Verslagen GW

Tweeëntachtig trouwe wandelaars wisten van te voren niet wat voor mooie tocht  Cobie en Klaas in elkaar gezet hadden vanuit het oude vissersdorpje, uit de 14e eeuw, Huizen.  Vanuit de gezellige kantine van de korfbalvereniging was het vertrek gepland. Alle wegen rond het startpunt leken open te liggen, maar we konden toch tamelijk dichtbij parkeren. Na wederzijdse begroetingen had Klaas zich al voorbereid om de oorkonde aan Corrie Heijnekamp uit te reiken.

Dat voor het voor 72e  keer 25 kilometer mee wandelen. Het uitwisselen van de nodige zoenen en handen schudden was dus ook gelijk een plaatje waard. Hierbij nog gefeliciteerd.Dan wordt er gestart. Het is klam en drukkend. Er wordt ook in de loop van de middag wat regen voorspeld, maar daar denken we nog niet aan. Zigzaggend gaan we richting het oude dorp. En ja hoor, een hooitas(berg) met oude boerderij ligt midden in het oude dorp met daar rondom oudere en nieuwe huizen. Wat een nostalgie. Na een stukje door het centrum, waar net als in ieder dorp een Kruitvat, Hema en Jumbo staan, passeren we wat leuke terrasjes. Na een rondje om de Oude Kerk en het oorlogsmonument verlaten we het dorp langs het oude gemeentehuis met zijn opvallende fontein.

  Nu passeren we hier de plek waar vroeger de Gooise tram (ook wel de Gooise moordenaar genoemd vanwege de vele ongevallen) reed. In 2001 heeft hij nog een week gereden met al zijn prachtige gerestaureerde wagons. Dan komen we toch in het groen; Bikbergen een naoorlogs bos met een villawijk. Het is zo’n 55 hectare groot en vormt  samen met Crailo en IJzerenveld een aaneengesloten bos in het Gooi. Uitgestrekte velden met haver en koren geven ons een gevoel van rust. We zijn even weg uit de drukte. Regelmatig is het ook klimmen geblazen vanwege de bergjes, maar dat zijn we gewend. Ook Co Stam is gelukkig  weer van de partij, en niet te vergeten Aad de Bie die vandaag  een groot deel mee wandelt. Hij heeft de tocht mee voorgelopen enkele dagen geleden. We wandelen over de Tafelbergheide. Dan gaan we tussen het buurtschap Crailo en Bussum over op de Westerheide nabij Laren. In de verte zien we de zendmast van Hilversum. Nog steeds is het drukkend, maar de zon laat zich nu ook zien. We passeren het Geologisch museum Hofland; de moeite waard om eens te bezoeken. Hofland heeft 40 jaar als amateurgeoloog alles verzameld over de ontwikkeling van het leven op aarde.  Er net naast ligt  het Sint Janskerkhof van Laren met zijn prachtige kapel uit 1892. Ook nu zien we bij de Laarder Engh weer prachtige korenvelden met allemaal fiets- en  wandelroutes. Een heel bekende route is het ’Wasmeerrondje’. Dan bereiken eindelijk de grote rust bij de Sherpa Boshoeve, een plek waar iedereen welkom is. Het ruikt er heerlijk naar hout. Je ziet onder de houtmijt dat er gezaagd en gekloofd wordt om openhaardhout te maken. Het hout wordt zelfs voor een kleine vergoeding thuisbezorgd. Maar ook hebben ze er een sfeervolle winkel met tweedehands kleding,schoenen, boeken, keramiek en curiosa. Het is allemaal heel leuk om te zien. Maar wij komen om ons broodje en een drankje te nuttigen. We genieten vooral even van rust op het 13 kilometer punt. De broodjes met kroket zijn niet aan te slepen door de vrijwilligers, die ons ten dienste staan. Enkelen van ons doen de schoenen uit om vooral de voeten wat te ontspannen en rust te geven. Dan klinkt, zoals altijd, het sein van vertrek. Nadat iedereen zich weer opgetuigd heeft, groeten en bedanken we de bediening. We wandelen eigenlijk gelijk het  Gooi’s natuurreservaat de Zuiderheide op. Daar liggen de Witte Bergen waar naar ook het restaurant, dat iets verder aan de A1 ligt, is vernoemd. Dan volgen we op de parallelweg de A27 een stukje. We lopen door een tunnel naar de andere kant en gaan verder richting Eemnes. Eerst gaan we langs een  hoveniersbedrijf dat graszoden kweekt. Vervolgens lopen we langs de rand van Eemnes en buigen we net voor de rotonde linksom. We gaan weer door een tunnel en staan even later bij Klaas, die koeken staat uit te delen. Iets verder is een soort marktkraam waar de drank wordt uitgedeeld. Er is keuze uit een pakje of blikje. Even een korte pauze…. nog een vijf kilometer te gaan op weg naar Blaricum. Als we daar aankomen wacht ons een heuse verrassing. De groep wordt gesplitst. Een deel steekt over en gaat naar ijssalon ’De Hoop’ in.  Coby en Klaas trakteren ons op een ijsje en niet zomaar een. Allerlei heerlijke smaken zijn mogelijk. De ijssalon was niet voor niets in 2015 tot beste van het land uitgeroepen. Natuurlijk mag de laatste groep, na enig oponthoud, ook de salon in gaan om een lekker ijsje uit te zoeken. Ook hier weer even een korte onderbreking. Dan gaan we via de Blaricummer Eng verder. Even vangen we een glimp op van het aspergesteken. We wandelen langs een groot veld waar ook een heel grote tent staat om dit heerlijke goedje te proeven. Dan komen we het Warandepark door. Hier zie ik een  heel bijzondere grenspaal staan. Na wat naspeuringen krijg ik wat duidelijkheid. Het is een ’Leeuwenpaal’. In het Gooi moeten er nog zo’n 22 staan. Dan nog passeren we het gedenkmonument voor slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en latere oorlogen en vredesmissies. Even later komen we weer bij de korfbalvereniging aan. Als je naar de lucht kijkt belooft het niet veel goeds. Toch ik heb de hele dag mijn paraplu voor niets meegenomen. In de kantine neem ik afscheid van Coby & Klaas en het comité om snel naar huis toe te rijden. Maar het is helaas aansluiten in de file, zoals gebruikelijk de laatste tijd.

Hennie Roelofsen  

 

In Sint-Michielsgestel in Noord-Brabant  in de Meierij van ’s-Hertogenbosch, bij het party centrum ’Absoluut’, is de inschrijving van de Gestelse Ommelanden. Een tocht die Myriam v.d. Berg voor ons heeft uitgezet. Bij aankomst is het al gezellig.  Met het zonnetje erbij komen de wandelaars binnen druppelen. Na de inschrijving eerst nog een huldiging. Gerrit Oskam heeft 120 tochten voltooid; een heel knappe prestatie. Dan klink het startschot en volgen er een dikke 60 wandelaars de voorlopers. Natuurlijk zoekt iedereen zijn maatje en reken maar dat er wat afgebabbeld wordt. Al gelijk kunnen we genieten van de prachtige rododendrons, die in het park staan.  Heel snel zijn we het dorp uit en gaan een brug over bij de bochtige Dommel. We volgen hem een stukje en zien in de verte kasteel Nieuw Herlaer. Wederom gaan we een brug over en genieten even van een romantische plaatje. We maken we een ommetje door het landgoed Haanwijk. Hier zijn twee hangbruggen; heel apart alles hangt aan kettingen. Natuurlijk schommelt dat als een gek en een van ons beschadigde zijn hand tot bloedens toe. Even een pleister erop en dan weer verder.  Nu gaan we een  brug over en gaat het Essche stroom heten. We buigen af en de eerste wagenrust dient zich aan. Mirjam de parcoursbouwer,  heeft pakjes drinken en koek geregeld. Even zitten betekent dat voor sommigen. Dan, na al dit versterkende lekkers,is het op naar de grote rust. Maar dat is nog een heel stuk door het Halse Barrier; een dicht  bosgebied met schitterende bomen. O.a. een enorme grillige dikke beuk… zo mooi. Dan bereiken we de drukke snelweg A2 en gaan er overheen en komen in buurtschap Hall. Al snel wandelen we landgoed Eikenhorst binnen tussen de ….. ja alweer…. rododendrons in diverse kleuren. Het park is begin jaren 1800 aangelegd. Er staat een geweldige mammoetboom, maar ook zijn er mooie blauwsparren. De waterpartijen liggen er ook mooi bij met al hun kleurrijke beplanting. Dan is daar ineens de rustpauze bij ’De Groene Poort’  een Oertijdmuseum met een enorme dinosaurus ervoor. We gaan naar binnen waar we een soepje of broodje met drinken nuttigen. Zelf ga ik op het terras buiten zitten… lekker met dit weer. Overal zie je hennen en hanen, maar ook allerlei ander gevogelte rond- wandelen. Een prachtige pauw met zijn schitterende staart komt even een stukje brood pakken. Heel relaxed hier, een aanrader om eens met de kleinkinderen te bezoeken dit Oertijdmuseum bij Boxtel. dan krijgen we het teken om weer te vertrekken voor het laatste gedeelte van de tocht. Na de bediening bedankt te hebben voor hun gastvrijheid gaan we richting het buurtschap Selissen. Net ervoor  buigen af en gaan over alweer  een brug van de snelweg Den Bosch-Eindhoven over.  Als we er net over zijn, lopen we natuurgebied bij buurtschap De Heult binnen. Een prachtig stuk bos met een vennetje. Ook hier worden weer menige kiekjes geschoten. We verlaten de bebossing en gaan de Hooibrug over en wandelen  langs de Dommel. Een fraai gezicht vormen de vissersbootjes aan de kant. In de verte zie je de kerk van Boxtel staan. Bij buurtschap De Hogert verlaten we voor even de Dommel en gaan in open landschap naar buurtschap Wielsche Hoeven. Even verderop komen we bij de molen ’De Genenberg’. Vanuit de verte is het al een plaatje waard. Het een oudje; een beltmolen uit 1841, die tot 1964 dienst heeft gedaan. Tegenwoordig wonen er mensen al is hij nog wel intact. Hier is de laatste wagenrust en de vader van Mirjam en zijn buurvrouw, die twee jaar terug ook al in de catering zaten, zijn er gelukkig weer bij. Ze staan mandarijnen en appels uit te delen. Het is  een mooi gezicht zoals hij staat te genieten van zijn dochter en al die vreemde mensen. We nemen afscheid van hem en de buurvrouw. Er is nog een drie kilometer te gaan. Door het bos lopend bereiken we de stuw van de Dommel en volgen deze  nu aan de andere kant. We komen op het landgoed waar Kasteel Zegenwerp staat. Dit bouwwerk dateert  uit de 18e eeuw. Het kasteel wordt omringd door een mooie vijver en tuin. En dan het verhaal van het grafsteentje waarbij midden in de bossen een kindje begraven ligt. In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd het ontdekt door een arbeider. Het zou nog jaren duren voordat het raadsel van het grafsteentje werd opgelost. In 2007 kwam dan eindelijk, na een oproep in de plaatselijke krant, via het stadsarchief van Den Bosch het antwoord. Het graf is van Catharina Louisa van Geusau: geboren op 25 september 1811 en overleden op 23 oktober 1811. Nadat we het landgoed verlaten over de Laantje Zegenwerp, bereiken we het centrum van Sint-Michelsgestel met de stompe toren op het Petrus Dondersplein. Heel apart met speklagen en tufsteen. Tenslotte lopen door het park waar kasteel De Kleine Ruwenberg aan ligt. Voor de laatste keer lopen we langs de rododendrons en komen bij het eindpunt waar het nog lang gezellig is. Ik neem afscheid en bedank Mirjam en natuurlijk het bestuur voor de mooie tocht.  Hopelijk volgen er nog veel van dit soort mooie tochten.

 

Hennie Roelofsen

18eAmersfoortse Keientocht

Vandaag was het de beurt aan Amersfoort om bezocht te worden. Rolf Craanen organiseerde weer een tocht langs de Amersfoortse Kei. De start was zoals te doen gebruikelijk bij vv Amersvorde. Een goede locatie. Bij de start vertelde Rolf dat hij deze tocht voor het laatst organiseerde. Volgend jaar wordt de tocht verzorgd door Hen Dikken en Bert Faro. Hij vertelde ook dat hij weer een nieuwe route had gemaakt.

Deze keer was Wim Freriks weer present, dus gelukkig geen taak.  We zouden eerst door het buitengebied gaan en daarna richting start. Het gebied waar we doorheen liepen wordt teruggeven aan de natuur. Weilanden worden afgegraven en er komen ondiepe watertjes voor terug.  De werkzaamheden waren nog volop aan de gang.  De paden waren we op liepen waren soms erg modderig en dat had weleens ontwijken lopen tot het gevolg.

We kwamen langs de camping van de YMCA met daarop een beeld van een man zitten in het zand. Slingerend door de bossen werd uiteindelijk de weg langs Oud Leusden bereikt. Hier links af en richting Kamp Amersfoort.  Net voor het kamp gingen we de bossen in. We kwamen langs het in 2015 onthulde schuilplaatsverlenersmonument. Iets verder wandelden we door gereconstrueerde stellingen welke in 1939 door het Nederlandse leger waren opgeworpen. De Duitsers hebben er in de periode 1940-1945 ook gebruik van gemaakt. 

Niet lang daarna waren bij Rolf thuis voor de wagenrust. Een suikerwafel en een fruitshot werd er uit gedeeld. Volgens de verpakking was de fruitshot goed voor 22 gram suiker dus maar goed dat we nog een flink stuk te gaan hadden.  Bij het vervolg van de tocht liepen we langs bomen welke prachtig in de bloesem stonden. Ook kwamen we het eerste stembureau voor het referendum tegen. Het was er niet druk.

Slingerend door de buitenwijken en parken bereiken we het oude centrum van Amersfoort. Na wat verkeerslichtperikelen (de groep kon niet in één keer over) linksaf de oude wallen op. Iets verder liepen we langs de naamgever van deze tocht. De Amersfoortse Kei. Daarna was het slingeren door de binnenstad. Eerst door winkelstraten, langs de Lange Jan, onder de poort door naar het hofje.  Hierna kwamen we op het bekende plein voor de rust.

De pauze was een half uur en we liepen verder. Gelukkig liep ik achteraan, de voorlopers hadden moeite de juiste route te vinden. Ik kan me dat voorstellen, volgens de track liepen we lusjes en die kwamen soms erg dicht bij elkaar. Na nog een stukje oude binnenstad liepen we via de Koepelpoort de stad uit. Eerst nog wel even een lusje maken, zodat we uitzicht hadden op de plek waar de Passion was opgevoerd. Niks meer van te zien, maar volgens de Amersfoorters die me liepen waren hier de opnamen gemaakt. Geen idee, ik heb niet gekeken. Zij normaal ook niet, maar nu het in Amersfoort was wel. Er werd direct nog een verkooppraatje aan vast geknopt van hoe geweldig het wel niet was om in Amersfoort te wonen. Ik moest er ook maar komen wonen. Konden ze gemakkelijk op visite komen. A ha, ik blijf zitten waar ik zit. Wel zo rustig.

Uit eindelijk verlieten we bijna bij de Kei, de binnenstad en zetten koers richting vv Amersvorde. Ook nu lukte het niet de groep in één keer over te krijgen.  We slingerden door een nieuwbouw wijk, waarbij we op een pleintje getrakteerd werden op een appel. De appel was zuurder dan Gerrit had gedacht. Helaas had ik de camera niet klaar, dus die grimas gemist. Wel at hij de appel helemaal op, dus na de eerste indruk, verder wel lekker.

Het laatste stuk liepen we door de poort in de Adolfkazerne. Deze kazerne maakte deel uit van de Juliana van Stolbergkazerne. Gebouwd in de periode 1889-1892 was dit eerst een infanteriekazerne. Later is deze gebruikt als Opleidingscentrum voor de Medische Dienst. In 1979 is de kazerne buitengebruik gesteld.  De meeste gebouwen zijn gesloopt, alleen de voormalige bataljonshoofdgebouwen zijn verbouwd tot appartementen. De achter vleugels aan deze gebouwen zijn gesloopt.

Na de kazerne had Rolf nog wat nieuwe stukjes gevonden. We liepen door de wijk waar we luid werden aangemoedigd door een tweetal dames. Na een klein stukje bos werd de finish bereikt. De eerste auto’s reden al weg voordat we er waren.

Rolf heeft er een waardige afscheidstocht van gemaakt. Uiteraard waren er de bekende mooie punten, maar de wijze waarop deze aan elkaar werden geknoopt was nieuw. Hetzelfde gold voor de wijk waar we doorheen liepen aan het eind.

Rolf, vrijwilligers en medewandelaars weer bedankt voor een plezierige dag wandelen.

Volgende week is er de tweedaagse van Lunteren. Let op! Dit betekent zowel dinsdag als woensdag SOPPEN.

 Bertus van Ginkel

 

 
 
 

De Korte Duinentocht

Na twee keer in Zuid-Holland vandaag weer terug op een bekende locatie. Soest, bij AV Pijnenburg. Gelukkig was ik daar al vaker geweest en wist dat je tijdens de spits daar bepaalde straten niet mag gebruiken. Parkeerplek is er ook in overvloed, dus wat dat betreft geen probleem.

Ik ga me aanmelden en het eerste probleem duikt op. Wim Freriks is door ziekte verhinderd aanwezig te zijn (Beterschap Wim!) Of ik de taak van slotloper op mij wilde nemen. Vooruit dan maar. Ik kreeg van Coby direct een SOP-hes. Ik had de route niet op mijn GPS gezet, maar Nico leende mij zijn GPS. Hij had de route wel geladen.

Het tweede probleem wat zich aandiende was dat de organisator, Hette Smedema, in zijn informatie bij de tocht ongeveer al het gras voor mij voeten heeft weg gemaaid. Als mensen willen lezen waar we zijn geweest, zoek even zijn informatie er bij.

Net voor het vertrek werden we getrakteerd op een flinke regenbui. Volgens buienradar was het droog, ik kan u echter verzekeren, het was nat! Maar ja, het verschil tussen een politicus en een weersvoorspeler is dat de laatste weleens de waarheid spreekt. Vandaag helaas niet.

Iets na tienen op pad. Vandaag was het veel bos, afgewisseld met heuveltjes, gelukkig langs de zandvlaktes in plaats van er overheen. Zoals gezegd waar we zijn geweest zie de info. Speciaal was wel het bezoek aan het openluchttheater Cabrio.

Op 8 kilometer hadden we de wagenrust, met heerlijke koeken, in mijn geval aangereikt door de organisator. Na ruim 14 kilometer bereikten we de grote rust. Ik ben even iets verder gaan rusten. Daar kon ik na 2 weken afzien, eindelijk weer genieten van een broodje kroket. Een Utrechtse kroket nog al liefst, al hoewel wat er Utrechts aan was moet u mijn niet vragen. Wel erg lekker. Hans bedankt!

Na de rust liepen we richting de voormalige vliegbasis Soesterberg. Deze keer liepen we voor het Nationaal Militair Museum langs. Op 20 kilometer was er weer een wagenrust, compleet met chocolade eitjes. Na nog wat omzwervingen door het bos, waarbij in verband met de slechte ondergrond werd afgeweken van de originele route (anders dan het opgegeven gps-spoor) kwamen we weer terug bij de start, nu finish.

Het was een mooie dag, een geslaagde tocht. Hette en uiteraard de wagenrustploeg bedankt voor de organisatie en de goede verzorging. SOP-comité en vrijwilligers bedankt. Hetzelfde geldt voor de medewandelaars. Wim, beterschap, slotloper zijn is best wel een redelijk geestelijk inspannend gebeuren. Lekker er op los kletsen en domme praat verkondigen is dan wat minder makkelijk.

Volgende week gaan we voor de 18e keer de Amersfoortse Kei bewonderen.  Zwerven door het buitengebied en de mooie oude binnenstad.

Bertus van Ginkel  

DORDRECHT  1e STADS- en LANDTOCHT 23/24 MAART 2016 25 KM

Ondanks de gezondheidsbelemmeringen wil ik er toch bij zijn. Joop heeft voor de SOP een tocht uitgezet vanuit Dordrecht. Heine heeft er speciaal een snipperdag voor opgenomen en ik ben vol verwachting wie ik van mijn oude wandelvrienden hier terug zal zien. Dordrecht is voor de meesten van hen niet naast de deur en over het fileleed op de A15 kan ik boekdelen schrijven. Het is afwachten dus. Wij zijn vroeg, maar mijn Olijfje is nog vroeger en zit ons al op te wachten. Het is een hartstochtelijk weerzien. Ook de andere vrienden laten blijken dat zij blij zijn mij weer te ontmoeten. En hoewel het zich in het begin niet laat aanzien, gaan we tegen tien uur met 80 personen naar buiten om daar te luisteren naar een ietwat schraal excuus van Bertus ten opzichte van Bert.

Het is inmiddels tien over tien als de groep zich formeert en we achter Henk en Joop aan vanaf de binnenplaats van Deetos/Snel de stad intrekken. Als een lang lint van wandelaars gaan we door de straten, eerst van Crabbehof en later van het oudere gedeelte van de oudste stad van Holland. Samen met Hennie sjokken we zo'n beetje achter de groep aan. Het tempo ligt mij algauw te hoog en ik ben dan ook bang dat ik spoedig zal moeten afhaken om in mijn eentje verder te gaan. Dordrecht is mij niet geheel vreemd en ik heb van Joop een routebeschrijving gekregen, dus ik zal mij wel redden. Maar zo ver is het nog niet en houd ik de groep in het oog.

Ik doe er alles aan om bij te blijven en neem dan ook wel eens onnodige risico's met door het 'rode licht' te lopen en voorrang te nemen waar ik er geen recht op heb. Bij één van deze gevaarlijke oversteken tref ik een automobilist die maling heeft aan mijn haast en mij bijna ondersteboven rijdt, ware het niet dat Olijfje zich met doodsverachting voor de auto werpt en de auto tot stoppen dwingt. Want wie kan zo'n actie van een heldin negeren? Natuurlijk ben ik flink geschrokken en vanaf hier laat ik de groep voor wat zij is en zoek mijn eigen weg door de stad. Ook Hennie voegt zich bij de groep en ik ben min of meer aan mezelf overgelaten.

Nog heel lang meen ik de oranje hesjes van de begeleiders in de verte te herkennen, maar bij het Hof raak ik ze toch definitief kwijt. Ik neem gas terug, blaas op het Hof al leunend tegen de pui van het voormalige klooster, even uit en trek verder volgens de papieren gegevens. Het Achterom herken ik nog wel van een sporadische boodschap, maar de van Godewijkstraat zegt mij niets. De eerste dame die ik ernaar wil vragen, loopt met samengeknepen lippen aan mij voorbij. De tweede kijkt mij schichtig aan en versnelt haar pas. En de derde zegt het ook niet te weten. Dus vraag ik het, tegen mijn zin, aan een groepje rokende dames van het Da Vinci College. De rook in mijn gezicht blazend zegt de één het niet te weten, maar een ander wijst resoluut naar de overkant en zegt dat het die straat moet zijn. Inderdaad is het ook zo en kan ik weer verder.

In de Spuiwegtunnel zijn twee mannen  aan het ruziemaken, waarbij de één, kennelijk de vader, de ander zijn mouw haast uit zijn jasje scheurt. De ander, die ik voor de zoon aanzie, wil niet luisteren en rukt zich met een schreeuw los. Niet dat ik tussenbeide wil komen, maar meer om er niet ongezien aan voorbij te gaan, vraag ik of ik op de juiste weg ben. Had ik maar niets gezegd, want nu keren zij zich beiden tegen mij alsof ik de aanstichter ben van het conflict. Ik doe er het zwijgen toe en loop langs hen heen naar de uitgang van de tunnel. Nageschreeuwd kom ik boven en weet niet hoe nu verder te gaan. Een vriendelijke dame raadpleegt samen met mij de beschrijving en wijst mij de richting naar de Krispijnseweg en het Merwesteinpark.

Hiermee ben ik voorlopig weer gered en kan ik rustig lopend om mij heen kijken naar de hier en daar tussen de bomen en gras staande bosjes narcissen als aankondiging van de lente. Aan het weer is het nog niet te merken. De lucht is meest grauw en af en toe miezert het. Eenmaal op de Nassauweg denk ik het verder wel te weten, maar het parkje geeft toch wat onzekerheid. Een dikbuikig persoon, net klaar met zijn lunch, schudt het tafelkleed uit, zodat de vogeltjes ook nog iets te bikken hebben en eer hij weer naar binnen kan gaan, vraag ik hem of hij mij kan helpen. Hij steekt een heel verhaal af en wijst mij wel drie mogelijkheden om op de Spirea te komen. Natuurlijk zijn er vele wegen die naar Rome leiden, maar of dat ook voor de Spirea geldt betwijfel ik, dus neem ik de route die mij het meest waarschijnlijk lijkt.

In ieder geval duurt het nog een hele poos eer ik het naambordje van de Spirea lees en de daaropvolgende Hugo van Gijnweg bereik. En een paar honderd meter verder ben ik terug bij Deetos/Snel en wijst de klok bijna één uur. En als de wandelaars een tien minuten later aan het tweede gedeelte van de tocht beginnen, ga ik naar huis.

Donderdagmorgen ben ik vast van plan om het 'landgedeelte' van de tocht te gaan lopen, maar Joop heeft geen geschreven parkoers voor mij, dus zit er niet anders op dan het 'stadsdeel' nog maar eens over te doen. Om negen uur ga ik de deur uit en ga te voet over de Zwijndrechtse brug naar Dordt en stap onder aan de trap in de route. Op de brug heb ik al gezien dat het knap nevelig is op de rivier en ik denk dat het in de stad niet minder zal zijn. Niet goed voor mijn ademhaling en ik moet het maar rustig aan doen.

Natuurlijk grijp ik vandaag de kans aan om waar het kan mijn route voor de volgende SOP-tocht hier en daar aan te passen, dus in plaats van de Buiten Kalkhaven neem ik de Binnen Kalkhaven en snijd ik een stuk af door van begin af aan de Voorstraat te nemen. Het is nog rustig in de stad. De meeste winkels openen pas om tien uur en winkelmeisjes lopen mij gehaast voorbij om op tijd op hun plek te zijn. Ik leg de nodige beelden vast om thuis met materiaal mijn verhaal te bevestigen. Bij de vestiging van V&D staat een lange rij mensen te wachten tot de winkel voor de uitverkoop haar deuren opent. Dus ondanks de heersende rust is er nog genoeg te doen.

Ongemerkt loop ik toch nog een stevig tempo en af en toe zoek ik een plekje om weer op adem te komen. Mensen kijken mij vreemd aan als ze mij zo zien zitten. Het is nou niet bepaald het weer ervoor. Vandaag heb ik geen moeite om de van Godewijkstraat te vinden en ook de Willem Dreeshof loop ik zo naar toe. Ik voel mijn krachten afnemen en ik weet dat ik het niet ga redden. Vooral in de straten waar het autoverkeer de overhand heeft, heb ik het zwaar. Door het rustige en nevelachtige weer blijven de dampen van de uitlaatgassen hangen en maken het ademen moeilijker.

Op de Burgemeester de Raadtsingel bij de Spuiwegtunnel komt het ineens in mij op om te stoppen en naar huis te gaan.

Ik maak rechtsomkeer en loop via de kortste weg naar de bekende brug die naar Zwijndrecht leidt en loop vandaar verder naar huis, waar ik om kwart over elf voor de deur sta met op de GPS een kleine tien gelopen kilometers. Gisteren waren het er ruim dertien, dus opgeteld zijn het 23 km. Voor mij voldoende om tevreden te zijn.

Quirinus.

 

1e Stads en Landtocht vanuit Dordrecht

 

Vandaag gaan we op stap voor een tocht die is uitgezet door Joop van den Dag. Mijn vorige verslag heb ik afgesloten met de vraag wat moeten we invullen op de puntjes van: Hoe dichter bij Dordt, hoe ........ het wordt.

 

Om iets over tienen gaan we op stap. Voor we op stap gaan maak ik mijn excuses voor het feit dat niet iedereen mijn cynische humor begrijpt. Ik schrijf mijn verslagen met een bepaalde saus. Het is niet de bedoeling iemand te kwetsen, verre van dat. Trouwens degene die mij kennen, weten dat je altijd een paar kilo (misschien een mud) zout moet gebruiken. Bert, mijn oprechte excuses als je gekwetst voelt door mijn verslag, dat was niet de insteek.

 

Genoeg over mij, over tot de orde van de dag. De start was vandaag bij Deetos Snel, een korfbalvereniging. Deze vereniging heeft een mooie kantine, waar we vandaag ook terugkomen voor de pauze. Bij de inschrijving kon direct de bestelling voor de pauze worden opgegeven. Helaas geen broodje kroket, maar wel lekkere broodjes gezond, kip-kerrie of brie.

Als veelvraat bestelde ik zowel een broodje gezond, als een broodje kip-kerrie.

 

Zoals de naam van de tocht al aangaf, gaan we eerst naar de stad. We lopen zoveel mogelijk via groen door of langs de wijken Crabbehof en Krispijn. We bereiken de Oude Maas en krijgen uitzicht op de brug waar vroeger de snelweg overliep (vervangen door een tunnel) en de spoorbrug. De spoorbrug heeft een flink aantal verbouwingen achter de rug. Het hefgedeelte stamt uit 1993. We lopen door en komen in het oude stadsdeel.

 

Dordrecht heeft sinds 1220 stadsrechten en is de oudste stad van Holland. Gertruidenberg kreeg deze al in 1213, maar die stad behoort tegenwoordig niet meer bij Holland. We beginnen met de Kalkhaven en een prachtig uitzicht op de Grote Kerk. We komen vervolgens langs de haven welke nu in gebruik is voor de pleziervaart. Aan beide kanten van de haven prachtige gebouwen uit het rijke verleden van Dordrecht. Je komt ogen te kort om alles te zien en te fotograferen. We lopen SOP en dat betekent wel volgen!

 

Iets verder bereiken we de Wolwevershaven. Hier ligt een behoorlijke vloot van het varend erfgoed. Er ligt onder andere de Rijnsleepboot Pieter Boele. Een boot welke in 1893 is gebouwd. Deze boot is sinds 1987 in beheer bij de Stichting Dordt in Stoom. We gaan door naar het drie rivieren knooppunt. Met de SOP hebben we dit punt al wel gezien van de Zwijndrechtse kant, nu dus van de Dordtse kant.

 

We komen aan het Groothoofd. Hier zijn de meerpalen ter ere van Koningsdag 2015 voor zien van de nationale driekleur met een oranje afdekking. We lopen door de Groothoofdpoort. Deze stamt oorspronkelijk uit de 15e eeuw maar is een paar keer ingrijpend verbouwd. Aan de poort hangt een gedenksteen ter herinnering aan het beleg van 1418 door de hertog van Brabant. Dordrecht bleef een bezetting gespaard.

 

De tocht wordt vervolgd en we schampen de winkelstraat met uitzicht op de Augustijnenkerk. We lopen door het Hof, een voormalig Augustijnen klooster, en krijgen zicht op een stukje nieuwbouw in de binnenstad. We slingeren door wat nieuwbouw tussen de oude binnenstad en het spoor. Via een tunnel gaan we onder het spoor door en komen in het Weizigtpark. Via wat groenstroken komen we weer bij de start. Deze dubbelt nu als pauzelocatie.

 

Na de pauze, de broodjes waren heerlijk, gaan we beginnen aan het Land gedeelte van de tocht. We lopen langs het spoor, ga dit over, onder de N3 door richting Sterrenburgpark. Onze slotloper, Wim Freriks, wordt duidelijk gemaakt dat het een stuk korter kan. Niet over de brug, maar door het water. Helaas, Wim was zo verstandig de brug te nemen. Ik had de camera al klaar.We komen op de Zuiderdijk en lopen langs paardenstallen. Volgens het bord op de schuur zijn er regelmatig garageboxen te huur. Mijn auto gaat daar niet in passen. We slaan rechts af en wandelen richting natuur in onderhoud.

 

We gaan naar Viersprong. Gelukkig zijn de wegen nog beloopbaar, in het zij terrein heb ik mij niet gewaagd. Het gebied wordt geschikt gemaakt voor recreatie en natuur. We hebben mooi uitzicht op de polders ten zuiden van de stad. Al snel komt de wagenrust inzicht. Uiteraard worden we verblijd met koek en wat te drinken.

 

Na de rust gaan we door de wijk Sterrenburg. Joop heeft weer prachtige parkjes en groenstroken gevonden. Het valt niet eens op dat je door "nieuw" bouw loopt. Na weer de N3 en het spoor te zijn gepasseerd is er nog een versnapering in de vorm van een chocolade paasei. Lekker. Voordat je er erg in had waren we al weer terug bij de start, nu dus de finish.

 

Het spreekwoord luidt: Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt. Oorzaak, het stapelrecht en de slecht te benaderen haven na de bouw van de spoorbrug. Voor de eerste lus van deze dag kunnen we invullen: Hoe dichter bij Dordt, hoe mooier het wordt. Voor de tweede lus: Hoe dichter bij Dordt, hoe groener het wordt.

 

Het is een leuke dag geweest. Joop bedankt, hetzelfde geldt voor de vrijwilligers en medewandelaars.

 

Volgende week gaan we naar Soest. Een bekende startlocatie, maar een nieuwe organisator. Hette Smedema neemt ons mee door de omgeving van Soest.

 

 

De heren van Arkeltocht

Het is weer een woensdag en deze keer mogen we naar Gorinchem. Bert Faro is vanuit Noord-Brabant Zuid-Holland binnen getrokken om ons een tocht voor te schotelen. Startpunt is bij Atletiekvereniging Typhoon. Het sportpark was vrij makkelijk gevonden, echter de eerder genoemde AV niet. Het clubgebouw lag aan een fietspad. Er was wel parkeergelegenheid aan de andere kant van het water geregeld, maar als je dat niet bekend stelt, weten wij dat niet. Eerste minpunt van de dag was binnen. Volgens Bert had hij bordjes neergezet. Ook hier geldt voor als je dat niet verteld, gaan we daar niet op letten. Er staan nooit bordjes.

De startlocatie was verder prima, op de bank kon je volgens Corrie heerlijk slapen, alleen was dat wel erg slecht voor je rug. Rond 10 uur zouden we op pad gaan, echter de meeste navigatiesystemen stuurde mensen naar de verkeerde kant van de Grote Schelluinse Kade. Je reed dan tegen het eerder genoemde fietspad aan. Ook Casper had dat probleem. Hij was dus één van de laatkomers.

Direct na het vertrek liepen we langs een paar mooie molens. Vervolgens onder de A27 door en via een parkje door een winkelcentrum naar het spoor.  Hier gingen we door een prachtig laantje van oude bomen. De route komt langs het station, we gaan over de gracht naar de oude vestingwallen. Gorinchem was met Naarden de grootste vesting in zowel de Oude als Nieuwe Hollandse Waterlinie. De wallen waar over we lopen zijn in 1600 voltooid. In de loop der tijd wel aangepast om aan de nieuw gestelde eisen te kunnen voldoen. De basis werd in 1600 gelegd.

We lopen langs de Waal met mooi uitzicht op de gisteren 50 jaar geleden geopende brug over de Merwede.  Al hoewel, je daar wel goed voor kijken. Door de vele foto momenten raakt de groep een beetje uit elkaar.  Moeilijk is de route niet, gewoon de vestingwallen volgen. Via de opstapplaats voor de veerpont komen we bij de haven waar we de sluis oversteken. Hier even wat oponthoud, we kunnen maar één persoons breed over de sluis. We vervolgens de wandeling over de vestingwallen naar de Dalempoort. Via deze poort verlaten we Gorinchem.

We lopen door de  uiterwaard.  We hebben nu uitzicht op wallen vanaf de buitenkant en zien ook nog wat oud geschut staan. We gaan de dijk op en komen langs een paal met de Visserij grens uit 1834. We lopen de dijk af en gaan langs de nieuwe wijk. Na wat sportvelden bereiken we Dalem. Voor een huis staat een beeld van Minnie en Mickey. Op verzoek van Cocky, of is het Kokkie, neem ik dit in mijn verslag op. Kokkie liep vandaag weer is een keertje mee.  Vandaar deze extra vermelding in het verslag, gaat ze de volgende keer misschien weer mee.  Als we de dijk weer oplopen zien we aan de overkant de vesting Woudrichem. Samen met Gorinchem en Loevestein dienden deze de Waal af te sluiten voor de vijand. Door het mooie weer, wel een koude wind, was slot Loevestein aan de overkant goed te zien. Een stukje verder bereikte we de rustlocatie voor vandaag, Fort Vuren.

Fort Vuren is gebouwd in de periode 1844 tot 1879. Het diende als voor fort ter verdediging van Gorinchem. In de tweede wereldoorlog heeft het nog een Duitse luchtaanval verwerkt. Na de tweede wereldoorlog verloor het zijn militaire bestemming. Tegenwoordig is het een herberg en B&B. We hadden pech, het restaurant werd verbouwd, in de herberg paste maar 30 personen, we waren met 102 deelnemers. Wel was er een terras, maar echt warm was dat niet. Een broodje kroket stond niet op het menu, dus moesten we genoegen nemen met een broodje bal. Tweede minpunt te pakken(Grapje!!!!).

Gelukkig voor de mensen buiten (de leiding zat in de herberg) werd er redelijk vlot weer doorgelopen. We maken nog een lusje door de uiterwaarden en komen aan de andere kant van Fort Vuren uit. Hier verdwijnen we in wat polderlandschap, om na een paar kilometer aan de ander kant van Gorinchem te arriveren.

Via een paar nieuwbouw wijken komen we bij de wagenrust. Helaas had Bert niet op zoveel deelnemers gerekend. Te weinig koeken, of te wel ik deed verplicht aan de lijn. Derde minpunt is binnen.

We lopen door en volgen weer de stadswallen, met leuke beeldjes er op.  Net voor we helemaal rond zijn gaan de we de binnenstad in.  Leuke winkels, maar helaas geen tijd om te shoppen. We komen langs de rechtbank, waar Bert van Soest zei dat hij in 1967 daar nog voor de rechter had gestaan. Nu is het een museum. Langs de kerk en een poortje uit 1391. Dit poort je gaf toegaan tot het middeleeuwse Gasthuis. We slingeren door de oude stad om de route van deze morgen te kruisen. We gaan langs het Stadhuis. Ik merk op tegen G.O te Z. dat dit niet geschikt is als trouwlocatie. Veel te modern.

We slingeren wat door de nieuwbouw aan de westkant van Gorinchem. De kilometers moeten wel kloppen. We komen langs een kerk met de toepasselijke naam Exodus. Gezien de uittocht uit de kerk hadden de naamgevers een vooruitziende blik. We krijgen nog een traktatie in de vorm van twee chocolade eitjes. Rolf, die de verzorging deed, had er nog genoeg.  Niet lang daarna komen de molens weer in het zicht en is het eindpunt van deze tocht bereikt.

Bert heeft er een mooi tocht van gemaakt, met prima weer.

Volgende week Dordrecht. We gaan kijken wat Joop van den Dag voor ons heeft gemaakt. Bedenk wel het spreekwoord zegt hoe dichter bij Dordt hoe ….. het wordt. De puntjes mag u zelf in vullen.

Bertus van Ginkel

 

1eLinge Waal tocht

Voorlopige is er ieder week een SOP-tocht. Deze week was het de beurt aan Casper vanuit Tiel. Start bij het vernieuwde Van der Valk Hotel. We werden bij de ingang al opgewacht door parkeerbegeleiders van het hotel. Een plekje aangewezen, niet te dicht bij de ingang, maar wat boeit dat, we komen immers om te wandelen.

Ruim over tienen gingen we van start omdat Casper eerst even wat brevetten voor goed SOP gedrag mocht uitreiken. Mensen die al  120 en 144 keer hadden deel genomen aan een SOP-tocht. Helaas voor Casper weer mannen. Volgens Casper liep tocht i.v.m. de wateroverlast voor het grootste gedeelte over verharde ondergrond.

We gingen eerst de A15 over en daarna de Betuwelijn. Daar reden zo waar wat treinen overheen. De route ging richting Zoelen. Net voor de imposante kerk draaiden we links af, vlak daarna rechtsaf de boomgaard in welke behoort bij kasteel Soelen. Hier hadden we enige vertraging omdat een plank over een sloot moest worden gepasseerd. Daarna over lekker drassige grond richting kasteel. Hier werd een rondje omheen gelopen, waarna we verder over modderige paden van het langgoed liepen. Op 7 kilometer was de wagenrust. Het was intussen wel duidelijk dat de definitie verharde ondergrond van Casper een andere is dan die van de gemiddelde SOP-loper. Na de gebruikelijke fris en koek (keuze uit 3 soorten) werd de tocht voortgezet.

We liepen richting Kerk Avezaath over een lekker modderig pad. Leuk gevonden, ik was hier nog nooit over heen gelopen. Na de kerk mag je naar de kapel en dat deden we ook, Kapel Avezaat was nu ons volgende doel.  We liepen we anders dan de route aangaf, maar ach dat zijn we bij Casper wel gewend. De A15 werd weer gepasseerd en op ruim 13 kilometer waren net voor Wadenoijen bij onze café rust.

Eetcafé De Tol bood ons vandaag gastvrijheid. De broodjes kroket werden vlot geserveerd. De eigen gemaakte soep was heerlijk. Alleen met 87 deelnemers was de ruimte wat aan de krappe kant. Aan alle goede dingen komt een einde en we werden gemaand de tocht te vervolgen.

Al hoewel we de Linge in begin al even hadden gezien, liep de route nu een stuk langs de Linge. Deze werd een stukje gevolgd, waarbij we langs Station Tiel –Passewaay liepen.  Na een stukje Tiel liepen we langs het inundatiekanaal. Hierna gingen we via de Kruisstraat, waar één van de jongere deelnemers van vandaag woont, naar de dijk.

We liepen langs een kunstwerk, een grote boog met daarop huizen, kerktorens enz als in een skyline. Dit kunstwerk is in 1997 gemaakt door Cor Litjens.Hier werd ook een versnapering uitgereikt. Een mini marsje, volgens Klaas B moesten we uitkijken voor stukjes plastic. De bedoelde lus door de uiterwaarden, Wetlands Passewaay, ging niet door. De uiterwaard stond voor het grootste gedeelte onder water. Gelukkig bleven de voeten op de dijk droog en hadden we mooi uitzicht op de Waal.

Vervolgens naar het beeld van Flipje, waar de nodige foto’s werden gemaakt. Ook de oranje hesjes brigade moest er aan geloven. We liepen door het winkelcentrum, waarbij opviel dat er best wel wat zaken leeg staan. Voor iemand die interesse heeft, 306m2 winkelvloer te huur voor € 2.850 per maand. Daarna werd via de haven weer koers gezet richting de dijk. In de haven lagen blusboten van de brandweer Gelderland.

Via een industriegebiedje kwam hotel Tiel weer in zicht. Dankzij het extra lusje kwamen we volgens mijn GPS uit op 25,02 kilometer. Netjes gedaan.

Casper, helpers en medewandelaars bedankt. Het was een mooie tocht met goed weer.

Volgende week mogen we naar Gorinchem. Kijken of Bert Faro ook buiten Noord-Brabant een mooie tocht kan maken. Ik heb er alle vertrouwen in.

Bertus van Ginkel

 

9e Sponsertocht Nieuw-Unicum

Op de eerste woensdag van maart organiseren Johan Hut en Jos Stam al weer een flink aantal jaren een sponsortocht ten voordele van Nieuw-Unicum. Voor degene dit hier niet mee bekend zijn, een verzorgingshuis in Zandvoort. Deze editie, onder de vlag van Samen-Op-Pad, kende een aantal afwijkingen ten opzichte van de vorige uitgaven.

Start niet meer bij Nieuw-Unicum, maar bij de hockeyclub in Bloemendaal.  Parcoursbouwer niet meer Johan Hut, maar Gert Hoezee had de route gemaakt. Bij mijn vorige verslag al geroepen dat we zand gingen happen.  Daar bleek na afloop geen woord van gelogen. We lopen op de feiten vooruit.

Na het nodige ruiten gekrap,  de lente is begonnen volgens de geleerden, alleen niemand heeft ze dat daarboven ook verteld, op weg naar Bloemendaal. De Tom-Tom maar aangezet. Ik kom niet graag in de buurt van Amsterdam door de week. Veel te veel auto’s en dus kans op files. Dat zal ook wel de oorzaak zijn van een opkomst van 52 personen. De weersvoorspellingen waren ook niet bijster goed.

Een praatje was er vooraf niet, Henk Dikken blies op de fluit (wel weer te laat), iets over tienen doken we meteen de duinen in.  Voorin werden er direct camera’s gepakt. De plaag van de duinen, damherten, konden worden vastgelegd. Zie hiervoor het fotoalbum gemaakt door Peter Lissenberg.

In het begin waren het nog redelijke paden, maar hoe dieper het gebied in hoe vochtiger de ondergrond. Wel had men medelijden met ons. Als het wandelpad te ver onder water stond, mochten we er omheen.  De route slingerde langs mooie meertjes  naar een uitkijkpunt. De zee was al zichtbaar. Hetzelfde gold voor Zandvoort en IJmuiden. Weer naar beneden en via een strandopgang naar het strand. Bloemendaal is aan de kust, bij de kust heb je zee en dus ook strand!

We mochten enkele kilometers over het strand lopen. Dat viel niet tegen en het uitzicht was prachtig. Windje in de rug en opletten dat je niet een achter gebleven beetje water in liep. Vlak voor de strandtent waar we rust hadden waren ze aan het strand bezig. Dat stukje was best vochtig. (Zie foto P2030948)

De rust was goed geregeld en ze hadden lekker appelgebak. Ja, Hans Mulder was verhinderd, en dan krijg je afwijkend gedrag…. Uiteraard wel een cola gedronken. Zoals gebruikelijk wordt vijf minuten van te voren aangekondigd dat we weer op stap mogen. Rusten is leuk, maar er moet gewandeld worden.

We mogen nog een stukje strand lopen. Terug uit de richting waar we vandaan komen. Weten we wat tegenwind voor effect op je loopplezier heeft. Na een kleine 2 kilometer mogen we een strandopgang (of nu afgang) op. Leuke klim. Hé, deze ken ik van het Rondje Santpoort. Nu viel de lossingheid van het zand wel mee, maar in de zomer kan je schoen er behoorlijk vol mee zitten.

We werden weer getrakteerd op mooie heuveltjes en uitzichten over stukjes water. Op het pad lag een groot vlaai (niet de eetbare variant). Ik heb ze er altijd al van verdacht, maar nu weet ik het zeker! Een vrouwspersoon deed even voor hoe een dergelijk plakkaat wordt geproduceerd. (Zie foto P2030971) We liepen al pratende door de duinen en genoten.  Maar aan alle goede dingen komt een einde.

Via kasteel (of is dit een landgoed) Duin en Kruidenberg werd de wagenrust bereikt. Het werd tijd, want de klok ging al richting 15:00 uur. De geruchten waren dat we rond 15:30 uur binnen zouden zijn. Dat laatste zou niet geval zijn, maar dat kwam door een wandelaar die last had van een pees. Johan Hut naam deze persoon mee naar de finish. De frisdrank en traditionele koek smaakte prima.

Het laatste stuk liepen we over asfalt. Maar goed ook, want door verspelde regen kwam nu ook naar beneden. Henk Dikken vond dat schijnbaar vervelend of hij dacht dat hij nog aan zand duwen was, maar het tempo ging er behoorlijk in. Na een opmerking dat hij de groep zo in stukken binnen zou krijgen, werd er naar een SOP-waardiger tempo teruggeschakeld.

Het was weer een mooie tocht, met veel onverhard. De organisatoren, vrijwilligers en medewandelaars bedankt!

O ja, in Tiel gaan we door de uiterwaard las ik in het voor stuk. Gratis advies, houdt Casper in de gaten als u schone schoenen wilt houden.

Bertus van Ginkel

PS als Hennie Roelofsen weer mee kan wandelen, draag ik het verslag maken weer gauw aan hem over. Hopelijk is hij snel hersteld.

 

Wijk bij Duurstede 24-02-2016

Na een paar weken rust organiseerde Casper Seijn een tocht uit Wijk bij Duurstede. Door het mooie weer was de opkomst groot. Met 113 deelnemers werd er gestart. Eerst nog even een certificaat van uitmuntend SOP wandelgedrag uit reiken aan Bert Faro. Al 96 SOP tochten heeft hij mee gewandeld. Casper klaagde nog wel dat hij altijd aan mannen het brevet van goed gedrag mag uitreiken. Waar blijven de dames?

We vertrekken richting de dijk om naar Wijk bij Duurstede te wandelen. Via de vestingwallen en de molen wandelen door het centrum richting Cothen. Door de vele fotomomenten raken we de groep een beetje uit het oog. We blijken een smal straatje te missen. Iets wat ons op redelijk wat commentaar kwam te staan.

We lopen een stukje langs de Kromme Rijn en komen zo in Cothen. Langs de kerk en een oud slot lopen we weer naar de Kromme Rijn. We komen nog een cameraploeg tegen, maar wat ze aan het doen zijn is mij niet duidelijk. Lekker lopend in de zon bereiken we op 10 kilometer de wagenrust. Koek en wat fris. Daar zijn we wel aan toe.

De tocht wordt vervolgd en we lopen langs een van de vele buitenplaatsen waar we vandaag langs komen. Een mooi huis, wel voorzien van een donkere lucht. Even later valt er een beetje regen en wat hagel. De nattigheid van de laatste tijd heeft er voor gezorgd dat we de originele route niet kunnen wandelen. We gaan een alternatief lopen. Daar had Casper niet helemaal goed over nagedacht. We liepen het bos in, alleen we zakten weg in centimeters hoog gevallen bladeren. Wim Freriks leidde de groep naar de weg, maar Casper koos voor links in plaats van rechts. Uiteindelijk kwamen we op hetzelfde punt uit, als waar we het bos waren ingegaan. Foutje, bedankt!

De pauze werd na 17 kilometer bereikt. De Torbijn in Langbroek. Bij de start door kunnen geven of je soep of een broodje kroket wilde. Gekozen voor twee broodjes kroket. Dit bleek 2 kroketten met 2 sneetjes brood te zijn. Lekker, alleen de prijs van € 7,50 per portie was aan de stijve kant. Dat had ik liever van te voren gehoord. Na een wat langer dan geplande pauze, de bediening was niet even handig (ieder portie kroket werd apart besteld) weer op pad.

Casper liep niet meer mee en dat had een waarschuwing moeten zijn. Bij slot Sandenburg gingen we een stukje van een klompenpad doen. Voor dat zover was moesten een flink aantal mensen nog even een foto maken van het slot. Het waren er zoveel dat ik dacht dat we rechtdoor moesten. De nattigheid had ook hier de boel niet droog gehouden. Een aantal mede wandelaars had het over een WS78 waardig parcours. Of te wel modder, modder en nog eens modder. Om de boel nog gezelliger te maken waren er nog een drietal overstappen over glibberige planken met daaronder een slootje.

Gelukkig werd er door diverse mensen de helpende hand geboden. Net voor Wijk bij Duurstede zagen we een ooievaar in het weiland lopen. Mijn camera heeft te weinig zoom, dus die moet u er op de foto's maar even bij denken. Vlak daarna kregen we nog een versnapering. We liepen weer door het centrum (uiteraard wel andere straten) en moesten bukken om onder een oud poortje door te lopen. Langs de restanten van het kasteel ging het naar de pont. Een aantal slimmeriken hadden de auto aan de zuidkant geparkeerd. Ze waren naar de start komen lopen. Nu namen ze de pont weer terug.

Dankzij de oversteekjes en de lange pauze waren we wat later terug dan normaal te doen gebruikelijk is. Het was al met al een leuke tocht, met in doorsnee mooi weer.

Casper bedankt! Hetzelfde geldt voor de vrijwilligers en de mede wandelaars.

 

Tot volgende week in Bloemendaal, dan wordt het zand happen!

 

Bertus van Ginkel

 

Vandaag zijn we te gast bij voetbalvereniging D.O.V.O aan de Sportlaan in mijn geliefde geboorteplaats  Veenendaal.  Vandaag is de laatste wandeling van 2015; een jaar dat voorbij gevlogen is met veel verdriet in onze familie. Maar ook waren er heel veel  mooie dingen, waaronder dit wandelen: het genieten van de natuur, van vrienden van Samen Op Pad  en zijn medewerkers. We beginnen met koffie. Het is nog vroeg. In de ruime kantine druppelen de wandelaars binnen. Ik ben altijd benieuwd hoe groot de opkomst is. Dan, als de klok 10.00 uur aangeeft, neemt Casper het woord en wordt Hans Mulder een oorkonde uitgereikt van 125 wandelingen. Daarna belt Casper de zieke, maar ook jarige, Rolf Craanen op. En als Rolf opneemt wordt hij spontaan toegezongen. Dan vertelt Casper  een en ander over de tocht en starten we . We komen na een dikke kilometer door de bewoonde wereld met allemaal huizen al snel op de Slaperdijk; een oud stukje Veenendaal dat in 1652 is aangelegd en de plaats beschermen tegen een dijkdoorbraak van de  Rijn.  Zo werden de valleibewoners beschermd.  We steken de spoorwegovergang bij Overberg over en wandelen ’De Haspel’  in en gelijk ook weer uit. Bij het Landalpark gaan we het wandellaantje in. Normaal gesproken kan hier sneeuw liggen deze tijd, maar nu passeren we heidevelden. Al keuvelend wandelen we met 108 wandelaars de Utrechtse Heuvelrug op en beginnen met het  beklimmen van de Amerongseberg. Hier zie je  heel veel wandel-,  maar ook mountainbike- en ruiterpaadjes liggen. In het verleden heb ik ook menige hardloopwedstrijd in dit gebied gedaan. Er liggen veel campings in dit mooie gebied. Dan naderen we de rust. De middagpauze is bij het Pannenkoekenrestaurant ’t Berghuis’.  Met z’n allen proberen we een plaatsje te bemachtigen. Velen blijven buiten, omdat het prima weer is.  Hier nuttigen we de boterham met thee of koffie of iets degelijks. We praten we over de mooie tocht.  Ik spreek mensen uit Pijnakker, die met het openbaar vervoer hier heen gekomen zijn om eens in een andere omgeving te wandelen. Dat is  heel gezellig. Gelijk hebben we een klik als het gesprek over voetbal gaat.  Maar na rust beginnen we aan het tweede gedeelte van de wandeling. Als we net op gang zijn, staan we even stil bij ’De Naald’ waarover Casper in zijn vooraankondiging schreef . Een tuinman zou een kippenhok bouwen en net op die plek. Daarom sloopte hij de reusachtige naald en verstopte hem in de grond. Jaren later zou deze weer opgegraven worden en in ere hersteld op de plek  waar hij nu staat . Het monument is ter nagedachtenis aan de overwinning (in 1813) op Napoleon en zijn troepen. Dan, nadat menig kiekje genomen is, zet de stoet zich weer in beweging. Zoals gebruikelijk dalen en klimmen we. Maar je moet goed uitkijken waar je loopt.  Je ligt zo op je snufferd wat ook dan spontaan bij Lia een van onze wandelaars  gebeurt. Gelukkig is de ondergrond zacht en kan de lieftallige dame verder. De beloofde reeën of ander wild zoals Casper beloofde, zien we niet.  Misschien straks nog. Nu komen we in open terrein en passeren de reusachtige tabaksschuur; een informatiecentrum waar regelmatig excursies worden gedaan. Dan steken we de drukke N 225 over om de Amerongse Bovenpolder in te gaan; een 45 ha groot natuurgebied. Het is een uiterwaard die omgevormd is tot kwelmoeras. Hier lopen een aantal laarzenpaden doorheen en zie als je geluk hebt de kwak, de zwarte ooievaar, roerdomp, waterral en grote zaagbek. Ik heb ze nog nooit gezien. Ook allerlei planten zijn hier te bewonderen; kortom een prachtig gebied. In de verte zien we de Amerongse Andries-kerk  en een deel van het kasteel. Dan beklimmen sommigen nog even de uitkijkpost  om de polder van bovenaf te bekijken. Ook zie je en de Neder-Rijn die hier zo’n kilometer vandaan ligt. Als alles weer naar beneden gekomen is, maken we ons op om voor de tweede keer de Amerongseberg over te gaan. De route gaat door het bos over de toepasselijke  naam Veenseweg naar Veenendaal. Ongeveer op het hoogste punt hebben we nog even een wagenrust met een heerlijke oliebol en een pakje drinken. Reken maar dat het smaakt na al de inspanning.  Als we ’Kasteel Prattenburg’ passeren, verlaten we het bos en komen in open gebied waar we aan de rand van Veenendaal staan. We lopen nog met wat slingertjes om de finish weer te bereiken. Met weer een mooie tocht rijker (de laatste van 2015). Bedankt Casper!  Jammer is dat we de beloofde reeën niet hebben gezien. Ik wens allen een voorspoedig 2016 toe.

 

Hennie Roelofsen

Dan, eindelijk na een blessureperiode, weer op de weg naar Scherpenzeel voor een SOP-tocht. Heel lang moest ik verstek laten gaan. Ik heb er zo’n zin in om al mijn vrienden/vriendinnen weer te zien. Zaterdag had ik nog een test van 20 km gedaan om te zien of ik het weer aankan. Vlakbij ’De Lelie’, die op de rotonde staat van Scherpenzeel, is de inschrijving en start, bij het multicultureel centrum ’De Breehoek’. Eerst zijn er de wederzijdse begroetingen.  Zo te zien is er een grote opkomst. Dan, na een korte uitleg door Wim Veerman, gaan we van start met 94 wandelaars. Even wandelen we een stukje langs de drukke ringweg N224, waar we via een tunnel onderdoor gaan. Gelijk zitten we in het groen van ’Landgoed Scherpen-zeel’. Het is zo’n  100 ha groot. We passeren de schietbaan die hier ligt,  maar die sinds enkele jaren buiten gebruik is. Op het landgoed liggen ook twee van vier klompenpaden waarvan we een deel lopen. Zo ook het ’Kerstavondpad’ waarvan de wandeling vandaag de naam draagt. Het is iets dat me bijna in verwarring bracht. Het is een pad van 3,5 kilometer en al eeuwen oud. Het is een van de weinige bewaarde kerkenpaden in z’n oorspronkelijke vorm. De zon schijnt uitbundig en de stemming zit er goed in. Het gebied waardoor we wandelen bestaat uit landbouwgronden, bossen en natuurterreinen. Op diverse plekken staan monumentale boerderijen, dienstwoningen, beheerderwoningen en vele schaapskooien. Kenmerkend zijn in deze streek de wit-blauwe luiken. Menigeen zet deze schoonheid op de foto. Al slingerend maken we een bocht en zakken weer af richting Scherpenzeel en Woudenberg. We passeren een leuk vennetje aan de Voskuilerdijk. Scherpenzeel bestaat uit diverse buurtschappen. We komen vanuit De Haar en gaan Voskuilen in. Maar ook Ruwwinkel is een buurtschap en Lambalgen. Ook kom je hier veel veldnamen tegen, zoals: Breehoef  en Dashorst. Dan verlaten we de landerijen en komen aan bij het Valleikanaal. Dit volgen we een stuk tot de stuw waar de watertoren staat. Na de brug vervolgen we het ’Grebbeliniepad’ langs de diverse kazematten, die daar liggen. Die hebben in de loop der jaren al heel wat bezoekers gehad. Er ligt een wandelpad, waar veel gebruik van wordt gemaakt en er zijn veel historische forten, sluizen, bunkers, stuwen, enz..We komen voor de middagpauze (op zo’n 13½ kilometer) aan bij een mooie boerderij Hoeve de Beek, waar ook het museum van de Grebbelineroute te bezichtigen is.Maar daar komen wij niet voor. Wij genieten even van de rust en een broodje met koffie of iets dergelijks. Binnen is het heel leuk ingericht met allerlei oude voorwerpen. Zelfs grootmoeders linnenkast is nog te bewonderen. Ook hebben ze een zolder waar het goed toeven is (zie foto’s op de SOP-site). De boerderij uit 1880 ligt er goed verzorgd bij . Ook worden we klantvriendelijk bediend. Na het bedanken voor de gastvrijheid vervolgen we de route  over de Brinkkanterweg  met de gelijknamige brug. We vervolgen de route langs het Valleikanaal. Dan zie je een aftakking die de Luntersebeek heet; gebied is Lambalgen. Na zo’n vijfhonderd meter verlaten we het Valleikanaal en op de Vlieterweg zien we ineens weer de Luntersebeek. Er ligt veel modder. Grote delen van de route zijn door grote machines tot pap gereden.  Sterke kerels zijn bezig de oude loop van de beek te herstellen. En dat gaat gepaard met enige overlast in de vorm van modder en vocht.In de verte  is de kerktoren van de finishplaats al waar te nemen. Maar eerst passeren we nog het park waar het prachtige ’Huize Scherpenzeel’ staat met z’n koetshuis en poortgebouw,het stamt uit de 14e eeuw, maar is rond 1858 ingericht in de Engelse landschap stijl met bijbehorende tuin. Het is  prachtig om te zien. Het is tegenwoordig ook een veelgebruikte trouwlocatie. Het is ook enige tijden  gemeentehuis geweest. Nu is het in beheer van de ’Stichting vrienden der Gelderse Kastelen’. Dan, als we door een hek gaan, staan we plotseling midden in het centrum recht tegenover de kerk van Scherpenzeel. Dat is een rare gewaarwording.  Na een paar kleine slingertjes komen we weer aan bij ’De Breehoek’. We nemen nog een drankje en praten na over de mooie route die Wim samen met het comité in elkaar gezet heeft. Topie man, bedankt!

Hennie Roelofsen

 

HUIZEN GOOIMEERTOCHT 11 NOVEMBER 2015 15 KM

Ik ben gek genoeg om ervoor te kiezen om op de elfde van de elfde naar het noorden te gaan voor een wandeltocht en de gevolgen van het fileleed nogmaals aan de lijve te ondervinden. Maar de SOP blijft trekken en Sonja is bereid om mij vanaf Gorinchem mee te nemen, zodat een groot deel van de ellende aan mij voorbij zal gaan. Het is natuurlijk wel vroeg piesen, doch dat moet ik er voor over hebben. Sonja heeft in haar auto een machtig instrument dat zelf bekijkt wat de snelste manier is om op de plaats van bestemming te komen. Ook de tussenstop in Vianen om Ria op te pikken, lost hij voor haar op, zodat zij keurig op tijd om half tien in Huizen bij het clubgebouw van de korfbalvereniging de auto aan de kant kan zetten.

Van harte word ik door de reeds aanwezigen welkom geheten en als ik in de veelheid van gezichten dat van mijn Olijfje ontdek, fleur ik op en is het vroege opstaan en het afscheid nemen van thuis voor even vergeten. Met een opgewekte babbel met deze en gene vliegt de tijd om en tegen tienen trekt iedereen naar buiten. Klaas, de organisator van de tocht, doet een enkele korte mededeling en dan komt Olijfje aan het woord om Klaas te huldigen met zijn deelname aan de 96e SOP-tocht. Dan, bijna klokslag tien uur, neemt Klaas het voortouw en gaat er met grote stappen vandoor. Het is grappig om te zien, de lange Klaas naast de wat klein uitgevallen Henk die met snelle pasjes onze voorman tracht bij te benen.

Van meet af aan wordt er dus stevig doorgestapt, want de aankomsttijd van vóór vier uur in de middag is bij de SOP heilig geworden. Zelf til ik er niet zo zwaar aan, want de files zullen er niet minder om zijn. Afijn, ik hobbel mee met de groep en na wat straatjes, die ik mij niet herinner uit de tijd dat ik hier als jongen op de fiets doorheen trok. Toen was Huizen nog een bekende vissersplaats aan het IJsselmeer, maar dat nu verworden is tot een haventje voor jachten aan het Gooimeer. Het kan verkeren, zou, ik meen, Vader Cats zeggen. Spoedig nadat we de huizen achter ons gelaten hebben, trekken we als een lange sliert het bos in. 86 deelnemers zie je niet over het hoofd. We zakken tot enkelsdiep in de afgevallen bladeren en kwajongensachtig schoppen we er tegenaan. Leuk, maar erg vermoeiend. We zijn nog maar enkele kilometers op pad als Klaas enkele geselecteerden terzijde zet en hij laat Henk met de rest een gevaarlijk gladde glooiing afdalen. Na enkele minuten is de groep via een omweg bij ons en wij sluiten ons bij hen aan. De tocht zet zich voort. We verlaten het bos en lopen langs de behuizingen van de elite van Blaricum en Laren. Het is moeilijk te zeggen welke plaats het is, daar ze in de loop der jaren aan elkaar zijn vastgegroeid.

Veel tijd om alles te bekijken, wordt mij niet gegund en als ik al eens een foto maak om thuis te laten zien, moet ik dat meteen bezuren doordat ik met versnelde pas de opgelopen achterstand weer in moet halen. Tot een kilometer of negen lukt dit mij wel, maar dan overvalt mij een vermoeidheid die niet te negeren is. Het inhalen wordt een onmogelijkheid, zodat ik als één der laatsten de kantine van de speeltuin binnenstap en op de eerste de beste stoel neerval. Twaalf kilometers zijn er nu afgelegd en het voelt of ik al aan het eind der krachten ben. Dit gaat zo niet langer. Ik zal eieren voor mijn geld moeten kiezen. Aan Coby, die de verzorging op zich genomen heeft, vraag ik of zij nog een plaatsje in haar auto vrij heeft en of ik met haar mee mag rijden tot de volgende rustplaats. Voor Coby geen probleem, dus na een half uur laat ik de groep met één man minder weer vertrekken.

Het is tien over twee als ik de wandelaars weer zie aankomen, dus bijna anderhalf uur heb ik extra kunnen rusten om op krachten te komen, dus ik sluit mij weer bij de groep aan. Olijfje is zo lief dat zij mij in de gaten wil houden en met haar aan mijn zijde volgen we de anderen. Doch helaas, ik heb te hoog gegrepen en de kracht ontbreekt mij om dit tot het eind toe vol te houden. Af en toe slinger ik tegen mijn Olijfje aan en eerst wijt ik dit nog aan mijn zeebenen, die mij blijven achtervolgen, maar na een poos kan ik dit niet langer volhouden. Een reddingsboei wordt mij in de vorm van een fruitpost toegeworpen en grijp deze met beide handen vast en rijdt de laatste twee kilometer weer met Coby mee.

Net vóór de wandelaars komen Coby en ik aan bij het korfbalgebouw en na mijn vrienden begroet te hebben, gaan Ria en ik weer met Sonja op de terugweg om na vele omzwervingen om één minuut voor zessen thuis te komen.

Quirinus.

UITERWAARDEN WOUDRICHEMTOCHT  18 NOVEMBER 2015 16 KM

Met Heine gaan we vandaag naar Werkendam voor een SOP-tocht van Bert Faro. De stormen zijn voor het moment wel aardig geluwd, maar de sporen zullen zij in de vorm van blubber in de uiterwaarden langs de rivier achtergelaten hebben. Dus daar zie ik dus tegenop. Maar aan alles is een mouw aan te passen en als het zo ver is, lost zicht dat wel op.

Werkendam, net over de Merwedebrug nabij Gorinchem is toch nog min of meer een thuiswedstrijd en via de snelwegen gemakkelijk te bereiken. Zonder verkeershinder of andere tegenslagen zijn we dan ook rijkelijk vroeg in de kantine van de Kozakken Boys. Terwijl Heine een beetje in de rondte loopt de dwalen, ga ik de verschillende vrienden, waaronder mijn Olijfje, langs voor een begroeting en een praatje. Zo vliegt de tijd voorbij en is ongemerkt het tijdstip van vertrek aangebroken. Bert is stipt en houdt niet van dralen. Resoluut staat hij op en kondigt door middel van een soort van kreet aan dat de wandelaars, 66 in getal, hem naar buiten dienen te volgen.

Buiten gekomen, krijgen we nog een korte uitleg over wat er ons vandaag te wachten staat om meteen erna de pas erin te zetten. Al gauw volgen er enkele trappen, die mij na de beklimming naar adem doen snakken. Ik vraag mij af of ik wel voldoende op verhaal gekomen ben na de tocht in Steenbergen of dat er mogelijk achter de kortademigheid meer schuilt. Veel tijd om erover na te denken wordt mij niet gelaten, want Bert heeft ons niets van de schoonheid dezer streek onthouden. Het heeft meer weg van een toeristische rondleiding. Het is alleen jammer dat we nergens lang bij stil kunnen staan. Het SOP-reglement schrijft voor dat we min of meer met 5,5 km/uur ons dienen te verplaatsen. Dit tempo is voor mij met mijn oude lijf niet lang vol te houden. Zodoende zak ik steeds verder af in de groep en na een poosje hang ik in de staart.

Maar eer het zo ver is, zijn we al verscheidene bunkers van de Hollandse Waterlinie gepasseerd en hebben de diverse molens reeds onze aandacht gevraagd. Het is dat we in Brabant lopen, anders zou je kunnen spreken van een echt Hollands landschap. Op een gegeven moment zien onze kopmannen in dat we met het huidige tempo wel erg vroeg op de lunchplek in Woudrichem aan zullen komen, dus houden zij iets in en kan ik mij ook weer bij de groep aansluiten en krijg ik zelfs de gelegenheid om enkele foto's te schieten om thuis nog eens na te genieten. Woudrichem is een stadje met een Middeleeuws karakter en doet mij denken aan mijn geboorteplaats, Monnickendam. Leuke smalle straatjes en huizen in de bouwstijl van honderden jaren geleden.

Ondanks het ingehouden tempo komen we reeds om kwart vóór twaalf in 't Rondeel aan en heb ik het geluk zitplaats te vinden op een zacht verende bank om te genieten van de thee die Heine galant voor mij heeft aangedragen. Op zo'n moment is wandelen op z'n minst aan te bevelen voor een ieder die bewegen net iets teveel van het goede vindt. Een half uur later vindt Bert dat we genoeg gezeten hebben, geeft hij het sein van het aanstaande vertrek om vrijwel meteen erna ons voor te gaan naar de uitgang. En weer is er een trap die mij het ademen beneemt. Een bank bij de Gevangenenpoort, mij aangewezen door Cees, biedt mij soelaas. En terwijl de groep door het oude centrum, mij niet onbekend, dwaalt, kom ik enigszins tot rust op de bank. Met enkele inwoners, die het vreemd vinden dat een man met een oranje petje daar zit, maak ik een praatje en stel hen gerust. Er steekt in mij geen kwaad.

Na het rondje Woudrichem sluit ik mij weer aan, maar moet inzien dat ik dit tempo niet kan volhouden. Ik geef aan dat ik het moeilijk heb en daar waar de groep afdaalt naar de uiterwaarden, blijf ik op de dijk in mijn eigen tempo verder gaan. Wim blijft bij mij mochten er onverhoopt andere maatregelen genomen moeten worden. Weliswaar niet kuierend, maar wel rustiger aan lopen we met z'n tweetjes netjes rechts van de rijweg in de richting van de te verwachten wagenrust. De mensen kijken ons mogelijk ietwat verbaasd aan, maar daar hebben we maling aan. We groeten de voorbijgangers netjes, zoals we dat van huis uit meegekregen hebben. Ik stel enkele dames, die ons enigszins verschrikt aankijken, gerust en vertel hen wat we aan het doen zijn. Niet letterlijk, maar ik zie dat zij in gedachten met hun wijsvingers naar het voorhoofd wijzen. Zij doen maar, wij gaan verder en zien in de verte enkele oranje hoesjes, die aangeven dat de groep uit het oerwoud weer in bewoond gebied komt. En inderdaad, even verder dalen we de dijk af naar de parkeerplaats van de jachthaven van Sleeuwijk. Hier worden we verenigd met de overige 64 deelnemers. Jeanet zorgt voor een versnapering in de vorm van koeken en wat te drinken.

In een voor mij gereed gezette stoel overweeg ik wat ik verder moet doen. In mijn hart heb ik dan al besloten om in de auto van Jeanet verder te gaan en in de kantine de terugkomst van de anderen af te wachten. Tussen de heen en weer lopende wandelaars door zie ik recht tegenover mij mijn Olijfje zitten. Tot meer dan een korte knik en een kleine handzwaai komen we niet, want Bert wil naar huis en maant tot spoed. Er wachten de lopers nog zeven wandelkilometers. En ik rijdt genoegzaam naast Jeanet zittend naar de kantine van de Kozakken Boys. Na een uur wachten zijn ook mijn vrienden gearriveerd en daar Heine zo spoedig mogelijk naar huis wil, neem ik afscheid van deze en gene en na een welgemeend 'tot ziens' lopen we naar de parkeerplaats, stappen in en rijden zonder oponthoud naar huis. Heine heeft volgens eigen zeggen 'lekker gelopen' en ik ben over deze dag ook niet ontevreden.

Quirinus

 

WIJK BIJ DUURSTEDE 2 VERENTOCHT  4 NOVEMBER 2015

Met gemengde gevoelens reis ik af naar Wijk bij Duurstede, want het is haast zeker dat ik weer in de file-ellende verzeild raak en ermee opgezadeld ga worden. Maar goed, het weerzien met mijn wandelvrienden en het feit dat ik niet eerder in deze plaats gestart ben, trekt mij over de streep en om acht stap ik dan ook in de auto. Het duurt even eer ik Zwijndrecht uit ben, want alle uitgangen zijn afgesloten en liggen op de schop. Ik volg mijn tomtom en bij Houten gaat het nogmaals fout. Afgesloten wegen en dergelijke zorgen ervoor dat er een stressgevoel bij mij op komt zetten. Uiteindelijk ben ik dus ruim op tijd en word ik van alle kanten begroet en geprezen om mijn wilskracht en doorzettingsvermogen.

Nadat ik de organisator om toestemming heb gevraagd en verkregen, vertrek ik met nog honderd andere wandelfanaten en na de huldiging van Sonja als trouw deelneemster om tien over tien in de richting van de pont. De groep formeert zich tot een enigszins nette eenheid en loopt netjes rechts van de weg de Veerweg af om op het wagenveer tot rust te komen. Het is prachtig wandelweer met een weliswaar grotendeels bewolkte lucht en weinig wind. Natuurlijk is er de vraag van velen waarom Heine er vandaag niet bij is. Helaas moet ik hen zeggen dat mijn zoon ziek te bed ligt met een griepaanval die er niet om liegt. En dan wordt er gelijk gevraagd of ik hem mogelijk heb aangestoken, omdat ik enkele malen niet aanwezig ben geweest bij het SOP-gebeuren. Laat ik dan meteen duidelijk maken dat de SOP-tochten mij iets te zwaar worden en dat ik vooral moeite heb met klimmen en het tempo. Dus het zal er eens van komen dat ik er helemaal van af zal moeten zien. Jammer, maar het is iets dat ons allemaal op oudere leeftijd te wachten staat. Genoeg hierover. Intussen heeft de schipper ons in korte tijd naar de overkant van de rivier gebracht en kan de groep van ruim honderd lopers zich opnieuw formeren en met forse stap in de richting van Amerongen, ons verste punt, gaan.

De stemming is geanimeerd en er vliegen vele anekdotes over en weer. Natuurlijk, zoals gebruikelijk is in de wandelsport, worden er ook serieuzer zaken besproken. In sommige gevallen komt zelfs de ziel bloot te liggen. Hoewel het tempo vrij hoog is, kan ik het, zei het met moeite, bijhouden. Toch zie ik kans om de omgeving met de camera vast te leggen, zodat ik het thuisfront met beelden erover kan verhalen. Lopend over de dijk zien we het grote verschil in hoogte tussen ons er de eronder liggende waarden. De daken der eeuwenoude boerderijen tonen zich op ooghoogte. Momenteel met de lage waterstand hebben de bewoners niets te vrezen, maar dat zal anders zijn als het kolkende water tot op korte afstand van de dijktop gestegen zal zijn. Dan wordt er met angst en vreze voor overstromingen gevreesd. Maar nu niets van dat alles. Olijfje voegt zich aan mijn zijde en voor een wijl wordt er niet aan water en aanverwante zaken gedacht. Gezellig babbelend lopen we naast elkander voort en bereiken kort na de anderen de gierpont van Amerongen die ons weer terug zal brengen naar de noordkant van de Lek.

Vanaf hier is het nog een stukje verder om bij onze lunchplaats, het kasteel Amerongen, te komen en het lijkt mij dat er steeds sneller gelopen gaat worden. Tegen de tijd dat we onder de poort door lopen en het restaurant bereiken, ben ik bezweet en doodmoe. Mijn visie is dat ik dit niet nog eens moet doen. We zijn nog maar halverwege en de rest van het parkoers wordt als 'zwaar' bestempeld, dus mijn conclusie is dat ik de groep moet verlaten en op een andere manier naar Wijk bij Duurstede moet zien te komen. Na wat gediscussieer met deze en gene, besluit ik dat ik de route via de geplaveide dijk, weliswaar twee kilometer korter, zal nemen. Hans hoort van mijn voornemen en sluit zich bij mij aan, zodat we met z'n tweeën ons van de groep afscheiden om via een eigen route terug te keren naar daar vanwaar we gekomen zijn.

Ik neem afscheid van mijn Olijfje en groet de overige met een zwaai van de hand. De overgeblevenen lopen een rondje om het kasteel om vervolgens een deel van een befaamd klompenpad te volgen. Hans en ik strekken de kuierlatten en gaan over de dijk terug. Het weer is nog steeds goed en over de mogelijk verwachte regen denken we nog niet. Gezellig kletsen we erop los. Hans haalt een hoop herinneringen op uit vorige tochten en als bekende van deze streek frist hij mijn aardrijkskundige kennis op. Ik schiet onderwijl menig plaatje. Een hinderlijk iets dat wij ervaren is het langskomen van de vele auto's. Wat zij hier op de dijk te zoeken hebben, weet ik niet en zal ik ook niet aan de weet komen. Sommige rijden veel sneller dan de maximum toegestane snelheid en suizen voorbij.

Nu we in een iets rustiger tempo van 5,2 km/uur lopen, zien we veel meer details van de boerenhofsteden en het vee in de weiden. Dacht ik eerst dat het slechts jongvee was, nu blijkt ook dat de melkkoeien zich hier tegoed doen aan het nog malse gras. De boeren zijn klaar met het hooien en kuilen en zijn druk bezig de erven schoon te blazen van afgevallen blad. De machines staan schoon opgeborgen en staan gereed om er volgend jaar opnieuw mee aan de gang te gaan.

De negen kilometers die ons voorgeschoteld zijn, blijken er ruim tien en een halve te zijn en het duurt dus tot vijf vóór half vier, een half uur eerder dan de groep aankomt, eer we opgelucht de voetbalkantine binnenlopen. Volgens de GPS hebben we in totaal 23,8 kilometers afgelegd, dus niks om ons over te schamen. We drinken en rusten wat en net vóór ik in de auto stap, komen mijn wandelgenoten ook binnen. Op dit moment weet ik nog niet dat er een vrachtauto op mijn route gestrand is en dat ik daardoor pas twee uur later met veel fileleed thuiskom.
 Quirinus


AMERSFOORT  SOP-NATUURTOCHT  14 OKTOBER 2015 10 KM

Heine heeft nog een vrije dag en ik zie er ook wel brood in om naar Amersfoort te rijden voor de zoveelste SOP-tocht. Het begint niet al te best, want op de A27 raken we in de file en we komen nog maar amper op tijd. Maar het loopt goed af en we horen in het geroezemoes Rolf zeggen dat hij ons een fijne dag toewenst. Op het laatste moment sluiten zich nog twee wandelaars bij ons aan en gaan we met 92 waaghalzen om tien uur op pad.

Al gelijk in het begin lopen we tegen enkele pittige heuveltjes met boven de grond uitstekende boomwortels en venijnige stompjes op en daar ik nog niet op adem ben gekomen van de rit hier naar toe, kom ik boven gekomen te hijgen als een postpaard. Even dreig ik nog even ondersteboven te gaan, maar gelukkig worden mij enige helpende handen toegestoken en blijf ik op de been. Maar de schrik zit er goed in en ik denk terug aan vorige valpartijen met heftige gevolgen. Gelukkig blijven deze mij nu bespaard, maar de angst zit er goed in en ik kijk dan ook steeds naar de grond.

De route vervolgend komen we langs protserige buitenverblijven van de meer gegoede burgers. De voor de huizen gelegen grasveldjes zijn als een biljartbal zo glad en omringd met prachtig geschoren hagen. Maar wij gaan er snel aan voorbij, alsof het ons niet interesseert dat hier een deel van onze belastingcenten in opgegaan zijn. In de haast neem ik vlug nog wat foto's om later thuis nog eens te bekijken. Verder genieten we van deze prachtige en unieke bosrijke omgeving, waar Rolf de meest kronkelige paadjes aan elkaar heeft weten te koppelen om tot een aaneen gesloten route te komen.

Na ongeveer een uur krijg ik de gelegenheid om via een iets kortere weg bij Rolf te komen die met een paar manden appels ons staat op te wachten. Onderuit gezakt op een stoeltje wacht ik hier op de groep om mij weer aan te sluiten. En als ik zie hoe de wandelaars over een smalle en onstabiel lijkende plank over de bermsloot moeten geraken, ben ik blij dat ik deze beproeving niet heb hoeven te doorstaan. En tot overmaat van ramp begint het nog te miezeren ook. Onze weermannen hebben ons gisteravond nog geprobeerd te overtuigen dat de regen zou uitblijven tot laat in de middag, maar als zo vaak zaten zij er flink naast. Net als ons nationale voetbalelftal trouwens dat kansloos ten onder ging tegen een op papier mindere tegenstander.

Als iedereen zijn of haar appeltje te pakken heeft, trekt de stoet verder het bos in met mij ergens in de achterhoede. De vaart zit er goed in. Ook de regen laat zich steeds meer gelden. Het is dat het bladerdek een groot gedeelte opvangt anders hadden we in onze schoenen kunnen soppen. Ik zie het met lede ogen aan en bedenk dat ik geen enkele verplichting heb en mijn eigen baas ben. Dus als we na een tiental kilometers bij de 'grote rust' zijn aangekomen, smeed ik een plannetje om aan de nattigheid en viezigheid te ontkomen. Vraag aan de mij omringende dames of zij het zonder mij kunnen redden en bij een positief antwoord vraag ik aan Rolf of hij nog een hulpje kan gebruiken. Rolf heeft geen bezwaar tegen mijn aanwezigheid en als het wandellegioen na een goed half uur vertrekt, ga ik bij Rolf in de auto en houden we ons babbelend bezig tot op negen kilometer verder koeken en drinken wordt uitgedeeld.

Als de groep voor de laatste etappe van zes kilometer de heuvel opgaat, ruimen wij de rommel op en rijden naar het eindpunt van deze wandeltocht. Hier wachten we tot de wandelaars de klus geklaard hebben en ik met Heine het volgende fileprobleem tegemoet kan zien.

 

Quirinus.

'2e MOOI ZWIJNDRECHT'  30 SEPTEMBER 2015  20 KM

Er is geen koe zo bont of er zit een vlekje aan. Een waarheid als een koe, maar aan deze dag kleeft geen enkele smet. Of je zou het over de slapeloze uren van de nacht ervoor moeten hebben. Constant lig je te woelen en te draaien en denkt aan van alles wat zou kunnen gebeuren om roet in het eten te strooien. Maar niks van dit alles, alle zorgen voor niets.

Als ik om kwart voor negen in Xiejezo, het startlokaal aan de Grote Beerstraat, verschijn, ben ik niet de eerste. Het inschrijf- en ontvangstcomité zit in vol ornaat op mij en de overige deelnemers te wachten. Coby en Henk voor het inschrijven en het kasbeheer en Klaas als stempelaar en praatjesmaker. En niet te vergeten, mijn Olijfje, als promootster en klantentrekster. Zij heeft haar taak achter de schermen goed uitgevoerd, want er komen uiteindelijk 76 personen op het evenement in deze uithoek van land af.

Met deze groep gaan we na een wat rommelig begin op pad in de richting van het Noordpark waar vele kunstenaars hun kunstwerken voor het grote publiek aan de oever van het befaamde 'drie rivierenpunt' hebben uitgestald. Dit moment van de dag is het juiste om iets dergelijks te bekijken. Door de niet te hoog staande ochtendzon beschenen tegen het herfstachtige groen van het park en het geluid van het kabbelende water in beroering gebracht door de oostelijke wind is het net een film die aan je voorbij trekt. De reacties van 'mijn gasten' zijn dan ook vol lof over deze locatie. Vervolgens is het zicht op de oudste Hollandse stad dat de wandelaars stil van bewondering maakt. Was het niet onze eigen koning die dit punt om Dordrecht te betreden had uitgezocht? Deze koninklijke belangstelling maakt het dubbel zo aantrekkelijk. De televisiebeelden van toen wegen niet op tegen deze werkelijkheid.

Wat volgt is de wandeling langs de waterkant. Eerst het Veerplein met zijn hobbelige keitjes en het Maasplein met zijn majestueuze hoogbouw. De gemeente heeft er destijds goed aan gedaan om dit pad open te stellen voor het publiek. En ik, als wandelaar, maak er regelmatig gebruik van. Waar kom je zo dicht bij de schepen als hier? Je kijkt als het ware bij de schippers op tafel. En laat ik niet vergeten de blik op onze 'Zwijndrechtse Brug'. Van verre zien we de witte kleuren reeds schitteren in de zon. Ik vertel mijn wandelaars dat er jarenlang strijd is geleverd over de naam. Onze overburen claimden het als hun brug, maar uiteindelijk heeft onze gemeente het gewonnen, want van waaruit komt het silhouet het beste uit de verf?

Na deze indrukken en lichtelijk vermoeid komen we onder de Stadsbrug en zorgen mijn vrouw en onze Trudie dat ze aan hun trekken komen met drinken en een speculaaspop om op te knabbelen. Ook al gelooft niemand van ons gezelschap nog in het bestaan van de Goedheiligman, de geneugten laten zij zich niet ontgaan. Een kwartier is er voor deze onderbreking uitgetrokken en dan wordt de tocht voortgezet langs wat ik noem 'de oudste nieuwbouw' van Zwijndrecht. Onder de dijk lopend zien we ter linkerzijde één der oudste industrïen van onze gemeenschap. Een slim gekozen locatie aan het water met verbinding tot een ver reikend achterland. Aan de andere kant worden de oude woningen omgetoverd tot moderne huisvestigingen. Tijdens de renovatie geeft dat een wat rommelige aanblik, maar de resultaten zijn verbluffend.

Enkele kilometers verder, nabij het Fazantplein, verlaten we de dijk en gaan richting de andere gezichtsbepalende rivier, ons aller Devel. Een water om trots op te zijn, want nergens anders vind je zoveel natuurschoon op zo'n kleine oppervlakte. Er is werkelijk alles aan gedaan om hier een uniek wandelgebied van te maken. En dan de schat aan bloemen in het Arboretum, helemaal door vrijwilligers onderhouden en 'up to date' te maken. Wij lopen er al slingerend doorheen en steken over naar de, misschien wel oudste weg van Zwijndrecht, de Munnikensteeg, waar de manege, de Hoge Devel', zich gevestigd heeft. Hier, in de ruim opgezette kantine, genieten we van onze 'binnenrust'. Ruim een half uur is hier voor uitgetrokken en die tijd hebben we hard nodig om aan onze trekken te komen. Wandelen maakt hongerig en het middaguur heeft al geslagen. De vrijwilligers van de manege, niet gewend aan zo'n grote toeloop, doen wat ze kunnen om alles in kannen en kruiken te krijgen en de wandelaars in 'hun natje en droogje' te voorzien.

Voldaan en uitgeleide gedaan door de manegestaf gaan we verder op ons pad. We zijn immers nog maar op de helft. Het Develbos is de volgende attractie. Bewust heb ik hier slechts enkele van de vele paden uitgekozen. Voor mezelf heb ik deze route een 'rondje om het meer' genoemd. Daarna trekken we de 'Munnikendevel' door om na dit unieke natuurgebied op de Lindenweg uit te komen. Over het gloednieuwe fietspad gaan we de kant van Heerjansdam op, maar na het viaduct steken we over en maken we dankbaar gebruik van de toestemming die boer Groenenveld mij gegeven heeft om via zijn land naar de Lindtsedijk te gaan. Tussen de velden met hoog opgeschoten spruitenplanten en tussen de stallen op het erf door kan ik zo een heel eind afsnijden. Anders had ik via de Develsluis gemoeten en een andere route terug moeten kiezen.

Op de Geerweg, nabij de opgestapelde rioolbuizen, staan onze lieve verzorgsters weer op ons te wachten met een banaan en weer wat te drinken. En volgestouwd met vitamines kunnen we aan het laatste traject beginnen, een rondwandeling door de 'Hooge Nesse' van drie kilometer om daarna verder te gaan over de Geerweg. Ook het laatstgenoemde natuurgebied krijgt veler bewondering en lof toegezwaaid. Zwijndrecht heeft zoveel te bieden. De wandeltocht wordt vervolgd door achter het weinig gebruikte wandelpad achter de huizen langs in de richting van de Devel te volgen. Deze keer gaan we via de Lindenweg in de richting van ons eindpunt, kruizen het riviertje via de brug bij Oudeland en gaan over de 600 meterlange Valeriussingel naar de monumentale Pietermankerk. Menige bewonderend blik wordt naar  dit kerkje in het voorbij geworpen, maar Henk, die de leiding in handen heeft gekregen, heeft trek in bier en wil verder.

Bij het beroemde kerkje steken we over de andere zijde en gaan het viaduct onderdoor en aan de andere zijde langs de spoorlijn lopend zakken we af naar de Jupiterstraat en de Grote Beerstraat om in Xiejezo het einde van deze 25 km lange tocht af te sluiten.
Quirinus

 

In het Nedersaksische Ee op de Westflank van de Veluwe en de Zuidelijke Gelderse Vallei (een gebied van 32.000 hectare gekenmerkt door stuwwallen, bossen, heidevelden en zandverstuivingen) begon onze tocht. We verzamelden in het al oude clubgebouw van de wandelvereniging ’Blauw-Wit’, waar enkele club vrijwilligers ons vlot bedienen. Het gebouw ligt midden in een oude woonwijk verscholen achter de huizen. Dat betekent dat je bijna je auto niet kwijt kan, zeker niet als er 77 deelnemers komen opdagen. Als we van start gaan is het zonnig, maar donkere wolken beloven niet veel goeds. Eerst wandelen we door een gedeelte van het centrum over de Molenstraat, waar de achtkante ’Concordia-molen’ uit 1865 prijkt. In 1607 stond hier al een eerste molen. We maken even een ommetje door een van de oudste gedeelten van Ede. We passeren de markt , eigenlijk het hart van Ede. Aan de overkant van de markt staat de statige Ned. hervormde kerk, waarvan de oudste vermelding uit 1216 stamt. Als je er naar binnen gaat, is hij ook schitterend. Er is een bijzondere preekstoel met een geel, koperkleurige zandloper om vooral predikanten er op te wijzen niet te langdradig te zijn. Legendarisch is het verhaal van een predikant die zag dat zijn tijd bijna om was. Hij draaide de zandloper en zei: ”Gemeente, we nemen nog een glaasje " Als we het centrum verlaten, komen we bij de drukke N224 en steken deze gezamenlijk over. We lopen een klein stukje richting Otterlo. Even later  zitten we midden in het bos tussen statige bomenrijen. We gaan over paden waar de heel dikke stammen soms grillig aandoen. Het eerste stuk leidt ons langs de rand van het bos. Dan gaan we de heide op, waar al spoedig een wagenrust is. Een sapje en hapje heeft Casper voor ons geregeld. Vandaag zijn er veel nieuwe gezichten uit de omgeving bij  onze groep. Ik vind het leuk om kennis met hen te maken. Na een korte pauze lopen we verder over de heide….. op naar het Belgenmonument. Twee geweldige zwerfkeien op elkaar herinneren ons aan het Belgische vluchtelingenkamp uit de tijd 1914-1918. Toevallig hebben ze er afgelopen zaterdag nog kransen gelegd. Even pas op de plaats. Gelijk denk ik aan de vluchtelingenstroom, die nu zo in de belangstelling staat. Je zal maar geen huis of goed meer hebben. We gaan verder over de hei met zijn mooie luchten via smalle, soms lastig begaanbare paadjes. Er ontstaat een lang, kleurig lint van wandelaars. Er is op een aantal plekken nog iets van de kleur van de heide zichtbaar. Nog steeds zijn de weergoden ons goed gezind. Menigeen heeft dan ook het zweet op zijn voorhoofd staan, als we op zo’n twaalf kilometer aankomen bij het ’Natuurcentrum Veluwe’, waar de grote rust is. Geduldig worden we geholpen door ook nu weer vrijwilligers, die ons voorzien een natje dan wel droogje. Hier zijn ook allerlei dingen, die met de natuur te maken hebben, voor weinig geld te koop. Van de opgezette dieren worden foto’s door ons gemaakt. Dan verlaten we, nadat we de vrijwilligers bedankt hebben, het centrum weer. Er is immers nog een stuk te gaan. Wederom steken we de N224 over en staan bij het ’Airborne-monument’, waar afgelopen zaterdag de dropping en herdenking plaatsvond. Hier wordt op de 17e en 18e september de luchtlanding uit 1944 herdacht. Honderden parachutisten springen nog jaarlijks uit oude Dakota’s; een bijzonder schouwspel. Dit jaar voor de 71emaal. Oud-militairen, hoogwaardigheidsbekleders, maar ook kinderen leggen kransen… ”Opdat wij niet vergeten”. Na menig foto gemaakt te hebben, gaan we weer verder. Als we de ’Zuid-Ginkel’ verlaten wandelen we de Heidebloemallee in, waar onder diezelfde naam zich een natuurplas bevindt. Nu op naar de ’Noord-Ginkel’. We passeren ’De Hindekamp’ en ook hier weer een ven: ’De Plas van Gent’. Even verderop ligt de bekende ’Kreelse plas’. Het is tevens de grootste plas hier. Daar wandelen we over een vlonder langs de rietkraag. Via een lastig opstapje verlaten we de plas en wandelen we weer op de Oude Kreelseweg over de Ederhei nu richting de Koeweg. Als we er aankomen, gaan we linksaf. Rechts zouden we naar Otterlo wandelen. We komen op een punt waar vanmorgen ook de wagenrust was. We gaan dus ook nu weer even zitten om ons voor te bereiden op het laatste stukje. Als we de Otterlose weg oversteken en door het ’Edese bos’ gaan, komen we op ’Landgoed Kernhem’ aan, een gebied dat bekend is vanuit de 18e eeuw. Er is daar een doolhof aangelegd .Hier is tevens een vleermuizenreservaat. In de voorbereiding van deze tocht heeft Casper, de uitzetter van de tocht, een legende over een hier liggende bloedsteen gelezen. Hij laat de groep stilstaan om naar zijn verhaal te luisteren. Er werden op de steen mensen- en dierenoffers gebracht aan de goden. Plotseling pakken enige sterke mannen hem vast en vleien hem op de steen neer. We offeren symbolisch onze parkoersbouwer. Het is een hilarisch gezicht. Natuurlijk wordt dit ludieke moment voor het nageslacht vastgelegd. Na deze leuke, korte onderbreking is er nog zo’n twee kilometer te gaan. Als we weer bij ’Blauw-Wit’ arriveren, bedanken we het comité en Casper voor de mooie tocht. Als ik naar huis rijd begint het te regenen. Weer hadden we alles mee, want tijdens de tocht bleef het droog.

 

Hennie Roelofsen

 

RAVENSTEIN MAASDORPENTOCHT  16 SEPTEMBER 2015  25 KM

Het is een hele rit om naar Ravenstein te rijden, maar omwille van Frits heb ik het ervoor over. Ook de weersverwachting ziet er niet al te best uit. Volgens de buienradar houden we het vandaag niet droog. Afijn, Heine heeft nog een vrije dag en is nog nooit in Ravenstein geweest, dus is dit de kans van zijn leven om het aangename met het sportieve te verenigen. Om acht uur neem ik afscheid van de achterblijfster en pik Heine een kwartiertje later op om samen de reis te maken. De tomtom wil ons steeds een andere richting insturen, maar ik heb zo mijn eigen route. Het is druk, maar niet hinderlijk, zodat we redelijk op tijd op de plaats van bestemming zijn.

In het ruime zaaltje van 'Vidi Reo' zijn al heel wat mensen aanwezig, maar reeds bij binnenkomst zie ik 'mijn Olijfje' zitten. Dat maakt de dag met zijn lange ritten en slechte weersverwachting ruimschoots goed. We verrichten de administratieve rompslomp in een handomdraai en ik voeg mij bij mijn wandelvriendin voor een vrolijke babbel alvorens het sein tot vertrek gegeven gaat worden. Langzaamaan komen er meerdere wandelaars binnendruppelen, maar bij 52 stuks houdt de toestroom op en hier zal Frits met zijn organisatie het mee moeten doen. Voor ons, als wandelaars, een mooie overzichtelijke groep met weinig oponthoud bij de oversteekplaatsen. Voor de organisatoren een mager aantal en misschien net niet genoeg om uit de kosten te blijven.

Om tien uur gaan we naar buiten en krijgen van Frits een korte uitleg te horen over hetgeen ons vandaag qua route te wachten staat. Vervolgens klinkt het fluitje van Henk ten teken dat we op pad gaan. Ik tracht voor in de groep te geraken, omdat deze positie enig voordeel zou opleveren. Zelf heb ik het zo nog niet ervaren, dus ga ik maar af op de beweringen van diegenen die er meer verstand van zeggen te hebben. Aanvankelijk loop ik naast Olijfje voort, maar algauw word ik door anderen verdrongen, want zij is erg geliefd in de wandelsport. Ondanks de dreigende vooruitzichten van de weerprofeten, ziet het er niet slecht uit. Het is weliswaar bewolkt en lijkt het er niet op dat de zon door het wolkendek heen zal breken, maar het voelt matig zomers aan met een temperatuur die ons enigszins doet zweten. En van wind is er nauwelijks sprake.

Als gewoonlijk zet Henk er stevig de pas in en binnen de kortste keren staan we voor de trap die ons naar boven de brug op moet leiden om ons aan de Gelderse kant van de Maas te brengen. Boven gekomen hebben we een prachtig uitzicht op de onder ons langs stromende rivier. Een enkel schip tornt zich in de stroom op en ondervindt de zware regenval van de laatste tijd in de bovenstroomse gebieden. Het zal de schipper moeite kosten om 'boven' te komen. Ons kost het geen enkele moeite om aan de andere kant de trap af te dalen en weer vaste grond onder de voeten te krijgen. Alleen moet ik er een paar vieze handen voor over hebben. De leuning wordt kennelijk weinig gebruikt en is groen uitgeslagen. En met 'losse handen' zoals de meesten van ons doen, durf ik niet uit angst voor vallen.

Heine komt tijdens de wandeling regelmatig bij mij lopen en belt ook zijn moeder om te vertellen dat hij het hier zo mooi vindt. Ik moet hem gelijk geven, want het is ook een prachtig gebied met zijn verspreid staande boerderijen in het frisse groen. En op de top van de dijk lopend hebben we ruim uitzicht de polder in met in de verte molens en kerktorens die de einder onderbreken. Het is soms net een schilderij. Wat ook opvalt is de reinheid rondom. Geen zwerfvuil of andere rommel. En Frits heeft het best voor elkaar met zijn verharde paden, ook als de route van de dijk afwijkt de uiterwaarden in om tussen de daar achter liggende akkers door te gaan. Er is genoeg te zien en het is dan ook geen wonder dat Heine zo enthousiast is. En hij is het niet alleen, want  meerderen hoor ik het zeggen.

Bij de wagenrust heeft Sonja een stoel voor mij vrij gehouden en ik kan vorstelijk zitten als ik door foto' s te maken iets later daar arriveer. Wat zijn zij toch lief voor mij. Dat zijn dan de prettige kanten van het 'ouder worden'. Na deze korte onderbreking van het lopen gaan we er weer met frisse moed tegenaan op weg naar de grote rust halverwege. Maar eerst moeten we nog aan de andere kant van de Maas zien te komen. Heine verheugt zich er al op dat hij mag varen, want de overtocht zal met een pont geschieden. Naarmate we dichterbij het veer komen, lijken we sneller te gaan lopen. Of zou het vermoeidheid kunnen zijn. Ik weet het niet. Feit is dat ik steeds meer achterop geraak. Frits als trouwe waker blijft bij mij en geleidt mij naar de oever waar de pont reeds onder stoom ligt. Zo gauw ik een voet aan boord zet, vaart het vaartuig af en begint aan de overtocht. Een tochtje van minder dan niks, maar het scheelt een heel eind zwemmen.

Als we allemaal veilig van boord zijn, gaan we Megen in om onze rustplaats, een voetbalkantine, op te zoeken. Het is inmiddels half één geweest en tijd voor een onderbreking. Heine zorgt ervoor dat ik mijn glas thee krijg en ik zak een beetje onderuit, maar aan slapen kom ik niet toe, daar is de tijd tekort voor. Het halve uur dat ons is toebedacht, vliegt voorbij. En als Henk zijn fluitje roert, staan we weer gewillig op om hem naar buiten te volgen. Het is nog steeds droog, hoewel de natuur naar regen neigt. Het vee zoekt schuilplaats onder een boom en ten zuiden van ons is het de lucht die erop duidt. Inktzwarte wolken reiken naar de aarde en algauw vallen de eerste druppels, gevolgd door vele anderen, op ons neer. Als bij toverslag komen de poncho's en paraplu's tevoorschijn. Tot aan de volgende wagenrust, op iets meer dan een uur afstand, valt het nog mee. We worden nat, maar meer ook niet.

Nabij een oud kerkje, de naam ben ik jammer genoeg vergeten, staan Frits en Wim ons op te wachten en kunnen we limonade krijgen. Ik doe het maar met water, want dat verdraagt mijn maag beter en ik wil toch gezond de eindstreep halen. Sommige wandelaars hebben nog puf genoeg om het kerkje van binnen te bezichtigen, maar ik maak mij zorgen om het laatste traject. Komt er nog meer van die nattigheid naar beneden en zal ik het volhouden? Vroeger zou ik om een afstand van zes kilometer gelachen hebben, maar nu zie ik er toch enigszins tegenop. En het zijn zes kilometers die mij scheiden van de verlossende eindstreep. Eenmaal weer op pad barst de bui pas echt los. Met bakken is geenszins overdreven. Steeds meer voorover gebogen probeer ik het tempo van de groep bij te houden. Een dringende roep naar 'boven' om het op te laten houden, wordt beantwoord met nog meer regen. Mijn rug protesteert en ik moet afhaken. Een paar strekoefeningen tegen een paal helpen voor even, maar net als de regen houdt ook de pijn niet op. Wim, die steeds bij mij blijft, kan mij niet helpen. Ik moet dit zelf oplossen. En op het moment dat ik helemaal 'op' ben, vraag ik Wim om Frits te bellen om te vragen of hij mij op kan halen. Slechts een goede duizend meter voor het einddoel moet ik het opgeven. Het is niet anders. En terwijl het water blijft neerstorten stap ik in en laat mij naar 'Vidi Reo' brengen om daar op verhaal te komen en de andere wandelaars bij binnenkomst welkom te heten.
Quirinus.

 

 

RONDJE NIJKERK  9 SEPTEMBER 2015  19 KM

In de hoop dat er meerdere van mijn wandelmaatjes die kant op zouden gaan, wordt ik teleurgesteld, dus zal ik zelf de 100 km moeten overbruggen. Om kwart over acht stap ik in de auto en wonder boven wonder, krap een uur later sta ik bij de Berenkuil in Nijkerk, van waaruit Hans zijn wandeling wil laten beginnen. Binnen blijk ik niet de eerste te zijn, want als no. 38 schrijf ik in. Gerrit zorgt voor de thee en tezamen voegen we ons bij Sonja om met haar een geanimeerd gesprek over allerlei zaken te bespreken tot de tijd van opstappen is aangebroken.

Tegen de klok van tien uur volgen we de andere Soppers naar buiten om daar van Co te vernemen dat onze vriend, Hans van de Mast, er slecht aan toe is en op korte termijn het tijdige voor het eeuwige zal verruilen. Diep onder de indruk van dit trieste bericht verlaten we het terrein van de startlocatie en gaan met de 81 deelnemers op pad voor het 'Rondje Nijkerk'. Ik ben zomers gekleed en voel dat het toch nog fris is in de oostelijke wind en zoek dan ook beschutting in de groep. Ook voel ik dat de benen nog wat zwaar aanvoelen na het 'voorlopen' van mijn tocht die gisteren heeft plaatsgevonden.

Gelukkig hebben we aanvankelijk de wind nog meest in de rug en die helpt mij over mijn vermoeidheid enigszins heen. Ook de gesprekken met de medewandelaars dragen daar een steentje aan bij. Het lijkt er zelfs op dat ik erin zal slagen deze tocht zonder problemen te volbrengen. Bij de wagenrust laat ik mij de gevulde koek en het pakje sap goed smaken. Tot hier toe heb ik weinig aandacht aan de omgeving kunnen schenken. Mijn gedachten waren meest bij Hans in doodstrijd hier niet ver vandaan. En ook mijn gesprekken gingen hier vaak over. Trouwens, het is niet de eerste keer dat ik hier kom en de omgeving is mij genoegzaam bekend. Daarbij komt dat ik nog steeds de angst in mij heb om te vallen. De gevolgen van de val in Mijdrecht zijn nog merkbaar en daarom is mijn blik meest op de grond gericht.

Nadat we van de dijk zijn afgedaald en tussen de landerijen lopen, wordt het in mijn luchtige kleding aangenamer, hoewel de zon vaak schuil gaat achter grote wolkenpartijen. Hans leidt ons even verderop over een 'boerenplank' die twee oevers met elkaar verbindt. Ik waag mij niet aan dit avontuur, dat bij mij herinneringen uit mijn jeugd naar boven haalt en ik 'kopje onder' ging. Ternauwernood ben ik toen door mijn zus aan mijn haren boven water gehaald. Enkele meters verderop staat een hek uitnodigend open en daar maak ik dankbaar gebruik van. Wat hierna volgt, herinner ik mij van vorige tochten niet. Enkele honderden meters banjeren door hoog nat gras dat aan je voeten zuigt. Het tempo ligt nog steeds vrij hoog en ik doe mijn uiterste best om in de groep te blijven, hoewel het mij de grootste moeite kost.

En even verderop nogmaals zo'n 'groen stuk' in de wandeling. Met de tong op de schoenen bereiken we de bebouwde kom van Bunschoten/Spakenburg, uitgegroeid tot een echte toeristenplaats. In mijn kinderjaren waren dit twee aparte gemeenten die soms op leven en dood met elkaar in gevecht waren om kleinigheden. De tocht, aangevoerd door ons aller Henk, voert ons via allerlei straatjes naar de 'binnenstad' waar we uitgenodigd worden om op één der vele terrasjes neer te strijken en er de 'grote rust' te houden. Aanvankelijk komen Gerrit en ik op een 'verkeerde' stoel terecht en mogen we niet bediend  worden. We verplaatsen ons naar een tafeltje verder en daar wordt de bestelling wel opgenomen. Het duurt nog tot onze tijd bijna om is, alvorens het bestelde wordt gebracht.

Als het fluitje klinkt, ben ik nog bezig de hete thee naar binnen te werken, maar kom toch gehoorzaam overeind om de terugweg aan te vangen. We lopen langs de havens en ik zie dat ook hier het toerisme hoogtij viert. Van de oorspronkelijke vissershaven is niet veel meer over, want jachten en pleziervaart hebben het havencomplex uitgebreid tot ongekende grootte. Toch ontdek ik nog een klein vissersscheepje uit Volendam, dat hier mogelijk voor beschutting is binnengelopen. Net als mijn Opa destijds met zijn botter deed toen hier de volle Noordzee achter de golven aanjoeg. Bemanning was aan boord niet te ontdekken, dus kon ik mijn kennis van het Volendamse jargon niet spuien. Na dit rondje trekken we weer de dijk op en lopen tegenwinds terug naar Nijkerk.

Op de lange haast rechte dijk luister ik ernaar hoe enkele wandelaars voor mij uit de doeken doen wat er aan de spelers en speelwijze van het Nederlandse voetbalelftal mankeert, terwijl ik steeds verder met mijn neus naar het wegdijk wijs. Ik steek toch niet zo goed in mijn vel als ik aanvankelijk dacht te steken. En bij het punt gekomen waar we vanmorgen de polder introkken en de dijk op de kruin inkrimpt tot de halve breedte, krijg ik het nog moeilijker. Elke keer als er fietsers willen passeren, wijken wij als wandelaars uit naar het grasgedeelte. Dit switchen valt mij zwaar. Dus bij het stoomgemaal waar Hans een rust heeft ingelast, geef ik de pijp aan Maarten en vraag aan Gerda of ik met haar mee terug mag rijden naar Nijkerk. Verder lopen zou een kwelling zijn geworden en is niemand mee geholpen. Volgende keer beter, zal ik maar zeggen.

Quirinus.

Subcategorieƫn

Copyright © 2018 Samen Op Pad . Alle rechten voorbehouden.
Joomla! is vrije software uitgegeven onder de GNU/GPL Licentie.