Verslagen GW

UITERWAARDEN WOUDRICHEMTOCHT  18 NOVEMBER 2015 16 KM

Met Heine gaan we vandaag naar Werkendam voor een SOP-tocht van Bert Faro. De stormen zijn voor het moment wel aardig geluwd, maar de sporen zullen zij in de vorm van blubber in de uiterwaarden langs de rivier achtergelaten hebben. Dus daar zie ik dus tegenop. Maar aan alles is een mouw aan te passen en als het zo ver is, lost zicht dat wel op.

Werkendam, net over de Merwedebrug nabij Gorinchem is toch nog min of meer een thuiswedstrijd en via de snelwegen gemakkelijk te bereiken. Zonder verkeershinder of andere tegenslagen zijn we dan ook rijkelijk vroeg in de kantine van de Kozakken Boys. Terwijl Heine een beetje in de rondte loopt de dwalen, ga ik de verschillende vrienden, waaronder mijn Olijfje, langs voor een begroeting en een praatje. Zo vliegt de tijd voorbij en is ongemerkt het tijdstip van vertrek aangebroken. Bert is stipt en houdt niet van dralen. Resoluut staat hij op en kondigt door middel van een soort van kreet aan dat de wandelaars, 66 in getal, hem naar buiten dienen te volgen.

Buiten gekomen, krijgen we nog een korte uitleg over wat er ons vandaag te wachten staat om meteen erna de pas erin te zetten. Al gauw volgen er enkele trappen, die mij na de beklimming naar adem doen snakken. Ik vraag mij af of ik wel voldoende op verhaal gekomen ben na de tocht in Steenbergen of dat er mogelijk achter de kortademigheid meer schuilt. Veel tijd om erover na te denken wordt mij niet gelaten, want Bert heeft ons niets van de schoonheid dezer streek onthouden. Het heeft meer weg van een toeristische rondleiding. Het is alleen jammer dat we nergens lang bij stil kunnen staan. Het SOP-reglement schrijft voor dat we min of meer met 5,5 km/uur ons dienen te verplaatsen. Dit tempo is voor mij met mijn oude lijf niet lang vol te houden. Zodoende zak ik steeds verder af in de groep en na een poosje hang ik in de staart.

Maar eer het zo ver is, zijn we al verscheidene bunkers van de Hollandse Waterlinie gepasseerd en hebben de diverse molens reeds onze aandacht gevraagd. Het is dat we in Brabant lopen, anders zou je kunnen spreken van een echt Hollands landschap. Op een gegeven moment zien onze kopmannen in dat we met het huidige tempo wel erg vroeg op de lunchplek in Woudrichem aan zullen komen, dus houden zij iets in en kan ik mij ook weer bij de groep aansluiten en krijg ik zelfs de gelegenheid om enkele foto's te schieten om thuis nog eens na te genieten. Woudrichem is een stadje met een Middeleeuws karakter en doet mij denken aan mijn geboorteplaats, Monnickendam. Leuke smalle straatjes en huizen in de bouwstijl van honderden jaren geleden.

Ondanks het ingehouden tempo komen we reeds om kwart vóór twaalf in 't Rondeel aan en heb ik het geluk zitplaats te vinden op een zacht verende bank om te genieten van de thee die Heine galant voor mij heeft aangedragen. Op zo'n moment is wandelen op z'n minst aan te bevelen voor een ieder die bewegen net iets teveel van het goede vindt. Een half uur later vindt Bert dat we genoeg gezeten hebben, geeft hij het sein van het aanstaande vertrek om vrijwel meteen erna ons voor te gaan naar de uitgang. En weer is er een trap die mij het ademen beneemt. Een bank bij de Gevangenenpoort, mij aangewezen door Cees, biedt mij soelaas. En terwijl de groep door het oude centrum, mij niet onbekend, dwaalt, kom ik enigszins tot rust op de bank. Met enkele inwoners, die het vreemd vinden dat een man met een oranje petje daar zit, maak ik een praatje en stel hen gerust. Er steekt in mij geen kwaad.

Na het rondje Woudrichem sluit ik mij weer aan, maar moet inzien dat ik dit tempo niet kan volhouden. Ik geef aan dat ik het moeilijk heb en daar waar de groep afdaalt naar de uiterwaarden, blijf ik op de dijk in mijn eigen tempo verder gaan. Wim blijft bij mij mochten er onverhoopt andere maatregelen genomen moeten worden. Weliswaar niet kuierend, maar wel rustiger aan lopen we met z'n tweetjes netjes rechts van de rijweg in de richting van de te verwachten wagenrust. De mensen kijken ons mogelijk ietwat verbaasd aan, maar daar hebben we maling aan. We groeten de voorbijgangers netjes, zoals we dat van huis uit meegekregen hebben. Ik stel enkele dames, die ons enigszins verschrikt aankijken, gerust en vertel hen wat we aan het doen zijn. Niet letterlijk, maar ik zie dat zij in gedachten met hun wijsvingers naar het voorhoofd wijzen. Zij doen maar, wij gaan verder en zien in de verte enkele oranje hoesjes, die aangeven dat de groep uit het oerwoud weer in bewoond gebied komt. En inderdaad, even verder dalen we de dijk af naar de parkeerplaats van de jachthaven van Sleeuwijk. Hier worden we verenigd met de overige 64 deelnemers. Jeanet zorgt voor een versnapering in de vorm van koeken en wat te drinken.

In een voor mij gereed gezette stoel overweeg ik wat ik verder moet doen. In mijn hart heb ik dan al besloten om in de auto van Jeanet verder te gaan en in de kantine de terugkomst van de anderen af te wachten. Tussen de heen en weer lopende wandelaars door zie ik recht tegenover mij mijn Olijfje zitten. Tot meer dan een korte knik en een kleine handzwaai komen we niet, want Bert wil naar huis en maant tot spoed. Er wachten de lopers nog zeven wandelkilometers. En ik rijdt genoegzaam naast Jeanet zittend naar de kantine van de Kozakken Boys. Na een uur wachten zijn ook mijn vrienden gearriveerd en daar Heine zo spoedig mogelijk naar huis wil, neem ik afscheid van deze en gene en na een welgemeend 'tot ziens' lopen we naar de parkeerplaats, stappen in en rijden zonder oponthoud naar huis. Heine heeft volgens eigen zeggen 'lekker gelopen' en ik ben over deze dag ook niet ontevreden.

Quirinus

 

WIJK BIJ DUURSTEDE 2 VERENTOCHT  4 NOVEMBER 2015

Met gemengde gevoelens reis ik af naar Wijk bij Duurstede, want het is haast zeker dat ik weer in de file-ellende verzeild raak en ermee opgezadeld ga worden. Maar goed, het weerzien met mijn wandelvrienden en het feit dat ik niet eerder in deze plaats gestart ben, trekt mij over de streep en om acht stap ik dan ook in de auto. Het duurt even eer ik Zwijndrecht uit ben, want alle uitgangen zijn afgesloten en liggen op de schop. Ik volg mijn tomtom en bij Houten gaat het nogmaals fout. Afgesloten wegen en dergelijke zorgen ervoor dat er een stressgevoel bij mij op komt zetten. Uiteindelijk ben ik dus ruim op tijd en word ik van alle kanten begroet en geprezen om mijn wilskracht en doorzettingsvermogen.

Nadat ik de organisator om toestemming heb gevraagd en verkregen, vertrek ik met nog honderd andere wandelfanaten en na de huldiging van Sonja als trouw deelneemster om tien over tien in de richting van de pont. De groep formeert zich tot een enigszins nette eenheid en loopt netjes rechts van de weg de Veerweg af om op het wagenveer tot rust te komen. Het is prachtig wandelweer met een weliswaar grotendeels bewolkte lucht en weinig wind. Natuurlijk is er de vraag van velen waarom Heine er vandaag niet bij is. Helaas moet ik hen zeggen dat mijn zoon ziek te bed ligt met een griepaanval die er niet om liegt. En dan wordt er gelijk gevraagd of ik hem mogelijk heb aangestoken, omdat ik enkele malen niet aanwezig ben geweest bij het SOP-gebeuren. Laat ik dan meteen duidelijk maken dat de SOP-tochten mij iets te zwaar worden en dat ik vooral moeite heb met klimmen en het tempo. Dus het zal er eens van komen dat ik er helemaal van af zal moeten zien. Jammer, maar het is iets dat ons allemaal op oudere leeftijd te wachten staat. Genoeg hierover. Intussen heeft de schipper ons in korte tijd naar de overkant van de rivier gebracht en kan de groep van ruim honderd lopers zich opnieuw formeren en met forse stap in de richting van Amerongen, ons verste punt, gaan.

De stemming is geanimeerd en er vliegen vele anekdotes over en weer. Natuurlijk, zoals gebruikelijk is in de wandelsport, worden er ook serieuzer zaken besproken. In sommige gevallen komt zelfs de ziel bloot te liggen. Hoewel het tempo vrij hoog is, kan ik het, zei het met moeite, bijhouden. Toch zie ik kans om de omgeving met de camera vast te leggen, zodat ik het thuisfront met beelden erover kan verhalen. Lopend over de dijk zien we het grote verschil in hoogte tussen ons er de eronder liggende waarden. De daken der eeuwenoude boerderijen tonen zich op ooghoogte. Momenteel met de lage waterstand hebben de bewoners niets te vrezen, maar dat zal anders zijn als het kolkende water tot op korte afstand van de dijktop gestegen zal zijn. Dan wordt er met angst en vreze voor overstromingen gevreesd. Maar nu niets van dat alles. Olijfje voegt zich aan mijn zijde en voor een wijl wordt er niet aan water en aanverwante zaken gedacht. Gezellig babbelend lopen we naast elkander voort en bereiken kort na de anderen de gierpont van Amerongen die ons weer terug zal brengen naar de noordkant van de Lek.

Vanaf hier is het nog een stukje verder om bij onze lunchplaats, het kasteel Amerongen, te komen en het lijkt mij dat er steeds sneller gelopen gaat worden. Tegen de tijd dat we onder de poort door lopen en het restaurant bereiken, ben ik bezweet en doodmoe. Mijn visie is dat ik dit niet nog eens moet doen. We zijn nog maar halverwege en de rest van het parkoers wordt als 'zwaar' bestempeld, dus mijn conclusie is dat ik de groep moet verlaten en op een andere manier naar Wijk bij Duurstede moet zien te komen. Na wat gediscussieer met deze en gene, besluit ik dat ik de route via de geplaveide dijk, weliswaar twee kilometer korter, zal nemen. Hans hoort van mijn voornemen en sluit zich bij mij aan, zodat we met z'n tweeën ons van de groep afscheiden om via een eigen route terug te keren naar daar vanwaar we gekomen zijn.

Ik neem afscheid van mijn Olijfje en groet de overige met een zwaai van de hand. De overgeblevenen lopen een rondje om het kasteel om vervolgens een deel van een befaamd klompenpad te volgen. Hans en ik strekken de kuierlatten en gaan over de dijk terug. Het weer is nog steeds goed en over de mogelijk verwachte regen denken we nog niet. Gezellig kletsen we erop los. Hans haalt een hoop herinneringen op uit vorige tochten en als bekende van deze streek frist hij mijn aardrijkskundige kennis op. Ik schiet onderwijl menig plaatje. Een hinderlijk iets dat wij ervaren is het langskomen van de vele auto's. Wat zij hier op de dijk te zoeken hebben, weet ik niet en zal ik ook niet aan de weet komen. Sommige rijden veel sneller dan de maximum toegestane snelheid en suizen voorbij.

Nu we in een iets rustiger tempo van 5,2 km/uur lopen, zien we veel meer details van de boerenhofsteden en het vee in de weiden. Dacht ik eerst dat het slechts jongvee was, nu blijkt ook dat de melkkoeien zich hier tegoed doen aan het nog malse gras. De boeren zijn klaar met het hooien en kuilen en zijn druk bezig de erven schoon te blazen van afgevallen blad. De machines staan schoon opgeborgen en staan gereed om er volgend jaar opnieuw mee aan de gang te gaan.

De negen kilometers die ons voorgeschoteld zijn, blijken er ruim tien en een halve te zijn en het duurt dus tot vijf vóór half vier, een half uur eerder dan de groep aankomt, eer we opgelucht de voetbalkantine binnenlopen. Volgens de GPS hebben we in totaal 23,8 kilometers afgelegd, dus niks om ons over te schamen. We drinken en rusten wat en net vóór ik in de auto stap, komen mijn wandelgenoten ook binnen. Op dit moment weet ik nog niet dat er een vrachtauto op mijn route gestrand is en dat ik daardoor pas twee uur later met veel fileleed thuiskom.
 Quirinus


AMERSFOORT  SOP-NATUURTOCHT  14 OKTOBER 2015 10 KM

Heine heeft nog een vrije dag en ik zie er ook wel brood in om naar Amersfoort te rijden voor de zoveelste SOP-tocht. Het begint niet al te best, want op de A27 raken we in de file en we komen nog maar amper op tijd. Maar het loopt goed af en we horen in het geroezemoes Rolf zeggen dat hij ons een fijne dag toewenst. Op het laatste moment sluiten zich nog twee wandelaars bij ons aan en gaan we met 92 waaghalzen om tien uur op pad.

Al gelijk in het begin lopen we tegen enkele pittige heuveltjes met boven de grond uitstekende boomwortels en venijnige stompjes op en daar ik nog niet op adem ben gekomen van de rit hier naar toe, kom ik boven gekomen te hijgen als een postpaard. Even dreig ik nog even ondersteboven te gaan, maar gelukkig worden mij enige helpende handen toegestoken en blijf ik op de been. Maar de schrik zit er goed in en ik denk terug aan vorige valpartijen met heftige gevolgen. Gelukkig blijven deze mij nu bespaard, maar de angst zit er goed in en ik kijk dan ook steeds naar de grond.

De route vervolgend komen we langs protserige buitenverblijven van de meer gegoede burgers. De voor de huizen gelegen grasveldjes zijn als een biljartbal zo glad en omringd met prachtig geschoren hagen. Maar wij gaan er snel aan voorbij, alsof het ons niet interesseert dat hier een deel van onze belastingcenten in opgegaan zijn. In de haast neem ik vlug nog wat foto's om later thuis nog eens te bekijken. Verder genieten we van deze prachtige en unieke bosrijke omgeving, waar Rolf de meest kronkelige paadjes aan elkaar heeft weten te koppelen om tot een aaneen gesloten route te komen.

Na ongeveer een uur krijg ik de gelegenheid om via een iets kortere weg bij Rolf te komen die met een paar manden appels ons staat op te wachten. Onderuit gezakt op een stoeltje wacht ik hier op de groep om mij weer aan te sluiten. En als ik zie hoe de wandelaars over een smalle en onstabiel lijkende plank over de bermsloot moeten geraken, ben ik blij dat ik deze beproeving niet heb hoeven te doorstaan. En tot overmaat van ramp begint het nog te miezeren ook. Onze weermannen hebben ons gisteravond nog geprobeerd te overtuigen dat de regen zou uitblijven tot laat in de middag, maar als zo vaak zaten zij er flink naast. Net als ons nationale voetbalelftal trouwens dat kansloos ten onder ging tegen een op papier mindere tegenstander.

Als iedereen zijn of haar appeltje te pakken heeft, trekt de stoet verder het bos in met mij ergens in de achterhoede. De vaart zit er goed in. Ook de regen laat zich steeds meer gelden. Het is dat het bladerdek een groot gedeelte opvangt anders hadden we in onze schoenen kunnen soppen. Ik zie het met lede ogen aan en bedenk dat ik geen enkele verplichting heb en mijn eigen baas ben. Dus als we na een tiental kilometers bij de 'grote rust' zijn aangekomen, smeed ik een plannetje om aan de nattigheid en viezigheid te ontkomen. Vraag aan de mij omringende dames of zij het zonder mij kunnen redden en bij een positief antwoord vraag ik aan Rolf of hij nog een hulpje kan gebruiken. Rolf heeft geen bezwaar tegen mijn aanwezigheid en als het wandellegioen na een goed half uur vertrekt, ga ik bij Rolf in de auto en houden we ons babbelend bezig tot op negen kilometer verder koeken en drinken wordt uitgedeeld.

Als de groep voor de laatste etappe van zes kilometer de heuvel opgaat, ruimen wij de rommel op en rijden naar het eindpunt van deze wandeltocht. Hier wachten we tot de wandelaars de klus geklaard hebben en ik met Heine het volgende fileprobleem tegemoet kan zien.

 

Quirinus.

'2e MOOI ZWIJNDRECHT'  30 SEPTEMBER 2015  20 KM

Er is geen koe zo bont of er zit een vlekje aan. Een waarheid als een koe, maar aan deze dag kleeft geen enkele smet. Of je zou het over de slapeloze uren van de nacht ervoor moeten hebben. Constant lig je te woelen en te draaien en denkt aan van alles wat zou kunnen gebeuren om roet in het eten te strooien. Maar niks van dit alles, alle zorgen voor niets.

Als ik om kwart voor negen in Xiejezo, het startlokaal aan de Grote Beerstraat, verschijn, ben ik niet de eerste. Het inschrijf- en ontvangstcomité zit in vol ornaat op mij en de overige deelnemers te wachten. Coby en Henk voor het inschrijven en het kasbeheer en Klaas als stempelaar en praatjesmaker. En niet te vergeten, mijn Olijfje, als promootster en klantentrekster. Zij heeft haar taak achter de schermen goed uitgevoerd, want er komen uiteindelijk 76 personen op het evenement in deze uithoek van land af.

Met deze groep gaan we na een wat rommelig begin op pad in de richting van het Noordpark waar vele kunstenaars hun kunstwerken voor het grote publiek aan de oever van het befaamde 'drie rivierenpunt' hebben uitgestald. Dit moment van de dag is het juiste om iets dergelijks te bekijken. Door de niet te hoog staande ochtendzon beschenen tegen het herfstachtige groen van het park en het geluid van het kabbelende water in beroering gebracht door de oostelijke wind is het net een film die aan je voorbij trekt. De reacties van 'mijn gasten' zijn dan ook vol lof over deze locatie. Vervolgens is het zicht op de oudste Hollandse stad dat de wandelaars stil van bewondering maakt. Was het niet onze eigen koning die dit punt om Dordrecht te betreden had uitgezocht? Deze koninklijke belangstelling maakt het dubbel zo aantrekkelijk. De televisiebeelden van toen wegen niet op tegen deze werkelijkheid.

Wat volgt is de wandeling langs de waterkant. Eerst het Veerplein met zijn hobbelige keitjes en het Maasplein met zijn majestueuze hoogbouw. De gemeente heeft er destijds goed aan gedaan om dit pad open te stellen voor het publiek. En ik, als wandelaar, maak er regelmatig gebruik van. Waar kom je zo dicht bij de schepen als hier? Je kijkt als het ware bij de schippers op tafel. En laat ik niet vergeten de blik op onze 'Zwijndrechtse Brug'. Van verre zien we de witte kleuren reeds schitteren in de zon. Ik vertel mijn wandelaars dat er jarenlang strijd is geleverd over de naam. Onze overburen claimden het als hun brug, maar uiteindelijk heeft onze gemeente het gewonnen, want van waaruit komt het silhouet het beste uit de verf?

Na deze indrukken en lichtelijk vermoeid komen we onder de Stadsbrug en zorgen mijn vrouw en onze Trudie dat ze aan hun trekken komen met drinken en een speculaaspop om op te knabbelen. Ook al gelooft niemand van ons gezelschap nog in het bestaan van de Goedheiligman, de geneugten laten zij zich niet ontgaan. Een kwartier is er voor deze onderbreking uitgetrokken en dan wordt de tocht voortgezet langs wat ik noem 'de oudste nieuwbouw' van Zwijndrecht. Onder de dijk lopend zien we ter linkerzijde één der oudste industrïen van onze gemeenschap. Een slim gekozen locatie aan het water met verbinding tot een ver reikend achterland. Aan de andere kant worden de oude woningen omgetoverd tot moderne huisvestigingen. Tijdens de renovatie geeft dat een wat rommelige aanblik, maar de resultaten zijn verbluffend.

Enkele kilometers verder, nabij het Fazantplein, verlaten we de dijk en gaan richting de andere gezichtsbepalende rivier, ons aller Devel. Een water om trots op te zijn, want nergens anders vind je zoveel natuurschoon op zo'n kleine oppervlakte. Er is werkelijk alles aan gedaan om hier een uniek wandelgebied van te maken. En dan de schat aan bloemen in het Arboretum, helemaal door vrijwilligers onderhouden en 'up to date' te maken. Wij lopen er al slingerend doorheen en steken over naar de, misschien wel oudste weg van Zwijndrecht, de Munnikensteeg, waar de manege, de Hoge Devel', zich gevestigd heeft. Hier, in de ruim opgezette kantine, genieten we van onze 'binnenrust'. Ruim een half uur is hier voor uitgetrokken en die tijd hebben we hard nodig om aan onze trekken te komen. Wandelen maakt hongerig en het middaguur heeft al geslagen. De vrijwilligers van de manege, niet gewend aan zo'n grote toeloop, doen wat ze kunnen om alles in kannen en kruiken te krijgen en de wandelaars in 'hun natje en droogje' te voorzien.

Voldaan en uitgeleide gedaan door de manegestaf gaan we verder op ons pad. We zijn immers nog maar op de helft. Het Develbos is de volgende attractie. Bewust heb ik hier slechts enkele van de vele paden uitgekozen. Voor mezelf heb ik deze route een 'rondje om het meer' genoemd. Daarna trekken we de 'Munnikendevel' door om na dit unieke natuurgebied op de Lindenweg uit te komen. Over het gloednieuwe fietspad gaan we de kant van Heerjansdam op, maar na het viaduct steken we over en maken we dankbaar gebruik van de toestemming die boer Groenenveld mij gegeven heeft om via zijn land naar de Lindtsedijk te gaan. Tussen de velden met hoog opgeschoten spruitenplanten en tussen de stallen op het erf door kan ik zo een heel eind afsnijden. Anders had ik via de Develsluis gemoeten en een andere route terug moeten kiezen.

Op de Geerweg, nabij de opgestapelde rioolbuizen, staan onze lieve verzorgsters weer op ons te wachten met een banaan en weer wat te drinken. En volgestouwd met vitamines kunnen we aan het laatste traject beginnen, een rondwandeling door de 'Hooge Nesse' van drie kilometer om daarna verder te gaan over de Geerweg. Ook het laatstgenoemde natuurgebied krijgt veler bewondering en lof toegezwaaid. Zwijndrecht heeft zoveel te bieden. De wandeltocht wordt vervolgd door achter het weinig gebruikte wandelpad achter de huizen langs in de richting van de Devel te volgen. Deze keer gaan we via de Lindenweg in de richting van ons eindpunt, kruizen het riviertje via de brug bij Oudeland en gaan over de 600 meterlange Valeriussingel naar de monumentale Pietermankerk. Menige bewonderend blik wordt naar  dit kerkje in het voorbij geworpen, maar Henk, die de leiding in handen heeft gekregen, heeft trek in bier en wil verder.

Bij het beroemde kerkje steken we over de andere zijde en gaan het viaduct onderdoor en aan de andere zijde langs de spoorlijn lopend zakken we af naar de Jupiterstraat en de Grote Beerstraat om in Xiejezo het einde van deze 25 km lange tocht af te sluiten.
Quirinus

 

In het Nedersaksische Ee op de Westflank van de Veluwe en de Zuidelijke Gelderse Vallei (een gebied van 32.000 hectare gekenmerkt door stuwwallen, bossen, heidevelden en zandverstuivingen) begon onze tocht. We verzamelden in het al oude clubgebouw van de wandelvereniging ’Blauw-Wit’, waar enkele club vrijwilligers ons vlot bedienen. Het gebouw ligt midden in een oude woonwijk verscholen achter de huizen. Dat betekent dat je bijna je auto niet kwijt kan, zeker niet als er 77 deelnemers komen opdagen. Als we van start gaan is het zonnig, maar donkere wolken beloven niet veel goeds. Eerst wandelen we door een gedeelte van het centrum over de Molenstraat, waar de achtkante ’Concordia-molen’ uit 1865 prijkt. In 1607 stond hier al een eerste molen. We maken even een ommetje door een van de oudste gedeelten van Ede. We passeren de markt , eigenlijk het hart van Ede. Aan de overkant van de markt staat de statige Ned. hervormde kerk, waarvan de oudste vermelding uit 1216 stamt. Als je er naar binnen gaat, is hij ook schitterend. Er is een bijzondere preekstoel met een geel, koperkleurige zandloper om vooral predikanten er op te wijzen niet te langdradig te zijn. Legendarisch is het verhaal van een predikant die zag dat zijn tijd bijna om was. Hij draaide de zandloper en zei: ”Gemeente, we nemen nog een glaasje " Als we het centrum verlaten, komen we bij de drukke N224 en steken deze gezamenlijk over. We lopen een klein stukje richting Otterlo. Even later  zitten we midden in het bos tussen statige bomenrijen. We gaan over paden waar de heel dikke stammen soms grillig aandoen. Het eerste stuk leidt ons langs de rand van het bos. Dan gaan we de heide op, waar al spoedig een wagenrust is. Een sapje en hapje heeft Casper voor ons geregeld. Vandaag zijn er veel nieuwe gezichten uit de omgeving bij  onze groep. Ik vind het leuk om kennis met hen te maken. Na een korte pauze lopen we verder over de heide….. op naar het Belgenmonument. Twee geweldige zwerfkeien op elkaar herinneren ons aan het Belgische vluchtelingenkamp uit de tijd 1914-1918. Toevallig hebben ze er afgelopen zaterdag nog kransen gelegd. Even pas op de plaats. Gelijk denk ik aan de vluchtelingenstroom, die nu zo in de belangstelling staat. Je zal maar geen huis of goed meer hebben. We gaan verder over de hei met zijn mooie luchten via smalle, soms lastig begaanbare paadjes. Er ontstaat een lang, kleurig lint van wandelaars. Er is op een aantal plekken nog iets van de kleur van de heide zichtbaar. Nog steeds zijn de weergoden ons goed gezind. Menigeen heeft dan ook het zweet op zijn voorhoofd staan, als we op zo’n twaalf kilometer aankomen bij het ’Natuurcentrum Veluwe’, waar de grote rust is. Geduldig worden we geholpen door ook nu weer vrijwilligers, die ons voorzien een natje dan wel droogje. Hier zijn ook allerlei dingen, die met de natuur te maken hebben, voor weinig geld te koop. Van de opgezette dieren worden foto’s door ons gemaakt. Dan verlaten we, nadat we de vrijwilligers bedankt hebben, het centrum weer. Er is immers nog een stuk te gaan. Wederom steken we de N224 over en staan bij het ’Airborne-monument’, waar afgelopen zaterdag de dropping en herdenking plaatsvond. Hier wordt op de 17e en 18e september de luchtlanding uit 1944 herdacht. Honderden parachutisten springen nog jaarlijks uit oude Dakota’s; een bijzonder schouwspel. Dit jaar voor de 71emaal. Oud-militairen, hoogwaardigheidsbekleders, maar ook kinderen leggen kransen… ”Opdat wij niet vergeten”. Na menig foto gemaakt te hebben, gaan we weer verder. Als we de ’Zuid-Ginkel’ verlaten wandelen we de Heidebloemallee in, waar onder diezelfde naam zich een natuurplas bevindt. Nu op naar de ’Noord-Ginkel’. We passeren ’De Hindekamp’ en ook hier weer een ven: ’De Plas van Gent’. Even verderop ligt de bekende ’Kreelse plas’. Het is tevens de grootste plas hier. Daar wandelen we over een vlonder langs de rietkraag. Via een lastig opstapje verlaten we de plas en wandelen we weer op de Oude Kreelseweg over de Ederhei nu richting de Koeweg. Als we er aankomen, gaan we linksaf. Rechts zouden we naar Otterlo wandelen. We komen op een punt waar vanmorgen ook de wagenrust was. We gaan dus ook nu weer even zitten om ons voor te bereiden op het laatste stukje. Als we de Otterlose weg oversteken en door het ’Edese bos’ gaan, komen we op ’Landgoed Kernhem’ aan, een gebied dat bekend is vanuit de 18e eeuw. Er is daar een doolhof aangelegd .Hier is tevens een vleermuizenreservaat. In de voorbereiding van deze tocht heeft Casper, de uitzetter van de tocht, een legende over een hier liggende bloedsteen gelezen. Hij laat de groep stilstaan om naar zijn verhaal te luisteren. Er werden op de steen mensen- en dierenoffers gebracht aan de goden. Plotseling pakken enige sterke mannen hem vast en vleien hem op de steen neer. We offeren symbolisch onze parkoersbouwer. Het is een hilarisch gezicht. Natuurlijk wordt dit ludieke moment voor het nageslacht vastgelegd. Na deze leuke, korte onderbreking is er nog zo’n twee kilometer te gaan. Als we weer bij ’Blauw-Wit’ arriveren, bedanken we het comité en Casper voor de mooie tocht. Als ik naar huis rijd begint het te regenen. Weer hadden we alles mee, want tijdens de tocht bleef het droog.

 

Hennie Roelofsen

 

RAVENSTEIN MAASDORPENTOCHT  16 SEPTEMBER 2015  25 KM

Het is een hele rit om naar Ravenstein te rijden, maar omwille van Frits heb ik het ervoor over. Ook de weersverwachting ziet er niet al te best uit. Volgens de buienradar houden we het vandaag niet droog. Afijn, Heine heeft nog een vrije dag en is nog nooit in Ravenstein geweest, dus is dit de kans van zijn leven om het aangename met het sportieve te verenigen. Om acht uur neem ik afscheid van de achterblijfster en pik Heine een kwartiertje later op om samen de reis te maken. De tomtom wil ons steeds een andere richting insturen, maar ik heb zo mijn eigen route. Het is druk, maar niet hinderlijk, zodat we redelijk op tijd op de plaats van bestemming zijn.

In het ruime zaaltje van 'Vidi Reo' zijn al heel wat mensen aanwezig, maar reeds bij binnenkomst zie ik 'mijn Olijfje' zitten. Dat maakt de dag met zijn lange ritten en slechte weersverwachting ruimschoots goed. We verrichten de administratieve rompslomp in een handomdraai en ik voeg mij bij mijn wandelvriendin voor een vrolijke babbel alvorens het sein tot vertrek gegeven gaat worden. Langzaamaan komen er meerdere wandelaars binnendruppelen, maar bij 52 stuks houdt de toestroom op en hier zal Frits met zijn organisatie het mee moeten doen. Voor ons, als wandelaars, een mooie overzichtelijke groep met weinig oponthoud bij de oversteekplaatsen. Voor de organisatoren een mager aantal en misschien net niet genoeg om uit de kosten te blijven.

Om tien uur gaan we naar buiten en krijgen van Frits een korte uitleg te horen over hetgeen ons vandaag qua route te wachten staat. Vervolgens klinkt het fluitje van Henk ten teken dat we op pad gaan. Ik tracht voor in de groep te geraken, omdat deze positie enig voordeel zou opleveren. Zelf heb ik het zo nog niet ervaren, dus ga ik maar af op de beweringen van diegenen die er meer verstand van zeggen te hebben. Aanvankelijk loop ik naast Olijfje voort, maar algauw word ik door anderen verdrongen, want zij is erg geliefd in de wandelsport. Ondanks de dreigende vooruitzichten van de weerprofeten, ziet het er niet slecht uit. Het is weliswaar bewolkt en lijkt het er niet op dat de zon door het wolkendek heen zal breken, maar het voelt matig zomers aan met een temperatuur die ons enigszins doet zweten. En van wind is er nauwelijks sprake.

Als gewoonlijk zet Henk er stevig de pas in en binnen de kortste keren staan we voor de trap die ons naar boven de brug op moet leiden om ons aan de Gelderse kant van de Maas te brengen. Boven gekomen hebben we een prachtig uitzicht op de onder ons langs stromende rivier. Een enkel schip tornt zich in de stroom op en ondervindt de zware regenval van de laatste tijd in de bovenstroomse gebieden. Het zal de schipper moeite kosten om 'boven' te komen. Ons kost het geen enkele moeite om aan de andere kant de trap af te dalen en weer vaste grond onder de voeten te krijgen. Alleen moet ik er een paar vieze handen voor over hebben. De leuning wordt kennelijk weinig gebruikt en is groen uitgeslagen. En met 'losse handen' zoals de meesten van ons doen, durf ik niet uit angst voor vallen.

Heine komt tijdens de wandeling regelmatig bij mij lopen en belt ook zijn moeder om te vertellen dat hij het hier zo mooi vindt. Ik moet hem gelijk geven, want het is ook een prachtig gebied met zijn verspreid staande boerderijen in het frisse groen. En op de top van de dijk lopend hebben we ruim uitzicht de polder in met in de verte molens en kerktorens die de einder onderbreken. Het is soms net een schilderij. Wat ook opvalt is de reinheid rondom. Geen zwerfvuil of andere rommel. En Frits heeft het best voor elkaar met zijn verharde paden, ook als de route van de dijk afwijkt de uiterwaarden in om tussen de daar achter liggende akkers door te gaan. Er is genoeg te zien en het is dan ook geen wonder dat Heine zo enthousiast is. En hij is het niet alleen, want  meerderen hoor ik het zeggen.

Bij de wagenrust heeft Sonja een stoel voor mij vrij gehouden en ik kan vorstelijk zitten als ik door foto' s te maken iets later daar arriveer. Wat zijn zij toch lief voor mij. Dat zijn dan de prettige kanten van het 'ouder worden'. Na deze korte onderbreking van het lopen gaan we er weer met frisse moed tegenaan op weg naar de grote rust halverwege. Maar eerst moeten we nog aan de andere kant van de Maas zien te komen. Heine verheugt zich er al op dat hij mag varen, want de overtocht zal met een pont geschieden. Naarmate we dichterbij het veer komen, lijken we sneller te gaan lopen. Of zou het vermoeidheid kunnen zijn. Ik weet het niet. Feit is dat ik steeds meer achterop geraak. Frits als trouwe waker blijft bij mij en geleidt mij naar de oever waar de pont reeds onder stoom ligt. Zo gauw ik een voet aan boord zet, vaart het vaartuig af en begint aan de overtocht. Een tochtje van minder dan niks, maar het scheelt een heel eind zwemmen.

Als we allemaal veilig van boord zijn, gaan we Megen in om onze rustplaats, een voetbalkantine, op te zoeken. Het is inmiddels half één geweest en tijd voor een onderbreking. Heine zorgt ervoor dat ik mijn glas thee krijg en ik zak een beetje onderuit, maar aan slapen kom ik niet toe, daar is de tijd tekort voor. Het halve uur dat ons is toebedacht, vliegt voorbij. En als Henk zijn fluitje roert, staan we weer gewillig op om hem naar buiten te volgen. Het is nog steeds droog, hoewel de natuur naar regen neigt. Het vee zoekt schuilplaats onder een boom en ten zuiden van ons is het de lucht die erop duidt. Inktzwarte wolken reiken naar de aarde en algauw vallen de eerste druppels, gevolgd door vele anderen, op ons neer. Als bij toverslag komen de poncho's en paraplu's tevoorschijn. Tot aan de volgende wagenrust, op iets meer dan een uur afstand, valt het nog mee. We worden nat, maar meer ook niet.

Nabij een oud kerkje, de naam ben ik jammer genoeg vergeten, staan Frits en Wim ons op te wachten en kunnen we limonade krijgen. Ik doe het maar met water, want dat verdraagt mijn maag beter en ik wil toch gezond de eindstreep halen. Sommige wandelaars hebben nog puf genoeg om het kerkje van binnen te bezichtigen, maar ik maak mij zorgen om het laatste traject. Komt er nog meer van die nattigheid naar beneden en zal ik het volhouden? Vroeger zou ik om een afstand van zes kilometer gelachen hebben, maar nu zie ik er toch enigszins tegenop. En het zijn zes kilometers die mij scheiden van de verlossende eindstreep. Eenmaal weer op pad barst de bui pas echt los. Met bakken is geenszins overdreven. Steeds meer voorover gebogen probeer ik het tempo van de groep bij te houden. Een dringende roep naar 'boven' om het op te laten houden, wordt beantwoord met nog meer regen. Mijn rug protesteert en ik moet afhaken. Een paar strekoefeningen tegen een paal helpen voor even, maar net als de regen houdt ook de pijn niet op. Wim, die steeds bij mij blijft, kan mij niet helpen. Ik moet dit zelf oplossen. En op het moment dat ik helemaal 'op' ben, vraag ik Wim om Frits te bellen om te vragen of hij mij op kan halen. Slechts een goede duizend meter voor het einddoel moet ik het opgeven. Het is niet anders. En terwijl het water blijft neerstorten stap ik in en laat mij naar 'Vidi Reo' brengen om daar op verhaal te komen en de andere wandelaars bij binnenkomst welkom te heten.
Quirinus.

 

 

RONDJE NIJKERK  9 SEPTEMBER 2015  19 KM

In de hoop dat er meerdere van mijn wandelmaatjes die kant op zouden gaan, wordt ik teleurgesteld, dus zal ik zelf de 100 km moeten overbruggen. Om kwart over acht stap ik in de auto en wonder boven wonder, krap een uur later sta ik bij de Berenkuil in Nijkerk, van waaruit Hans zijn wandeling wil laten beginnen. Binnen blijk ik niet de eerste te zijn, want als no. 38 schrijf ik in. Gerrit zorgt voor de thee en tezamen voegen we ons bij Sonja om met haar een geanimeerd gesprek over allerlei zaken te bespreken tot de tijd van opstappen is aangebroken.

Tegen de klok van tien uur volgen we de andere Soppers naar buiten om daar van Co te vernemen dat onze vriend, Hans van de Mast, er slecht aan toe is en op korte termijn het tijdige voor het eeuwige zal verruilen. Diep onder de indruk van dit trieste bericht verlaten we het terrein van de startlocatie en gaan met de 81 deelnemers op pad voor het 'Rondje Nijkerk'. Ik ben zomers gekleed en voel dat het toch nog fris is in de oostelijke wind en zoek dan ook beschutting in de groep. Ook voel ik dat de benen nog wat zwaar aanvoelen na het 'voorlopen' van mijn tocht die gisteren heeft plaatsgevonden.

Gelukkig hebben we aanvankelijk de wind nog meest in de rug en die helpt mij over mijn vermoeidheid enigszins heen. Ook de gesprekken met de medewandelaars dragen daar een steentje aan bij. Het lijkt er zelfs op dat ik erin zal slagen deze tocht zonder problemen te volbrengen. Bij de wagenrust laat ik mij de gevulde koek en het pakje sap goed smaken. Tot hier toe heb ik weinig aandacht aan de omgeving kunnen schenken. Mijn gedachten waren meest bij Hans in doodstrijd hier niet ver vandaan. En ook mijn gesprekken gingen hier vaak over. Trouwens, het is niet de eerste keer dat ik hier kom en de omgeving is mij genoegzaam bekend. Daarbij komt dat ik nog steeds de angst in mij heb om te vallen. De gevolgen van de val in Mijdrecht zijn nog merkbaar en daarom is mijn blik meest op de grond gericht.

Nadat we van de dijk zijn afgedaald en tussen de landerijen lopen, wordt het in mijn luchtige kleding aangenamer, hoewel de zon vaak schuil gaat achter grote wolkenpartijen. Hans leidt ons even verderop over een 'boerenplank' die twee oevers met elkaar verbindt. Ik waag mij niet aan dit avontuur, dat bij mij herinneringen uit mijn jeugd naar boven haalt en ik 'kopje onder' ging. Ternauwernood ben ik toen door mijn zus aan mijn haren boven water gehaald. Enkele meters verderop staat een hek uitnodigend open en daar maak ik dankbaar gebruik van. Wat hierna volgt, herinner ik mij van vorige tochten niet. Enkele honderden meters banjeren door hoog nat gras dat aan je voeten zuigt. Het tempo ligt nog steeds vrij hoog en ik doe mijn uiterste best om in de groep te blijven, hoewel het mij de grootste moeite kost.

En even verderop nogmaals zo'n 'groen stuk' in de wandeling. Met de tong op de schoenen bereiken we de bebouwde kom van Bunschoten/Spakenburg, uitgegroeid tot een echte toeristenplaats. In mijn kinderjaren waren dit twee aparte gemeenten die soms op leven en dood met elkaar in gevecht waren om kleinigheden. De tocht, aangevoerd door ons aller Henk, voert ons via allerlei straatjes naar de 'binnenstad' waar we uitgenodigd worden om op één der vele terrasjes neer te strijken en er de 'grote rust' te houden. Aanvankelijk komen Gerrit en ik op een 'verkeerde' stoel terecht en mogen we niet bediend  worden. We verplaatsen ons naar een tafeltje verder en daar wordt de bestelling wel opgenomen. Het duurt nog tot onze tijd bijna om is, alvorens het bestelde wordt gebracht.

Als het fluitje klinkt, ben ik nog bezig de hete thee naar binnen te werken, maar kom toch gehoorzaam overeind om de terugweg aan te vangen. We lopen langs de havens en ik zie dat ook hier het toerisme hoogtij viert. Van de oorspronkelijke vissershaven is niet veel meer over, want jachten en pleziervaart hebben het havencomplex uitgebreid tot ongekende grootte. Toch ontdek ik nog een klein vissersscheepje uit Volendam, dat hier mogelijk voor beschutting is binnengelopen. Net als mijn Opa destijds met zijn botter deed toen hier de volle Noordzee achter de golven aanjoeg. Bemanning was aan boord niet te ontdekken, dus kon ik mijn kennis van het Volendamse jargon niet spuien. Na dit rondje trekken we weer de dijk op en lopen tegenwinds terug naar Nijkerk.

Op de lange haast rechte dijk luister ik ernaar hoe enkele wandelaars voor mij uit de doeken doen wat er aan de spelers en speelwijze van het Nederlandse voetbalelftal mankeert, terwijl ik steeds verder met mijn neus naar het wegdijk wijs. Ik steek toch niet zo goed in mijn vel als ik aanvankelijk dacht te steken. En bij het punt gekomen waar we vanmorgen de polder introkken en de dijk op de kruin inkrimpt tot de halve breedte, krijg ik het nog moeilijker. Elke keer als er fietsers willen passeren, wijken wij als wandelaars uit naar het grasgedeelte. Dit switchen valt mij zwaar. Dus bij het stoomgemaal waar Hans een rust heeft ingelast, geef ik de pijp aan Maarten en vraag aan Gerda of ik met haar mee terug mag rijden naar Nijkerk. Verder lopen zou een kwelling zijn geworden en is niemand mee geholpen. Volgende keer beter, zal ik maar zeggen.

Quirinus.

Bij het gezellige restaurant ’de Berenkuil’ aan de rand van Nijkerk was vandaag de inschrijving. Het is een heel mooie locatie met een prachtige visvijver erbij, waar je de hele dag je kan uitleven wat het vissen betreft. Maar daar kwam deze groep niet voor, al zou ik dat best een keer willen met de groep. Eenentachtig deelnemers  zijn er vandaag.  Direct na de inschrijving is er een huldiging. Een van de wandelaars krijgt een certificaat voor 24 keer meewandelen uitgereikt. Daarna wordt Henk, de voorloper van de groep, uitbundig  toegezongen vanwege zijn 75e verjaardag, die hij enkele dagen geleden beleefde. Met recht nog een extra toetje voor deze kanjer. We gaan al gelijk met een stevig tempo van start door het hart van Nijkerk. We komen langs ’De Waegh aan de Kolk’,het mooie statige gemeentehuis met op de gevel een embleem van de stad Nijkerk, langs de terrasjes met soms heel sprekende namen, zoals ’Den Volle Buick’. We arriveren bij de haven, De Arkervaart, het industrieterrein met hier en daar hoge gebouwen met silo’s en overal bedrijvigheid van laden en lossen van boten. Dan verlaten we de Westkadijk. Als we de drukke A28 overgaan, wandelen we de polder van Akemheem in. Een polder met schitterde vergezichten… eindeloos kun je hier turen. Soms zie je nog wat nevel, maar de zon is duidelijk aanwezig… het voelt goed. Net voor het buurtschap Nekkeveld is een wagenrust. Vrienden van Hans, die de tocht heeft uitgezet, zorgen voor een natje en een droogje. Er is dus even een korte stop. Van Nekkeveld is bekend dat amateurarcheologen in 2007 meenden, dat duikers fundamenten hadden gevonden van kasteel Hulckesteijn. Later zou blijken dat ze kloostermoppen aangetroffen hadden. Dan komen we bij het Eemmeer en buigen af naar links, richting  Bunschoten-Spakenburg.  Wederom wandelen we door de polder via strakke, lange wegen waar we soms een boze automobilist tegen komen, die ons op onverantwoorde wijze passeert. Die is zeker met z’n verkeerde been uit bed gestapt. Wij in ieder geval niet. Heerlijk genietend naderen we zigzaggend Bunschoten-Spakenburg.  Het is helemaal in elkaar gegroeid Bunschoten, het boerendorp aan de zuidkant, en Spakenburg, het oude vissersdorp aan de Zuiderzee/ nu Eemmeer. Jammer dat de klederdracht er ook bijna verdwenen is. Alleen op speciale dagen wordt het nog veelvuldig gedragen. Als we in het centrum aankomen is het gezellig druk. De organisatie geeft ons voor zo’n drie kwartier vrijaf. Iedereen zoekt op de vele terrassen een plekje. We hebben zo’n 13 kilometer erop zitten, dus tijd voor een hapje en of drankje. Lekker keuvelen we over al het moois wat we hebben gezien. Een lieftallige jonge dame bedient ons en als we gezamenlijk hebben afgerekend wordt het tweede deel van de route opgepakt. Dit nadat we een waarschuwing hadden gekregen per fluitje; sein voor vertrek. We vertrekken richting de havenstraat. Botters te kust en te keur hier en ook een werf waar de boten voor een deel in het water liggen en deels op de kant. Van de oude haven gaan we naar de jachthaven met aanlegsteigers. Hans laat ons een extra rondje maken om maar vooral niets te missen van al dit moois. Net voor het bottermuseum verlaten we het schilderachtige dorp en gaan de Oostdijk op. Aan de overkant zie je de jachthaven van de Eemhof met daar achter in de bossen het bekende vakantiepark Aqua Mundo de Eemhof. Natuurlijk hebben we al de nodige kiekjes genomen vandaag. We komen bij een pad waar we voor de pauze ook al waren, dus wandelen we dit stukje dubbel.Bij een splitsing gekomen gaan  en het waterkeringpad op. Plotseling zie ik een witte reiger staan. Als ik heel goed kijk zie ik dat het de kleine zilverreiger is, die je toch niet zo heel vaak ziet. Het verschil met de grote is de zwarte snavel; de grote heeft een gele snavel. Dan komen we bij het Nijkerkernauw waar het stoomgemaal ’Hertog Reijnout’ zich bevindt. Boven aan de dijk is de tweede wagenrust. Sommigen blijven zitten, maar toch gaan de meesten een kijkje nemen bij het gemaal. Ook ik ben blijven zitten maar bij navraag hoor ik dat het een schepradgemaal is, dat nog zo’n 12 keer per jaar op stoom gebracht wordt. Het is in 1882 gebouwd en is cultureel erfgoed. Dan vervolgen we de weg langs de zeedijk tot het sluishuis d’Het Ampt van Neijkerk’. Bij toeval zitten de slagbomen dicht en passeert een flinke schuit de sluis. Natuurlijk schiet ik ook hier weer m’n kiekjes. Nog een stukje langs de Arkervaart,  waar menig wedstrijdvisser op een stoeltje zit. Ze hebben een hengel en rondom hen staat en ligt allerlei ingewikkelde apparatuur.  Kort daarna gaan we nog over een deel van het industrieterrein en bereiken we ’De Berenkuil’ weer een mooie tocht rijker. Gelukkig hebben we de foto’s nog als herinnering.Dank aan het comité en natuurlijk Hans met zijn vrienden (de mensen van de catering), en allen die aan deze tocht hebben meegewerkt .Dan nemen we afscheid en gaat een ieder zijn weegs.

 

Hennie Roelofsen

 

Tussen de Amstel en de Drecht was de laatste wandeling vanuit Mijdrecht die Chris organiseerde. Nou, daar moet ik toch bij zijn.  Het is daar zo mooi om te wandelen. Dat blijkt ook wel want de 65 deelnemers komen uit het hele land. Sommigen waren uren onderweg om er te komen met het openbaar vervoer. Twee weken geleden hebben we er ook een tocht gewandeld, maar deze was weer op een andere wijze mooi. Na een korte uitleg gaan we van start richting Wilnis. Bij de kerk van Wilnis ontstaat enige verwarring  als we de Oudhuijzerweg ingaan.  De ene begeleider wil de gekozen route vervolgen de ander zegt: ” Terug”. Dat laatste blijkt te kloppen. We wandelen weer langs de kerk de Wilnisse Zuwe op, die ons in het mooie polderlandschap brengt. Na enkele kilometers is de eerste wagenrust.  Even de benen strekken en wat drinken. Vanwege mijn omvang laat ik vandaag de koek maar eens liggen en neem een pakje drinken van de voorraad die Chris heeft uitgestald.  Maar na deze heerlijkheid gaan we weer verder.  Het is heerlijk wandelweer, al zie je in de verte hele donkere stukken wolken aan de horizon verschijnen. Maar ik hou me maar vast aan het weer bericht ’s morgens: nog kans op een bui en ’s middags volop zon.  Bij diverse boerderijen neem ik een kiekje. Overal zie je slootjes ….wat een waterrijk gebied. Tot 1795 was het allemaal plassen en sloten hier. Daarna is het door de boeren op veel plekken drooggelegd en ontstond er bebouwing. Dan, als we op nog geen kilometer van de middagpauze zijn, begint het toch te regenen. Jassen en capes worden tevoorschijn gehaald  en natuurlijk de paraplu’s. Dan komen we aan bij ’Beekhoeve’ een boerderij waar alles in het teken staat van biologisch boeren.  Je kunt er ook lekker lunchen of boerenbuffet organiseren. Men maakt er kaas en er is zelfs een opvang voor oude koeien. In de open ruimte, waar we de pauze houden, zie je boven op de zolders allemaal oude gebruiksvoorwerpen staan.  Je kan het zo gek niet bedenken of het is er.  Ik vind het een beetje rommelig. Het is druk voor de bar waar je wat kan bestellen. Zelf neem ik genoegen met wat ik van huis meegenomen heb. Nadat een ieder weer heeft bijgetankt, beginnen we droog aan de middagwandeling.  Ik meen de omgeving hier te kennen. Dat klopt, want hier liggen drie klompenpaden die ik kort geleden gewandeld heb; het Gravenslootpad, Houtdijkenpad en het Teylingenpad vallend onder Kamerik. Ook passeren we steeds buurtschappen, zoals: Aan de Zuwe , Mijzijde , Achttienhoven. Buurtschappen met iets meer dan honderd inwoners. Na de lange Grechtkade komen we bij de sluizen van het Woerdenseverlaat. Even verderop ligt de Sluis van  Slikkenveer en ook de aparte X- brug, die we overgaan. Hier kijk je zo op de Nieuwkoopse plassen. In de verte zien we de Westveense molen staan, ook dit is weer een plaatje waard. De molen dateert uit 1676 en tot 1979 bemaalde hij zelfstandig 145 hectare. Een leuk detail is dat hij voor 1989 op Utrechts grondgebied stond en nu door herindeling in Zuid-Holland. Dan door de Noordse Buurt een heel stuk langs het water. Even is daar nog een welkome wagenrust met een koek of appel aangeboden door Chris. Dan komen we in De Hoef, waar we over de voet-fietsbrug van de Kromme Mijdrecht  gaan. Zo komen we weer in de open polder richting eindpunt Mijdrecht. Daar aangekomen nemen we afscheid van elkaar en bedanken Chris en zijn vrouw en niet te vergeten het comité, dat ons weer een mooie dag heeft bezorgd.

Hennie Roelofsen

MIJDRECHT  tussen de AMSTEL en de DRECHT

Vandaag sta ik er alleen voor om naar Mijdrecht te reizen voor een SOP-tocht van Chris, Heine moet werken en de rest van mij wandelmaatjes laten het ook afweten. Het dagelijkse fileleed nog vóór de van Brienenoordbrug, maar in plaats van mij te ergeren, kies ik voor de parralelbaan en kom zo ook op de A20. Om kort te gaan, ik ben op tijd op de plaats van bestemming.

Tegen tien uur maant Chris ons naar buiten te gaan en tracht hij ons in het gebeier van het carillon duidelijk te maken wat ons vandaag te wachten staat. Ik begrijp eruit dat we met 65 personen op pad gaan en dat ons mogelijk een routewijziging te wachten staat vanwege wateroverlast op de geplande route. Vooralsnog ziet het weer er niet beroerd uit en velen gaan er van meet af aan in korte mouw en dito broek op uit. Het gezelschap ziet er in zijn bonte kleuren en gevarieerde samenstelling vrolijk uit. En hoewel het op afstand lijkt op een ongeregelde troep, houden de wandelaars zich in het geheel aan de regels en wetten die hier gelden

Eenmaal buiten het dorp met stadsallures gekomen, kijken we de weidsheid van de polder met zijn landerijen en de contouren van verderop liggende woonkernen in en genieten we van de puurheid van het platte land. Henk leidt ons met flinke pas langs de smalle wegen en wij hoeven ons geen zorgen te maken over de te volgen route. Althans dat denken we, maar toch schijnt onze leidsman even de kluts kwijt te zijn, want na enig getreuzel nadat wij net een hoek omgeslagen zijn, gaan we rechtsomkeert en kiezen een geheel andere richting. De meesten onder ons gaan ervan uit dat Henk zich vergist heeft, maar ik vraag mij af of dit de routewijziging is waar Chris over gesproken heeft.

Boven ons en vooral voor ons begint de lucht zich donker te kleuren als voorbode van een naderende regenbui. Hier en daar worden poncho's tevoorschijn gehaald en de eerste druppels vallen kort erna reeds neer. Doch het geluk is aan onze zijde, want voor ons doemt de biologische boerderij op, waar we de 'grote rust' op ruim elf kilometer zullen houden en zijn we gered. Binnen, op de deel aangekomen, vallen onze monden open van verbazing en zijn we de regen vergeten. We zijn even terug in de tijd en met een soort van gretigheid wijzen we elkaar naar de in het oog springende voorwerpen die op de hooizolder zijn gestouwd. Van potten en pannen, oliestellen tot kinderwagens en een droogzwieper toe. Teveel om op te noemen. Monique zorgt ervoor dat ik thee krijg en ten volle van het aanzicht tijdens deze pauze kan genieten. Op het laatst voel ik toch dat de geleverde inspanning op mijn leeftijd zijn tol gaat eisen, want mijn oogleden vallen toe en ben ik voor korte tijd buiten de wereld.

Ondanks dat ik de wereld even voor een krentenbol heb aangezien, sta ik op het teken van vertrek meteen op en volg de overige naar buiten, waar een nat beregende boel ons staat te wachten. De regen is opgehouden en een oer-Hollandse lucht met stapelwolken is er voor in de plaats gekomen. Wij formeren weer een groep en gaan verder op de tocht. Eerst nog wat van die typische polderwegen, maar plotsklaps gaan we over een bruggetje en trekken de dijk op. Een lang slingerend pad met aan de ene kant het zachtjes kabbelende water van een vaart met hier en daar een gemeerd liggend bootje en aan de andere kant kijken we de diepte van de polder in en lopen we op korte afstand langs enkele tuinderswoningen. Boven onze hoofden hangen de peren te rijpen en in de webben zitten grote spinnen geduldig te wachten op een prooi. Een schitterend stuk van de toch al gevarieerde route. We trekken ook nog een stuk door wat ongecultiveerd land langs een rietkraag. Halverwege is er een overstap, waar Klaas mij overheen helpt, want uit mezelf kan ik zo hoog niet reiken met mijn voet.

Onze inspanning wordt beloond met een korte rustpauze met een appeltje voor de dorst en waar mij een plekje op het konijnenhok wordt aangeboden als zitplaats. De zon heeft ons goed in de gaten gehouden en zendt haar warme stralen op ons neer. Zelfs na driekwart en een hoog tempo heb ik er nog steeds zin in en op het laatste gedeelte doe ik nog volop mee. Toch raak ik en nog enkele anderen een beetje achterop, maar Monique geeft aan de weg te weten en zij zal ons 'binnen' brengen. En inderdaad na nog wat omzwervingen is daar de verlossende eindstreep en heb ik zonder te vallen of te struikelen in goede gezondheid de 25,6 km overbrugd. In woord en gebaar geef ik kennis van mijn dankbaarheid. Ik zoek de auto op en rijd zonder problemen naar huis.

Quirinus

BLOEIENDE HEIDETOCHT 26 AUGUSTUS 2015           

Na een rit met weinig fileleed, maar wel met doorkruising van half Hilversum, komen we na anderhalf uur aan op de plaats van bestemming. Heine heeft al verscheidene keren zorgelijk op zijn horloge zitten turen, maar we zijn keurig op tijd voor de 'Bloeiende Heidetocht' van Wim Veerman. Na inschrijving is er nog even tijd om de zaal rond te kijken en met enkelen een praatje te maken.

Het is al ver na tien uur, bijna tien over zelfs, als Wim het sein van vertrek geeft en de groep zich min of meer formeert tot een ongeregelde bende. Het aantal deelnemers is beperkt tot een povere, doch acceptabele 67 personen. Het weer is goed, hoewel de verwachting er niet om liegt, er is noodweer op komst. Vooralsnog is het afwisselend bewolkt en komt de zon er regelmatig doorheen gluren. De wind, uit oostelijke richting, is net iets meer dan matig. Eerst was ik niet van plan om te gaan lopen, maar Heine had nog een vrije dag tegoed en wil er graag met zijn vader op uit. De voorgeschreven antibiotica na de val van verleden week zit nog in mijn lijf en is nog volop bezig mijn doen en laten te beïnvloeden en bij elke stap voel ik de vermoeidheid toenemen.

Vanaf de startlocatie, een zwembad, is het slechts enkele passen tot de grilligheid van het bos met paadjes vol van boven de grond uitstekende boomwortels en door bladeren bedekte stronkjes. Genoeg om over te struikelen en de nek te breken en na het ongeval heb ik genoeg waarschuwingen om de oren gekregen en de aanmaningen om toch vooral voorzichtig te zijn, waren legio. Omdat een gewaarschuwd mens voor twee telt, pas ik dus dubbel op. Toch wordt er stevig doorgestapt, volgens mijn GPS af en toe zelfs meer dan 6 km/uur. Maar ondanks dat houd ik het met mijn strammer wordende benen goed bij.

Na een kleine zeven kilometer wordt er pauze gehouden. Op een boomstam zittend drinken we de zelf meegebrachte en door Wim aan het begin uitgedeelde pakjes leeg of sabbelen we aan de reep. De temperatuur is inmiddels opgelopen naar een zomerse waarde en omdat de lucht erg vochtig is, is het broeierig warm en menig zweetdruppeltje wordt van de hoofden gewist. Wim heeft het voor het zeggen en neemt het met de afgesproken tijd niet zo nauw, zodat de pauze uitloopt tot een twintigtal minuten. Meteen wordt er flink de pas ingezet, zodat de prachtig bloeiende heide in sneltreinvaart aan ons voorbij gaat. Ik wil graag wat foto's als aandenken voor thuis meenemen en raak enigszins achterop en zie geen kans om de groep op eigen kracht in te halen. Gelukkig is het Wim Freriks die mij bijstaat en gezamenlijk gaan we er achteraan. Een paar dames die de hei aan het bewonderen zijn, zien ons voorbij stuiven, hoewel één hunner kuiten beslist de moeite waard zijn om er achter te blijven. In onze haast vertelt Wim hen nog wat onze bedoeling is en daar schijnen zij vrede mee te hebben, want zij roepen ons een 'vrolijk succes' achterna.

Net vóór we bij de 'grote rust' arriveren sluiten we ons weer aan en is het leed geleden. We zoeken een plekje op het terras om onder het genot van een consumptie tot rust te komen. Enkele wespen hebben het op het broodje van Heine gemunt en daar hij daar niet opgesteld is, verdwijnt hij met zijn spulletjes naar binnen en zet daar zijn lunch voort. Wim geeft ons de indruk dat er tijd zat is en geeft niet eerder dan na drie kwartier het sein om op te staan en de tocht voort te zetten. Niemand heeft er moeite mee en opgewekt volgen we hem op de terugweg over de nog steeds mooie heide. Het is moeilijk om afscheid van dit gebied te moeten nemen, maar helaas toch zal het moeten. Hilversum met zijn hoge gebouwen doemt voor ons op en weldra lopen we door de straten van dit uit zijn kluiten gegroeide dorp. Ik heb deze streek nog gekend in de tijd dat er hier nog koeien liepen en wij op zondagen tijdens fietstochtjes vanuit Amsterdam blij waren dat we weer mensen zagen.

En dan...na wat gemijmer over vroeger staan we ineens voor een hemelhoge trap van het station Hilversum. Ik heb moeite om boven te komen en raak dan ook weer wat achter, maar weer is het Wim die mij de weg wijst en mij door de tunnel, die de rails overspant, leidt. Aan de andere kant ga ik toch liever met de lift naar beneden. Ik ben tot nu toe vrij van accidenten en dat wil ik graag zo houden. Bij de uitgang van het station, tegenover het Media Park, deelt onze leidsman ijsjes uit en nemen de wandelaars plaats op het muurtje dat de spoordijk van het plein scheidt. Het is goed te zien dat de mensen het warm hebben, zweet parelt bij velen van het gelaat en menig zakdoek wordt tevoorschijn gehaald. Na een kwartiertje is het gedaan met de rust en moeten we er weer tegenaan. Liever was ik op de trein gestapt, maar de moed om op te geven ontbreekt mij, dus hobbel ik maar mee. Mijn tempo zakt met mijn moed in mijn schoenen, dus als ik de groep voor mij voor de laatste paar kilometers in het bos zie verdwijnen, zakt hij zo mogelijk nog dieper. Ik vraag Wim of er geen kortere route is, maar Wim schudt zijn hoofd en weet wel een makkelijker, maar geen kortere. En omdat ik verschrikkelijk opzie tegen het voorzichtig zijn en elke stap moet opletten om niet te vallen, kies ik voor de makkelijke route. In plaats van rechtdoor de weg over te steken, slaan wij rechtsaf en volgen het fietspad in de gewenste richting. Er schijnt geen eind aan het rechte stuk asfalt te komen en geregeld moet ik even tegen een boom leunen, maar we komen met elke stap dichterbij. Wim spreekt mij moed in, want die was mij in de schoenen gezakt, en daarmee komen we uiteindelijk terug bij het zwembad en is ook voor mij de tocht voorbij.

Quirinus.

Subcategorieƫn

Copyright © 2018 Samen Op Pad . Alle rechten voorbehouden.
Joomla! is vrije software uitgegeven onder de GNU/GPL Licentie.