje te gaan  langs landgoed ’Roverestein’, waar we helaas niets van de mooie gebouwen kunnen waarnemen. Vervolgens passeren we het mooie witte restaurant ’De Maurits Hoeve’. Het is een plaatje zo aan de rand van het bos. Dan schiet ik nog even een kiekje van ’Kasteel Eyckenstein’ een juweeltje uit de 17e eeuw. met 182 hectare grond er omheen. We verlaten Maartensdijk en voordat we Bilthoven bereiken worden we nog verrast met een versnapering in de vorm van een Marsje of iets dat daar op lijkt. Nadat we een stukje door het centrum van  Bilthoven wandelen, komen we weer bij het punt waar we vanmorgen begonnen zijn. Met een prachtige wandeling ’op zak’ nemen we afscheid en bedanken we de uitzetters. Met een heerlijk gevoel rijden we naar huis.

Hennie Roelofsen

     

Subcategorieƫn

Copyright © 2018 Samen Op Pad . Alle rechten voorbehouden.
Joomla! is vrije software uitgegeven onder de GNU/GPL Licentie.